Herziene Statenvertaling (HSV)
8

Oproep tot vrijgevigheid

81Verder maken wij u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is,

2namelijk dat, te midden van veel beproeving door verdrukking, de overvloed van hun blijdschap en hun buitengewoon diepe armoede in overvloedige mate geleid hebben tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.

3Want, zo getuig ik, zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging;

4

8:4
Hand. 11:29
Rom. 15:26
1 Kor. 16:2
2 Kor. 9:1
en zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.

5En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God.

6Zo hebben wij dan Titus aangespoord dat hij, zoals hij eerder begonnen was, nu ook de inzameling van deze genadegave bij u zou voltooien.

7Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent, in geloof, en in woord, en in kennis, en met alle inzet, en in uw liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig.

8Ik zeg dit niet als bevel, maar om door de inzet van anderen ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven.

9Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus,

8:9
Luk. 9:58
dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

10Ik geef hierin dan ook slechts mijn mening, want dat is nuttig voor u, die niet alleen met het doen, maar ook met het willen reeds een jaar geleden begonnen bent.

11Voltooi echter nu ook het doen, opdat, zoals de bereidwilligheid er was, zo ook de voltooiing er zal zijn, overeenkomstig wat u hebt.

12

8:12
Matt. 12:43
Luk. 21:3
Want als de bereidwilligheid aanwezig is,
8:12
Spr. 3:28
1 Petr. 4:10
dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft, niet overeenkomstig wat hij niet heeft.

13Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking;

14maar uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen, opdat ook hun overvloed er is om wat u ontbreekt aan te vullen, opdat er gelijkheid zal zijn,

15zoals geschreven staat:

8:15
Ex. 16:18
Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig.

Zending van Titus

16Maar God zij dank, Die dezelfde inzet voor u in het hart van Titus gegeven heeft.

17Hij heeft immers mijn aansporing ontvangen, maar is ook uit eigen beweging vol ijver naar u toe gereisd.

18En wij hebben ook de broeder met hem meegezonden die in alle gemeenten lof ontvangt om zijn dienst in het Evangelie;

19en dat niet alleen, maar hij is ook door de gemeenten gekozen als onze reisgenoot met deze genadegave, waar wij de zorg voor dragen tot heerlijkheid van de Heere Zelf, en om uw bereidwilligheid te laten zien.

20Wij proberen het immers te vermijden dat iemand ons verdacht zou maken vanwege dit grote bedrag waar wij zorg voor dragen,

21

8:21
Rom. 12:17
wij, die bedacht zijn op wat goed is, niet alleen voor de Heere, maar ook voor de mensen.

22Ook hebben wij onze broeder met hen meegestuurd, van wie wij in veel opzichten vaak onderkend hebben dat hij ijverig is, en nu is hij nog veel ijveriger door het grote vertrouwen dat hij in u heeft.

23Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; wat onze broeders betreft: zij zijn gezanten van de gemeenten, tot eer van Christus.8:23 tot eer van Christus - Letterlijk: een eer van Christus.

24Toon hun dan het bewijs van uw liefde en van onze roem over u, ook ten overstaan van de gemeenten.

9

Collecte voor Jeruzalem

91Want het is voor mij niet nodig u te schrijven over

9:1
Hand. 11:29
Rom. 15:26
1 Kor. 16:2
2 Kor. 8:4
het dienstbetoon aan de heiligen.

2Want ik weet van uw bereidwilligheid, waarover ik u roem bij de Macedoniërs, namelijk dat Achaje al sinds een jaar gereed is. En uw ijver heeft velen aangestoken.

3Maar ik heb de broeders gestuurd, opdat onze roem over u in dit opzicht niet zonder inhoud zou blijken, opdat u – zoals ik zei – gereed bent;

4opdat niet misschien, als er Macedoniërs met mij meekomen en zij u niet gereed vinden, wij – om niet te zeggen: u – beschaamd worden in dit vertrouwen op onze roem over u.9:4 in dit … over u - Letterlijk: in deze vaste grond van roem.

5Ik achtte het dus nodig de broeders aan te sporen eerst naar u toe te gaan en de eerder door u beloofde zegen vóóraf in gereedheid te brengen, zodat deze gereedligt als een zegen en niet als een gift in gierigheid gegeven.

