Herziene Statenvertaling (HSV)
7

71Toen Salomo geëindigd had dit gebed te bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers,

7:1
1 Kon. 8:10,11
2 Kron. 5:13,14
en de heerlijkheid van de HEERE vervulde het huis.

2De priesters konden het huis van de HEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld.

3Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van de HEERE over het huis zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden de HEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

4De koning en heel het volk brachten offers voor het aangezicht van de HEERE.

5Koning Salomo bracht een dankoffer van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de koning en heel het volk het huis van God in.

6Ook stonden de priesters op hun wachtposten, en de Levieten met de muziekinstrumenten van de HEERE die koning David gemaakt had om de HEERE te loven, zo dikwijls als David door hun dienst Hem zou prijzen dat Zijn goedertierenheid voor eeuwig is. Tegenover hen bliezen de priesters op trompetten, en heel Israël stond.

7Salomo heiligde het midden van de voorhof, die vóór het huis van de HEERE ligt, omdat hij daar het brandoffer en het vet van de dankoffers bereid had, want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon de brandoffers, de graanoffers en het vet van de dankoffers niet bevatten.

8In die tijd hield Salomo ook het feest, zeven dagen lang, en heel Israël met hem, een zeer grote menigte, vanaf Lebo-Hamath tot de Beek van Egypte.

9Op de achtste dag hielden zij een bijzondere samenkomst,

7:9
1 Kon. 8:65
want de inwijding van het altaar hadden zij zeven dagen gehouden, en het feest nog eens zeven dagen.

10Op de drieëntwintigste dag van de zevende maand

7:10
1 Kon. 8:66
liet hij het volk naar hun tenten gaan. Allen waren blij en welgemoed7:10 welgemoed - Letterlijk: goed van hart. over het goede dat de HEERE aan David, aan Salomo en aan Zijn volk Israël, had gedaan.

11

7:11
1 Kon. 9:1
Zo voltooide Salomo het huis van de HEERE en het huis van de koning, en alles wat in het hart van Salomo gekomen was om in het huis van de HEERE en in zijn eigen huis te maken, bracht hij voorspoedig tot stand.

12Toen verscheen de HEERE 's nachts aan Salomo en Hij zei tegen hem: Ik heb uw gebed gehoord en Ik heb voor Mijzelf deze plaats verkozen als offerhuis.

13Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend,

14en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.

15Nu zullen

7:15
2 Kron. 6:40
Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkzaam zijn op het gebed van deze plaats.

16Want nu heb Ik dit huis verkozen en geheiligd, zodat Mijn Naam daar tot in eeuwigheid is. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn.

17En u, wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader David gewandeld heeft, en handelt overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt,

18dan zal Ik de troon van uw koningschap bevestigen, zoals Ik met uw vader David een verbond gesloten heb: Het zal u niet ontbreken aan een man die heerst in Israël.7:18 Het zal … Israël - Letterlijk: Er zal u geen man worden afgesneden die heerst in Israël.

19Maar als u allen zich ooit van achter Mij afkeren zult, en Mijn verordeningen en Mijn geboden, die Ik u voorgehouden heb, verlaat, en andere goden gaat dienen en zich voor hen neerbuigt,

20dan zal Ik hen wegrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en zal Ik dit huis, dat Ik voor Mijn Naam geheiligd heb, van voor Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het onder alle volken tot een spreekwoord en een voorwerp van spot maken.

21En dit huis, dat het allerhoogste was, daarover zal ieder die er voorbijgaat, zich ontzetten en zeggen: Waarom heeft de HEERE zo gedaan met dit land en met dit huis?

22Dan zal men zeggen: Omdat zij de HEERE, de God van hun vaderen, hebben verlaten, Die hen uit het land Egypte had geleid. Zij klampten zich vast aan andere goden en gingen zich voor hen neerbuigen en hen dienen. Daarom heeft Hij al dit kwaad over hen gebracht.

8

Voorspoed onder Salomo

81En het

8:1
1 Kon. 9:10
gebeurde na verloop van twintig jaar, waarin Salomo het huis van de HEERE en zijn eigen huis gebouwd had,

2dat Salomo de steden die Hiram8:2 Hiram - Hebreeuws: Huram; zie ook vers 18. hem8:2 hem - Hebreeuws: Salomo. gegeven had, uitbouwde, en de Israëlieten daar liet wonen.

3Daarna trok Salomo naar Hamath-Zoba, en hij overwon het.

4Hij bouwde Thadmor in de woestijn, en al de voorraadsteden die hij bouwde in Hamath.

5Salomo heeft vervolgens Hoog-Beth-Horon herbouwd, en ook Laag-Beth-Horon, versterkte steden met muren, deuren en grendels,

6Baälath en al de voorraadsteden die Salomo had, al de wagensteden en de ruitersteden,

8:6
1 Kon. 9:1
al wat hij maar verlangde te bouwen,8:6 al wat … te bouwen - Letterlijk: en heel de wens van Salomo, wat hij verlangde te bouwen. in Jeruzalem, op de Libanon en in heel het land van zijn heerschappij.

