Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Aankondiging van de straf over Israël en Juda

31Luister naar dit woord dat de HEERE tot u spreekt, Israëlieten, tot het hele geslacht dat Ik uit het land Egypte heb geleid:

2Alleen u heb Ik gekend

uit alle geslachten op de aarde.

Daarom zal Ik u vergelden

al uw ongerechtigheden.

3Gaan er twee samen

zonder elkaar ontmoet te hebben?

4Brult een leeuw in het woud

als hij geen prooi heeft?

Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken

zonder dat hij iets gevangen heeft?

5Duikt een vogel in een strik op de aarde

als er geen val voor hem is?

Springt de strik van de grond op

als er niets gevangen is?

6Of wordt in een stad de bazuin geblazen

zonder dat het volk beeft?

Of komt er

3:6
Jes. 45:7
Klaagl. 3:37,38
kwaad in de stad voor

zonder dat de HEERE dat doet?

7Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.

8De leeuw heeft gebruld.

Wie zou niet bevreesd zijn?

De Heere HEERE heeft gesproken.

Wie zou niet profeteren?

9Laat het horen in de paleizen in Asdod

en in de paleizen in het land Egypte, en zeg:

Verzamel u op de bergen van Samaria,

en zie de grote verwarring in het midden daarvan

en alle verdrukking daarbinnen.

10Want zij weten niet te doen wat recht is,

spreekt de HEERE,

zij die geweld en verwoesting in hun paleizen opslaan.

11Daarom, zo zegt de Heere HEERE:

De tegenstander, ja, aan alle kanten van het land!

Hij zal uw vesting van u neerhalen,

uw paleizen zullen leeggeplunderd worden.

12Zo zegt de HEERE:

Zoals een herder uit de muil van de leeuw

twee pootjes redt

of een stukje van het oor,

zo zullen de Israëlieten gered worden:

Zij die in Samaria zitten

op de hoek van een bed

en op het kussen van een rustbank.

13Luister en waarschuw het huis van Jakob,

spreekt de Heere HEERE, de God van de legermachten.

14Voorzeker, op de dag dat Ik

Israël zijn overtredingen zal vergelden,

zal Ik ook de altaren van Bethel vergelden.

Dan zullen de hoorns van het altaar afgehakt worden

en op de aarde vallen.

15Ik zal het winterverblijf treffen

samen met het zomerverblijf,

zodat de ivoren huizen verloren gaan

en vele huizen weggevaagd worden,

spreekt de HEERE.

4

Bedreiging tegen de vrouwen van Samaria

41Luister naar dit woord,

koeien van Basan die op de berg van Samaria zijn,

u, die de geringen onderdrukt,

die de armen mishandelt,

die tegen hun heren zeggen:

Breng ons iets, zodat wij kunnen drinken.

2De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid

dat er, zie, dagen voor u komen

dat men u zal optrekken met haken

en wie na u overblijft, met vishaken.

3Door bressen zult u naar buiten gaan, de ene vrouw na de andere,

en weggeworpen worden naar Harmon, spreekt de HEERE.

4Kom naar Bethel en zondig,

naar

4:4
Hos. 12:12
Gilgal om veel te zondigen.

Breng 's morgens uw offers,

op elke derde dag uw tienden.

5Laat van het gezuurde brood een lofoffer

4:5
Lev. 2:1,15
7:13
in rook opgaan,

kondig luid vrijwillige gaven aan, laat het horen,

want zo wilt u het toch graag,

Israëlieten,

spreekt de Heere HEERE.

6Daarom heb Ík u ook

schone tanden gegeven in al uw steden,

gebrek aan brood in al uw woonplaatsen.

Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd,

spreekt de HEERE.

7En Ík heb zelfs de regen u onthouden,

nog wel drie maanden voor de oogsttijd.

Ik heb het laten regenen op de ene stad,

maar op de andere stad liet Ik het niet regenen.

Het ene stuk land werd beregend,

maar het stuk waarop geen regen viel, verdorde.

8Twee, drie steden wankelden

naar een andere stad om water te drinken,

maar zij werden niet verzadigd.

Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd,

spreekt de HEERE.

9Ik heb u geslagen met

4:9
Deut. 28:22
korenbrand en met meeldauw.

De

4:9
Joël 1:4
2:25
sprinkhanen vraten uw talrijke tuinen, wijngaarden,

vijgenbomen en olijfbomen op.

Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd,

spreekt de HEERE.

10Ik heb de pest naar u toegestuurd, zoals Ik eens bij Egypte deed.4:10 zoals Ik eens bij Egypte deed - Letterlijk: in de weg van Egypte.

Ik heb uw jongemannen met het zwaard gedood, terwijl uw paarden werden buitgemaakt.

Ik heb de stank van uw legerkampen in uw neus doen opstijgen.

Toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd,

spreekt de HEERE.

11Ik heb u ondersteboven gekeerd,

zoals God

4:11
Gen. 19:24
Sodom en Gomorra ondersteboven keerde;

u werd als een stuk brandhout dat aan de vlammen ontrukt is,

maar u hebt zich niet tot Mij bekeerd,

spreekt de HEERE.