Gods onuitsprekelijke gave

6En dit zeg ik:

9:6
Spr. 11:24
Gal. 6:7
Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk9:6 zegenrijk - Letterlijk: in zegeningen. zaait, zal ook zegenrijk oogsten.

7Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft,

9:7
Deut. 15:7
Rom. 12:8
niet met tegenzin of uit dwang,
9:7
Ex. 25:2
35:5
want God heeft een blijmoedige gever lief.

8En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.

9Zoals geschreven staat:

9:9
Ps. 112:9
Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.

10Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen.

11Zo zult u in alles rijk worden, in staat tot alle vrijgevigheid, die door middel van ons dankzegging aan God teweegbrengt.

12Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God,

13want door dit bewijs van dienstbetoon verheerlijken zij God vanwege de onderdanigheid aan het Evangelie van Christus, overeenkomstig uw belijdenis, en vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen.

14En in hun gebed voor u verlangen zij vurig naar u vanwege de allesovertreffende genade van God over u.

15Ja, God zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!

10

Paulus' apostolisch gezag

101Ik nu, Paulus zelf, roep u op door de zachtmoedigheid en welwillendheid van Christus – ik, die volgens sommigen in uw tegenwoordigheid wel schuchter ben, maar in mijn afwezigheid flink tegen u doe –

2ja, ik smeek u dat ik, wanneer ik aanwezig ben, niet flink hoef te doen met de vrijmoedigheid waarmee ik meen het te moeten opnemen tegen sommigen die van mening zijn dat wij naar het vlees wandelen.

3Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees.

4

10:4
Efez. 6:13
De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God,
10:4
Jer. 1:10
tot afbraak van bolwerken.

5Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus,

6en wij staan gereed om elke ongehoorzaamheid te bestraffen, zodra uw gehoorzaamheid volkomen zal zijn.

7Kijkt u alleen naar het uiterlijk? Als iemand er voor zichzelf van overtuigd is dat hij van Christus is, laat hij dan ook dit bij zichzelf bedenken: dat zoals hij zelf van Christus is, zo ook wij van Christus zijn.

8Want ook als ik mij nog meer zou beroemen op onze volmacht, die de Heere ons gegeven heeft

10:8
2 Kor. 13:10
tot opbouw en niet tot uw afbraak, dan zou ik nog niet beschaamd worden.

9Dit zeg ik om niet de schijn te wekken dat ik u door de brieven schrik wil aanjagen.

10Want zijn brieven – zegt men – zijn wel gewichtig en krachtig, maar zijn lichamelijke aanwezigheid is zwak en zijn spreken is verachtelijk.

11Laat zo iemand dit bedenken: zoals wij zijn in het spreken door brieven wanneer wij afwezig zijn, zo zijn wij ook in het doen wanneer wij aanwezig zijn.

Paulus' werkterrein

12

10:12
2 Kor. 3:1
5:12
Want wij durven ons niet te rekenen onder, of te vergelijken met sommigen die zichzelf aanbevelen; maar door zichzelf af te meten aan zichzelf, en zichzelf te vergelijken met zichzelf, zijn zij bepaald niet verstandig.

13Wij echter zullen niet onbegrensd roemen,

10:13
Efez. 4:7
maar overeenkomstig de grens van wat God ons toebedeeld heeft,10:13 de grens … toebedeeld heeft - Letterlijk: de grens van de regel die God ons als grens toebedeeld heeft. om ook u te bereiken.

14Want wij overschrijden onze grenzen niet, alsof wij u niet hadden mogen bereiken; wij zijn immers bij u gekomen met het Evangelie van Christus.

15En wij beroemen ons niet onbegrensd op de inspanningen van anderen, maar wij hebben hoop dat, wanneer uw geloof gegroeid zal zijn, ons werkterrein onder u overvloedig uitgebreid zal worden, overeenkomstig wat God ons toegewezen heeft,

16om het Evangelie te verkondigen in streken die nog verder weg zijn dan de uwe; zonder te roemen over wat reeds tot stand is gebracht in het toegewezen gebied van een ander.

17

10:17
Jes. 65:16
Jer. 9:23
1 Kor. 1:31
Maar wie roemt, laat hij roemen in de Heere.

18

10:18
Spr. 27:2
Want niet wie zichzelf aanbeveelt, die is welbeproefd, maar wie door de Heere wordt aanbevolen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]