Herziene Statenvertaling (HSV)
6

Paulus' verdrukkingen

61En als

6:1
1 Kor. 3:9
medearbeiders van God roepen wij u er ook toe op
6:1
Hebr. 12:15
de genade van God niet tevergeefs ontvangen te hebben.

2

6:2
Jes. 49:8
Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het de tijd van het welbehagen, zie, nu is het de dag van het heil!

3

6:3
Rom. 14:13
1 Kor. 10:32
Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat de bediening niet gelasterd wordt.

4Maar in alles bewijzen wij onszelf

6:4
1 Kor. 4:1
als dienaars van God,
6:4
2 Kor. 11:23
in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden,

5in slagen, in gevangenissen, in oproer, in ingespannen arbeid, in nachten zonder slaap, in vasten,

6in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde,

7in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde;

8door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en toch waarachtigen;

9als onbekenden en toch bekenden;

6:9
Ps. 118:18
Jes. 26:19
als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood;

10als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten.

11Onze mond heeft zich vrijmoedig voor u geopend, Korinthiërs, ons hart staat wijd open.

12U neemt geen kleine plaats in ons hart in, maar zelf bent u enghartig.6:12 enghartig - Letterlijk: nauw in uw ingewanden.

13Zet dan ook van uw kant – ik spreek

6:13
1 Kor. 4:14
als tot mijn kinderen – uw hart wijd open.

Geen ongelijk span met ongelovigen

14

6:14
Deut. 7:2
1 Kor. 5:9
Vorm geen ongelijk span met ongelovigen,
6:14
1 Sam. 5:1,2
1 Kon. 8:21
1 Kor. 10:21
Efez. 5:11
want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?

15En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?

16Of welk verband is er tussen de tempel van God

6:16
1 Kor. 10:7,14
en de afgoden?
6:16
1 Kor. 3:16
6:19
Efez. 2:21
Hebr. 3:6
1 Petr. 2:5
Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft:
6:16
Ex. 29:45
Lev. 26:11
Ezech. 37:26
Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.

17

6:17
Jes. 52:11
Openb. 18:4
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen,

18

6:18
Jer. 31:1
en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

7

71Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.

De troostrijke komst van Titus

2Geef ons plaats in uw hart. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, wij hebben niemand te gronde gericht, wij hebben niemand uitgebuit.

3Ik zeg dit niet om u te veroordelen, want ik heb

7:3
2 Kor. 6:11,12,13
al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn,7:3 dat wij … verbonden zijn - Letterlijk: dat u in onze harten bent. dat wij samen met u zouden willen sterven en leven.

4Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben vol van vertroosting en

7:4
Matt. 5:12
Hand. 5:41
Filipp. 2:17
Kol. 1:24
word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking.

5Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, heeft ons vlees geen rust gehad,

7:5
Hand. 16:19,23
maar waren wij in alles verdrukt: vanbuiten waren er conflicten, vanbinnen vrees.

6

7:6
2 Kor. 1:4
Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus.

7En niet alleen door zijn komst, maar ook door de troost waarmee hij bij u getroost werd. Hij deed ons namelijk verslag van uw vurig verlangen, uw treuren en uw ijver voor mij, en zo werd ik des te meer verblijd.

Droefheid overeenkomstig de wil van God en droefheid van de wereld

8Want al heb ik u in de brief bedroefd, ik heb er geen berouw van. Hoewel ik er wel berouw van gehad heb, want ik zie dat die brief, ook al is het voor een korte tijd, u bedroefd heeft.

9Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering. Want u bent bedroefd geweest overeenkomstig de wil van God, zodat u in geen enkel opzicht door ons schade hebt geleden.

10

7:10
2 Sam. 12:13
Matt. 26:75
Luk. 18:13
Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.

11Want zie, juist dit, dat u overeenkomstig de wil van God bedroefd bent geworden, wat een grote inzet heeft dat in u teweeggebracht! Ja, wat een verdediging, ja, wat een verontwaardiging, ja, wat een vrees, ja, wat een vurig verlangen, ja, wat een ijver, ja, wat een bestraffing! In alles hebt u bewezen zelf rein te zijn in deze zaak.

