Herziene Statenvertaling (HSV)
2

21Want ik wil dat u weet hoe groot de strijd is die ik voer voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor zovelen die mij nooit in levenden lijve2:1 in levenden lijve - Letterlijk: mijn aangezicht in het vlees. hebben gezien,

2opdat hun harten bemoedigd mogen worden, samengevoegd in de liefde, en zij tot heel de rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht mogen komen,

2:2
Jes. 53:11
Jer. 9:23
Joh. 17:3
Filipp. 3:8
om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus,

3

2:3
1 Kor. 1:24
in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn.

Met Christus gestorven en opgewekt

4En dit zeg ik,

2:4
Vers 18;
opdat niemand u misleidt met mooiklinkende redeneringen.

5Want

2:5
1 Kor. 5:3
al ben ik lichamelijk2:5 lichamelijk - Letterlijk: wat het vlees betreft. afwezig, toch ben ik in de geest bij u. Ik zie met blijdschap de
2:5
1 Kor. 14:40
goede orde onder u en de vastheid van uw geloof in Christus.

6Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem,

7

2:7
Efez. 3:17
geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent;
2:7
1 Kor. 1:5
wees daarin overvloedig, met dankzegging.

8

2:8
Rom. 16:17
Hebr. 13:9
Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus.

9

2:9
Joh. 1:14
Kol. 1:19
Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.

10

2:10
Joh. 1:16
En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht.

11

2:11
Deut. 10:16
Jer. 4:4
Rom. 2:29
Filipp. 3:3
In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.

12

2:12
Rom. 6:4
Gal. 3:27
U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt,
2:12
Efez. 1:19
3:7
door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.

13

2:13
Efez. 2:1
En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn2:13 het onbesneden zijn - Letterlijk: de voorhuid. van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven,

14en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.

15

2:15
Gen. 3:15
Matt. 12:29
Luk. 11:22
Joh. 12:31
16:11
Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.

De dwaasheid van menselijke bepalingen

16

2:16
Lev. 11:2
Rom. 14:2
Gal. 4:10
Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van
2:16
Lev. 23:2
een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten.

17Deze zaken zijn

2:17
Hebr. 8:5
10:1
een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

18

2:18
Jer. 29:8
Matt. 24:4
Efez. 5:6
2 Thess. 2:3
1 Joh. 4:1
Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken,

19en zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt.

20Als u dan met Christus

2:20
Gal. 4:9
de grondbeginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen

21als: Pak niet, proef niet en raak niet aan?

22Dit zijn allemaal dingen die door het gebruik vergaan;

2:22
Jes. 29:13
Matt. 15:9
Tit. 1:14
ze zijn ingevoerd volgens de geboden en leringen van de mensen.

23

2:23
1 Tim. 4:8
Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen
2:23
1 Tim. 5:23
tot verzadiging van het vlees.

3

Zoeken wat boven is

31Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn,

3:1
Efez. 1:20
waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

2Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,

3

3:3
Rom. 6:2
want u bent gestorven en uw leven is met Christus
3:3
Rom. 8:24
2 Kor. 5:7
verborgen in God.

4

3:4
Filipp. 3:21
1 Joh. 3:2
Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

De oude en de nieuwe mens

5

3:5
Efez. 4:22
5:3
Dood dan
3:5
Rom. 7:5,23
uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid,
3:5
1 Thess. 4:5
hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht,
3:5
Efez. 5:5
die afgoderij is.

6

3:6
1 Kor. 6:10
Gal. 5:19
Efez. 5:5
Openb. 22:15
Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen.3:6 ongehoorzamen - Letterlijk: kinderen van de ongehoorzaamheid.

7

3:7
1 Kor. 6:11
Efez. 2:1
Tit. 3:3
In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde.

8

3:8
Efez. 4:22
Hebr. 12:1
Jak. 1:21
1 Petr. 2:1
Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.

9

3:9
Efez. 4:25
Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,

10

3:10
Rom. 6:4
en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis,
3:10
Gen. 1:26
5:1
9:6
1 Kor. 11:7
overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.

11Daarbij

3:11
Gal. 3:28
5:6
6:15
is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene,3:11 onbesnedene - Letterlijk: voorhuid. barbaar en Scyth,
3:11
1 Kor. 7:21,22
12:13
slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.

12

3:12
Efez. 4:32
6:11
Kleedt u zich dan,
3:12
1 Thess. 1:4
als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.