12Daarom zal Ik zó met u handelen, Israël,

dat Ik u dit zal aandoen.

Maak u gereed om uw God te ontmoeten, Israël!

13Want, zie, Hij Die de bergen vormt, Die de

4:13
Nahum 1:3
wind schept

en Die aan de mens bekendmaakt wat zijn gedachten zijn,

Die de dageraad tot duisternis maakt,

en Die op de hoogten van de aarde treedt;

HEERE, God van de legermachten, is Zijn Naam.

5

Israëls val voorzegd. Vermaning tot boete

51Luister naar dit woord dat Ik aanhef over u, een klaaglied, huis van Israël.

2Zij is gevallen, zij zal niet meer opstaan,

de maagd Israël.

Zij ligt verlaten op haar land,

er is niemand die haar opricht.

3Want zo zegt de Heere HEERE:

De stad die optrekt met duizend,

zal er honderd overhouden,

en die optrekt met honderd,

zal er tien overhouden

voor het huis van Israël.

4Want zo zegt de HEERE tegen het huis van Israël:

Zoek Mij en leef!

5Maar zoek niet in

5:5
Amos 4:4
Bethel,

in Gilgal moet u niet komen

en u moet niet naar Berseba trekken,

want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan

en Bethel zal tot niets worden.

6Zoek de HEERE en leef!

Anders zal Hij het huis van Jozef als een vuur binnendringen,

het verteren, en zal er voor Bethel niemand zijn om te blussen.

7Wee hun die recht in alsem veranderen,

die gerechtigheid ter aarde doen liggen.

8Hij Die het

5:8
Job 9:9
38:31
Zevengesternte en de Orion gemaakt heeft,

Die de schaduw van de dood verandert in morgenlicht,

Die de dag duister maakt als de nacht,

Die het

5:8
Amos 9:6
water van de zee roept

en over het aardoppervlak uitgiet:

HEERE is Zijn Naam!

9Die Zich verkwikt door de verwoesting over de sterken,

ja, verwoesting komt over de vesting.

10Zij haten wie in de poort opkomt voor het recht,

zij hebben een afschuw van wie de waarheid spreekt.

11Omdat u de arme vertrapt

en van hem een heffing op koren neemt,

daarom hebt u huizen van

5:11
Zef. 1:13
gehouwen steen kunnen bouwen,

maar u zult er niet in wonen;

begerenswaardige wijngaarden hebt u kunnen planten,

maar u zult de wijn ervan niet drinken.

12Want Ik weet dat uw overtredingen veel zijn,

en uw zonden talrijk:

u drijft de rechtvaardige in het nauw, u neemt zwijggeld aan,

u duwt armen in de poort opzij.

13Daarom zwijgt de verstandige in die tijd,

want het is een kwade tijd.

14Zoek het goede en niet het kwade,

opdat u leeft!

Dan zal de HEERE, de God van de legermachten, met u zijn,

zoals u altijd zegt.

15

5:15
Ps. 34:15
97:10
Rom. 12:9
Haat het kwade en heb het goede lief,

handhaaf het recht in de poort.

Misschien zal de HEERE, de God van de legermachten, genadig zijn

voor het overblijfsel van Jozef.

16Daarom, zo zegt de HEERE,

de God van de legermachten, de Heere:

Op alle pleinen zal er rouwklacht zijn,

op alle straten zullen ze zeggen: Ach! Ach!

Akkerbouwers roept men op tot rouwbetoon,

en de klaagzangers tot rouwklacht.

17En in alle wijngaarden zal er rouwklacht zijn,

want Ik zal door uw midden trekken, zegt de HEERE.

18

5:18
Jes. 5:19
Wee hun die verlangend uitzien

naar de dag van de HEERE!

Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn?

5:18
Jer. 30:7
Joël 2:2
Zef. 1:15
Duisternis zal hij zijn en geen licht!

19Het is zoals iemand die vlucht

voor een leeuw,

en een beer tegenkomt,

of die, als hij thuiskomt

en met zijn hand tegen de muur leunt,

door een slang wordt gebeten.

20Zal de dag van de HEERE niet duisternis zijn,

en geen licht;

donkerte – zonder lichtglans erover?

21Ik haat, Ik versmaad uw feesten.

5:21
Jes. 1:11
Jer. 6:20
Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,

22want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers,

Ik schep er geen behagen in.

En het dankoffer van uw gemest vee:

Ik wil het niet aanzien.

23Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg,

en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!

24Laat het recht stromen als water,

de gerechtigheid als een altijd stromende beek.

25

5:25
Hand. 7:42
Hebt u Mij slachtoffers en graanoffers gebracht

in de woestijn, veertig jaar lang, huis van Israël?

26U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen,

en Kewan, uw beelden,

de sterren, uw goden, die u voor uzelf hebt gemaakt!

27Daarom zal Ik u in ballingschap voeren,

verder dan Damascus, zegt de HEERE;

God van de legermachten is Zijn Naam.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]