7Wat al het volk betreft dat overgebleven was van de Hethieten, Amorieten, Ferezieten, Hevieten, en Jebusieten, die niet bij Israël behoorden,

8van hun nakomelingen, die na hen in het land waren overgebleven en die de Israëlieten niet vernietigd hadden, liet Salomo mannen8:8 mannen - Letterlijk: hen. opkomen om in herendienst te werken, tot op deze dag.

9Uit de Israëlieten echter

8:9
1 Kon. 9:22
die Salomo niet tot slaven aanstelde voor zijn werk – zij waren immers strijdbare mannen, bevelhebbers over zijn officieren en de bevelhebbers over zijn wagens en zijn ruiters –

10uit hen waren de opzichters over hen, die aangesteld waren en die van koning Salomo waren, tweehonderdvijftig man, die de leiding hadden over het volk.

11

8:11
1 Kon. 3:1
7:8
9:24
Salomo liet de dochter van de farao vertrekken uit de stad van David naar het huis dat hij voor haar had gebouwd. Want, zei hij, mijn vrouw mag niet in het huis van David, de koning van Israël, wonen, want de plaatsen waar de ark van de HEERE naartoe gekomen is, zijn heilig.

12Toen bracht Salomo brandoffers voor de HEERE op het altaar van de HEERE, dat hij vóór de voorhal gebouwd had,

13om volgens het voorschrift voor elke afzonderlijke dag8:13 het voorschrift … dag - Letterlijk: de zaak van een dag op zijn dag; zie ook vers 14. te offeren, overeenkomstig het gebod van Mozes voor de sabbatten, voor de nieuwemaansdagen, en voor de feestdagen,

8:13
Ex. 23:14,15
Deut. 16:16
drie keer per jaar: op het Feest van de ongezuurde broden, en op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest.

14Hij stelde overeenkomstig de bepaling van zijn vader David de afdelingen van de priesters over hun dienstwerk vast, en die van de Levieten over hun taken, om God te prijzen, en voor de priesters om te dienen, volgens het voorschrift voor elke afzonderlijke dag en die van de

8:14
1 Kron. 9:17
poortwachters volgens hun indelingen per poort.8:14 per poort - Letterlijk: voor een poort en een poort. Zo luidde immers het gebod van David, de man Gods.

15En men week niet af van het gebod van de koning voor de priesters en de Levieten wat betreft welke zaak dan ook en wat betreft de schatten.

16Zo werd al het werk van Salomo gereedgemaakt tot de dag van de grondvesting van het huis van de HEERE, en tot de voltooiing ervan, tot het huis van de HEERE gereed was.

17Toen ging Salomo naar Ezeon-Geber en naar Eloth, aan de oever van de Schelfzee, in het land Edom.

18En Hiram stuurde hem door middel van8:18 door middel van - Letterlijk: door de hand van. zijn dienaren schepen, slaven en kenners van de zee. Samen met de dienaren van Salomo gingen zij naar Ofir en haalden daar vierhonderdvijftig talent8:18 Een talent is ongeveer 30 kilo. goud vandaan, en brachten het naar koning Salomo.

9

De koningin van Sjeba komt in Jeruzalem Salomo bezoeken

91

9:1
1 Kon. 10:1Matt. 12:42
Luk. 11:31
Toen de koningin van Sjeba het gerucht over Salomo hoorde, kwam zij naar Jeruzalem om Salomo met raadsels op de proef te stellen, met een zeer groot gevolg,9:1 een zeer groot gevolg - Letterlijk: een zeer groot vermogen. en met kamelen, beladen met specerijen, met goud in grote hoeveelheid, en met edelstenen. Zij kwam bij Salomo en sprak met hem over alles wat zij op haar hart had.

2En Salomo verklaarde haar al haar vragen. Geen ding was voor Salomo verborgen dat hij haar niet kon verklaren.

3Toen de koningin van Sjeba de wijsheid van Salomo zag, en het huis dat hij had gebouwd,

4het voedsel op zijn tafel, hoe zijn dienaren aanzaten, hoe zijn bedienden klaarstonden, hun kleding, zijn schenkers en hun kleding, en zijn bovenvertrek, waar hij naar het huis van de HEERE ging, was zij buiten zichzelf.9:4 was zij buiten zichzelf - Letterlijk: was er geen adem (SV: geest) meer in haar.

5Zij zei tegen de koning: Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb.

6Maar ik geloofde hun woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft van uw grote wijsheid9:6 uw grote wijsheid - Letterlijk: van de grootheid van uw wijsheid. was mij verteld. U hebt het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.