13Verdraag elkaar

3:13
Matt. 6:14
Mark. 11:25
Efez. 4:32
en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.

14

3:14
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Joh. 3:23
4:21
En kleedt u zich boven alles met de liefde, die
3:14
Efez. 4:3
Kol. 2:2
de band van de volmaaktheid is.

15En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.

16Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid;

3:16
Efez. 5:19
onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

17En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus,

3:17
Efez. 5:20
1 Thess. 5:18
terwijl u God en de Vader dankt door Hem.

Verhoudingen in het gezin

18

3:18
Gen. 3:16
1 Kor. 14:34
Efez. 5:22
Tit. 2:5
1 Petr. 3:1
Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Heere.

19

3:19
Efez. 5:25
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet verbitterd tegen haar.

20

3:20
Efez. 6:1
Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere.

21Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

22

3:22
Efez. 6:5
1 Tim. 6:1
Tit. 2:9
1 Petr. 2:18
Slaven, wees in alles uw aardse heren3:22 aardse heren - Letterlijk: heren naar het vlees. gehoorzaam, niet met ogendienst als om mensen te behagen, maar oprecht van hart,3:22 oprecht van hart - Letterlijk: in eenvoud van het hart, d.i. niet dubbelhartig. in het vrezen van God.

23En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen,

24in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus.

25Maar wie onrecht doet, zal het onrecht dat hij gedaan heeft, terugkrijgen; en er is geen aanzien des persoons.

4

41

4:1
Efez. 6:9
Heren, behandel uw slaven rechtvaardig en op gelijke wijze. U weet immers dat ook u een Heere hebt in de hemelen.

Volharding in het gebed; getuigenis naar buiten

2

4:2
Luk. 18:1
Rom. 12:12
Efez. 6:18
1 Thess. 5:17
Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging.

3Bid meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent,

4:3
Efez. 6:19
2 Thess. 3:1
om van het geheimenis van Christus te spreken, om welke oorzaak ik ook gebonden ben,

4opdat ik dit geheimenis mag openbaren zoals ik erover moet spreken.

5

4:5
Efez. 5:15
Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn,
4:5
Efez. 5:16
en buit de geschikte tijd uit.

6

4:6
Mark. 9:50
Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.

Zending van Tychikus en Onesimus

7Al mijn omstandigheden zal

4:7
Hand. 20:4
Efez. 6:21
2 Tim. 4:12
Tychikus, de geliefde broeder, trouwe dienaar en mededienstknecht in de Heere, u bekendmaken.

8Hem heb ik met dit doel naar u toe gestuurd, opdat hij uw omstandigheden zou kennen en uw hart zou bemoedigen,

9met

4:9
Filem. vs. 10
Onesimus, de trouwe en geliefde broeder, die er een van u is; zij zullen u alles bekendmaken wat hier gebeurt.

Groeten van en aan medewerkers; zegen

10

4:10
Hand. 27:2
Aristarchus, mijn medegevangene, groet u, en
4:10
Hand. 15:37
2 Tim. 4:11
Markus, de neef van Barnabas, over wie u opdrachten ontvangen hebt – als hij bij u komt, ontvang hem dan

11en Jezus, die Justus genoemd wordt. Zij zijn de enigen van de besnijdenis die mijn medearbeiders zijn in het Koninkrijk van God; zij zijn mij ook een vertroosting geweest.

12

4:12
Kol. 1:7
Epafras groet u, die er een van u is, een dienstknecht van Christus, die altijd voor u strijdt in de gebeden, opdat u, volmaakt en volkomen, vaststaat in heel de wil van God.

13Want ik getuig van hem dat hij een grote ijver heeft voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor hen die in Hiërapolis zijn.

14

4:14
2 Tim. 4:11
Lukas, de arts, de geliefde, groet u, en
4:14
2 Tim. 4:10
Demas.

15Groet de broeders die in Laodicea zijn, en Nymfas en de gemeente in zijn huis.

16En wanneer deze brief door u gelezen zal zijn, zorg er dan voor dat hij ook in de gemeente van de Laodicenzen gelezen wordt, en dat ook u die uit Laodicea leest.

17En zeg tegen Archippus: Let op de bediening die u aangenomen hebt in de Heere, dat u die vervult.

18

4:18
2 Thess. 3:17
Een eigenhandige groet van mij, Paulus.
4:18
Hebr. 13:3
Denk aan mijn gevangenschap.4:18 gevangenschap - Letterlijk: boeien. De genade zij met u. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]