12Hoewel ik u dus geschreven heb, was dat niet om hem die onrecht had gedaan, en ook niet om hem die onrecht was aangedaan, maar opdat onze inzet voor u openbaar zou worden bij u, in de tegenwoordigheid van God.

13Daarom zijn wij getroost door uw vertroosting; en wij zijn des te meer verblijd over de blijdschap van Titus, omdat zijn geest door u allen is verkwikt.

14Want als ik in enig opzicht bij hem over u geroemd heb, dan ben ik niet beschaamd geworden. Integendeel, zoals wij alles in waarheid tot u gesproken hebben, zo is ook ons roemen tegenover Titus waarheid gebleken.

15En zijn innige gevoelens voor u zijn des te overvloediger, als hij zich de gehoorzaamheid van u allen herinnert, hoe u hem met vrees en beven hebt ontvangen.

16Ik verblijd mij dus, omdat ik in alles op u kan vertrouwen.

8

Oproep tot vrijgevigheid

81Verder maken wij u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is,

2namelijk dat, te midden van veel beproeving door verdrukking, de overvloed van hun blijdschap en hun buitengewoon diepe armoede in overvloedige mate geleid hebben tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.

3Want, zo getuig ik, zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging;

4

8:4
Hand. 11:29
Rom. 15:26
1 Kor. 16:2
2 Kor. 9:1
en zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.

5En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God.

6Zo hebben wij dan Titus aangespoord dat hij, zoals hij eerder begonnen was, nu ook de inzameling van deze genadegave bij u zou voltooien.

7Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent, in geloof, en in woord, en in kennis, en met alle inzet, en in uw liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig.

8Ik zeg dit niet als bevel, maar om door de inzet van anderen ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven.

9Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus,

8:9
Luk. 9:58
dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

10Ik geef hierin dan ook slechts mijn mening, want dat is nuttig voor u, die niet alleen met het doen, maar ook met het willen reeds een jaar geleden begonnen bent.

11Voltooi echter nu ook het doen, opdat, zoals de bereidwilligheid er was, zo ook de voltooiing er zal zijn, overeenkomstig wat u hebt.

12

8:12
Matt. 12:43
Luk. 21:3
Want als de bereidwilligheid aanwezig is,
8:12
Spr. 3:28
1 Petr. 4:10
dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft, niet overeenkomstig wat hij niet heeft.

13Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking;

14maar uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen, opdat ook hun overvloed er is om wat u ontbreekt aan te vullen, opdat er gelijkheid zal zijn,

15zoals geschreven staat:

8:15
Ex. 16:18
Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig.

Zending van Titus

16Maar God zij dank, Die dezelfde inzet voor u in het hart van Titus gegeven heeft.

17Hij heeft immers mijn aansporing ontvangen, maar is ook uit eigen beweging vol ijver naar u toe gereisd.

18En wij hebben ook de broeder met hem meegezonden die in alle gemeenten lof ontvangt om zijn dienst in het Evangelie;

19en dat niet alleen, maar hij is ook door de gemeenten gekozen als onze reisgenoot met deze genadegave, waar wij de zorg voor dragen tot heerlijkheid van de Heere Zelf, en om uw bereidwilligheid te laten zien.

20Wij proberen het immers te vermijden dat iemand ons verdacht zou maken vanwege dit grote bedrag waar wij zorg voor dragen,

21

8:21
Rom. 12:17
wij, die bedacht zijn op wat goed is, niet alleen voor de Heere, maar ook voor de mensen.

22Ook hebben wij onze broeder met hen meegestuurd, van wie wij in veel opzichten vaak onderkend hebben dat hij ijverig is, en nu is hij nog veel ijveriger door het grote vertrouwen dat hij in u heeft.

23Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; wat onze broeders betreft: zij zijn gezanten van de gemeenten, tot eer van Christus.8:23 tot eer van Christus - Letterlijk: een eer van Christus.

24Toon hun dan het bewijs van uw liefde en van onze roem over u, ook ten overstaan van de gemeenten.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]