Herziene Statenvertaling (HSV)
3

De ontaarding in de laatste dagen

31En

3:1
1 Tim. 4:1
2 Petr. 2:3
weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.

2Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,

3zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede,

4verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God.

5Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend.

3:5
Matt. 18:17
Rom. 16:17
2 Thess. 3:6
Tit. 3:10
Keer u ook van hen af.

6

3:6
Matt. 23:14
Tit. 1:11
Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden,

7die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid kunnen komen.

8

3:8
Ex. 7:11
Op de wijze waarop Jannes en Jambres tegen Mozes in gingen, zo gaan ook zij tegen de waarheid in. Het zijn mensen met een verdorven gezindheid en, wat het geloof betreft, verwerpelijk.

9Maar zij zullen het niet veel verder brengen, want hun dwaasheid zal voor ieder volstrekt duidelijk worden, zoals dat ook bij die twee het geval was.

Vasthouden aan de Schriften en aan de gezonde leer

10Maar ú hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding,

11

3:11
Hand. 13:50
in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in
3:11
Hand. 14:2
Ikonium en
3:11
Hand. 14:19
in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan,
3:11
Ps. 34:20
2 Kor. 1:10
en uit die alle heeft de Heere mij verlost.

12

3:12
Matt. 16:24
Luk. 24:26
Joh. 17:14
Hand. 14:22
1 Thess. 3:3
En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.

13Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid.

14Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt,

15en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is.

16

3:16
2 Petr. 1:21
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid,

17opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.

4

41Ik

4:1
Rom. 1:9
9:1
2 Kor. 1:23
11:31
Gal. 1:20
Filipp. 1:8
1 Thess. 2:5
1 Tim. 5:21
6:13
bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:

2predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht.

3Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.

4Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.

5Maar u, wees nuchter in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle.

Paulus voorziet zijn heengaan

6

4:6
2 Petr. 1:14
Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan4:6 mijn heengaan - Letterlijk: mijn losgemaakt worden. is aanstaande.

7Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.

8

4:8
1 Kor. 9:25
1 Petr. 5:4
Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

Mededelingen en opdrachten

9Beijver u om spoedig naar mij toe te komen,

10want

4:10
Kol. 4:14
Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Hij is naar Thessalonica vertrokken, Krescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.

11

4:11
Kol. 4:14
Alleen Lukas is bij mij. Haal
4:11
Hand. 15:37
Kol. 4:10
Markus op en breng hem met u mee, want hij is voor mij van veel nut voor de ambtelijke bediening.

12

4:12
Hand. 20:4
Kol. 4:7
Maar Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd.

13Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Karpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten.

14

4:14
1 Tim. 1:20
Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad aangedaan. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken.

15Wees ook zelf voor hem op uw hoede, want hij is krachtig tegen onze woorden ingegaan.

16Bij mijn eerste verdediging was er niemand die mij bijstond, maar zij hebben mij allen verlaten. Moge het hun niet toegerekend worden.

17Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost.

18En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

Groeten en zegenbede

19Groet

4:19
Hand. 18:2
Rom. 16:3
Prisca en Aquila, en het huis van Onesiforus.

20Erastus is in Korinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ziek achtergelaten.

21Beijver u om voor de winter te komen. U groeten Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle broeders.

22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met u allen. Amen.