7Gelukkig zijn uw mannen, en gelukkig deze dienaren van u, die voortdurend in uw dienst staan9:7 in uw dienst staan - Letterlijk: voor uw aangezicht staan. en uw wijsheid horen!

8Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, door u als koning voor de HEERE, uw God, op Zijn troon te zetten! Omdat uw God Israël liefheeft, om het voor eeuwig te doen standhouden, daarom heeft Hij u als koning over hen aangesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

9Zij gaf de koning honderdtwintig talent9:9 Een talent is ongeveer 30 kilo; zie ook vers 13. goud en specerijen in zeer grote hoeveelheid, en edelstenen. Zoals deze soort specerij die de koningin van Sjeba aan koning Salomo gaf, is er nooit geweest.

10Bovendien brachten de dienaren van Hiram9:10 Hiram - Hebreeuws: Huram; zie ook vers 21. en de dienaren van Salomo, die goud uit Ofir vervoerden, sandelhout en edelstenen mee.

11

9:11
1 Kon. 10:12
De koning maakte van dit sandelhout traptreden voor het huis van de HEERE en voor het huis van de koning, en luiten en harpen voor de zangers. Zulk sandelhout was er nog nooit eerder gezien in het land van Juda.

12Koning Salomo gaf de koningin van Sjeba overeenkomstig al haar wensen, alles waar zij om vroeg, meer dan wat zij naar de koning gebracht had. Daarna keerde zij terug en ging naar haar land, zij en haar dienaren.

Rijkdom van Salomo

13Het gewicht van het goud dat in één jaar voor Salomo binnenkwam, was zeshonderdzesenzestig talent goud,

14afgezien van de inkomsten van de rondtrekkende kooplui en de handelaars, en de inkomsten aan goud en zilver voor Salomo van alle koningen van Arabië en van de landvoogden van het land.

15Ook maakte koning Salomo tweehonderd grote schilden van gedreven goud. Zeshonderd sikkel gedreven goud ging op aan één schild.

16Verder driehonderd kleine schilden van gedreven goud; driehonderd sikkel goud liet hij opgaan aan één schild. De koning legde ze in het huis van het Woud van de Libanon.

17Ook maakte de koning een grote ivoren troon en overtrok die met zuiver goud.

18Deze troon had zes treden en er was een voetbank van goud aan de troon bevestigd; en aan beide zijden9:18 aan beide zijden - Letterlijk: vanhier en vandaar; zie ook vers 19. naar de zitplaats toe zaten leuningen,9:18 leuningen - Letterlijk: handen. en bij die leuningen stonden twee leeuwen.

19Er stonden daar dus twaalf leeuwen op de zes treden, aan beide zijden. Zoiets werd er voor geen enkel koninkrijk ooit gemaakt.

20Verder was al het drinkgerei van koning Salomo van goud, en alle voorwerpen in het huis van het Woud van de Libanon waren van bladgoud. Er was niets van zilver. Dat werd in de dagen van Salomo als niets geacht.

21De koning had namelijk schepen die met de dienaren van Hiram op Tarsis voeren. Eens in de drie jaar liepen de schepen van Tarsis binnen, beladen met goud, zilver, ivoor, apen en pauwen.

22Zo werd koning Salomo, wat rijkdom en wijsheid betrof, aanzienlijker dan alle koningen van de aarde.

23En alle koningen van de aarde zochten Salomo op,9:23 zochten Salomo op - Letterlijk: zochten het aangezicht van Salomo. om zijn wijsheid te horen, die God hem in zijn hart had gegeven.

24Ieder van hen bracht zijn geschenk mee: zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen, kleding, wapens, specerijen, paarden en muildieren, jaar op jaar het toegezegde geschenk.9:24 jaar … geschenk - Letterlijk: de zaak van een jaar in een jaar.

25Verder had

9:25
1 Kon. 4:26
10:26
2 Kron. 1:14
Salomo vierduizend stallen voor paarden en strijdwagens, en twaalfduizend ruiters. Die bracht hij onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.

26En hij heerste over alle koningen, van de rivier de Eufraat tot aan het land van de Filistijnen, en tot aan de grens van Egypte.

27

9:27
2 Kron. 1:15
De koning maakte het zilver in Jeruzalem zo overvloedig als stenen, en de ceders maakte hij zo talrijk als de wilde vijgenbomen, die in het Laagland voorkomen.

28En de paarden die Salomo had, werden uit Egypte en uit al die landen aangevoerd.

29Het overige nu van de

9:29
1 Kon. 11:41
geschiedenis van Salomo, van het begin tot het einde,9:29 van het begin tot het einde - Letterlijk: het eerste en het laatste. is dat niet beschreven in de woorden van de profeet Nathan en in de profetie van Ahia uit Silo en in de visioenen van de ziener Jedi over Jerobeam, de zoon van Nebat?

30Salomo nu regeerde in Jeruzalem over heel Israël veertig jaar.

31Daarna ging Salomo te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van zijn vader David, en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.