Herziene Statenvertaling (HSV)
3

De tempelbouw

31Toen begon Salomo het huis van de HEERE te bouwen, in Jeruzalem, op de berg Moria, waar de HEERE

3:1
1 Kron. 21:24,26
aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bepaald had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.

2Hij

3:2
1 Kon. 6:1
begon te bouwen in de tweede maand, op de tweede dag, in het vierde jaar van zijn regering.

3Dit is het fundament van Salomo voor het bouwen van het huis van God: de lengte in ellen volgens de vroegere maat was zestig el en de breedte twintig el.

4En de voorhal, die vooraan was, was in de lengte langs de breedte van het huis twintig el, en de hoogte honderdtwintig. Hij overtrok die vanbinnen met zuiver goud.

5Het grote vertrek3:5 vertrek - Letterlijk: huis; zie ook het vervolg. bedekte hij met cipressenhout, overtrok dat met fijn goud en bracht daarop dadelpalmen en kettingen aan.

6Verder overtrok hij ter versiering het vertrek met kostbare stenen; het goud was goud uit Parvaïm.

7Hij overtrok van het vertrek de balken, de drempels, de wanden ervan en de deuren ervan met goud, en graveerde cherubs op de wanden.

8Vervolgens maakte hij het vertrek van het heilige der heiligen: zijn lengte, langs de breedte van het huis, was twintig el, en zijn breedte twintig el. Dat overtrok hij met fijn goud, in totaal zeshonderd talent.3:8 Een talent is ongeveer 30 kilo.

9En het gewicht aan goud voor de spijkers was in totaal vijftig sikkel3:9 Een sikkel is 10 tot 13 gram. goud. Ook de bovenvertrekken overtrok hij met goud.

10In het vertrek van het heilige der heiligen maakte hij twee cherubs, werk van metaalgieters,3:10 metaalgieters - De betekenis van het Hebreeuwse woord is onzeker; SV: uittrekkend. en hij overtrok die met goud.

11Wat de vleugels van de cherubs betreft: de gezamenlijke lengte ervan was twintig el; de vleugel van de ene cherub was vijf el, en raakte de wand van het huis, en de andere vleugel van vijf el raakte de vleugel van de andere cherub.

12De vleugel van de andere cherub was eveneens vijf el en raakte ook de wand van het vertrek; en de andere vleugel was vijf el en kwam tegen de vleugel van de andere cherub aan.

13De vleugels van deze cherubs spreidden zich dus gezamenlijk twintig el uit, en zij stonden op hun voeten, met hun gezichten naar het vertrek gericht.

14Verder maakte hij

3:14
Matt. 27:51
het voorhangsel van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn linnen, en bracht daarop cherubs aan.

15Vóór het

3:15
1 Kon. 7:15
Jer. 52:21
huis maakte hij twee pilaren, met een lengte van vijfendertig el en het kapiteel dat erbovenop lag, was nog eens vijf el.

16Verder maakte hij kettingen, zoals in het binnenste heiligdom, en maakte ze vast aan de bovenkant van de pilaren. Bovendien maakte hij honderd granaatappels, en maakte ze vast tussen de kettingen.

17Hij richtte de pilaren op vóór de tempel, een aan de rechter- en een aan de linkerkant. De rechterpilaar gaf hij de naam Jachin, en de linker Boaz.

4

De voorwerpen van de tempel

41Hij maakte ook een koperen altaar; zijn lengte was twintig el, zijn breedte twintig el, en zijn hoogte tien el.

2Verder maakte hij de gegoten zee; tien el van zijn ene rand tot zijn andere rand, helemaal rond, en vijf el in zijn hoogte: een meetlint van dertig el kon hem rondom omspannen.

3Aan de onderkant ervan bevond zich rondom een afbeelding van runderen, die hem rondom omringden, tien per el, om heel de zee heen. Twee rijen van deze runderen waren bij het gieten ervan meegegoten.

4Hij stond op twaalf runderen, drie naar het noorden gekeerd, drie naar het westen gekeerd, drie naar het zuiden gekeerd en drie naar het oosten gekeerd, en de zee stond daarbovenop. Al hun achterlijven waren naar binnen gekeerd.

5En zijn dikte was een handbreed en zijn rand had de vorm van de rand van een beker, als een leliebloesem. Hij kon drieduizend bath bevatten.4:5 Hij kon … bevatten - Letterlijk: Die bathen vast kon houden; drieduizend kon hij bevatten; zie ook 1 Kon. 7:26.

6Hij maakte ook tien spoelbekkens, zette er vijf aan de rechterkant en vijf aan de linkerkant om daarin het offervlees te wassen. Men spoelde daarin de benodigdheden van het brandoffer af. De zee was echter bestemd voor de priesters om zich daarin te wassen.

7Hij maakte verder

4:7
1 Kon. 7:48,49
tien gouden kandelaars, volgens de bepaling ervoor, en hij zette ze in de tempel, vijf aan de rechterkant, en vijf aan de linkerkant.

8Ook maakte hij tien tafels, en hij plaatste ze in de tempel, vijf aan de rechterkant, en vijf aan de linkerkant, en hij maakte honderd gouden sprengbekkens.

9Verder maakte hij de voorhof voor de priesters, de grote voorhof en de deuren voor de voorhof, en overtrok de deuren ervan met koper.

10De zee zette hij aan de rechterzijde, in zuidoostelijke richting.4:10 in … richting - Letterlijk: oostwaarts tegenover het zuiden.

11Verder maakte Huram de potten, de scheppen en de sprengbekkens; en Hiram voltooide het werk dat hij voor koning Salomo maakte ten behoeve van het huis van God,

12te weten de twee pilaren met de bollen en de kapitelen die boven op de twee pilaren lagen, en de twee vlechtwerken om de twee bollen van de kapitelen die boven op de pilaren lagen, te bedekken,

13de vierhonderd granaatappels voor de twee vlechtwerken, twee rijen granaatappels per vlechtwerk, om de twee bollen van de kapitelen die op de pilaren lagen, te bedekken.

14Hij maakte ook de onderstellen, en de spoelbekkens maakte hij op de onderstellen.

15Verder maakte hij de ene zee en de twaalf runderen daaronder.

16Ook de potten, de scheppen en de vorken en al de bijbehorende voorwerpen maakte Huram Abi voor koning Salomo ten behoeve van het huis van de HEERE, alles van gepolijst koper.

17In de vlakte van de Jordaan liet de koning ze gieten, tussen Sukkoth en Zeredata, in vormen van zware klei.

18Salomo maakte al deze voorwerpen in zeer grote hoeveelheid. Ja, het gewicht van het koper werd niet meer nagegaan.

19

4:19
1 Kon. 7:48
Ook maakte Salomo alle voorwerpen die voor het huis van God bestemd waren: het gouden altaar, de tafels waarop de toonbroden lagen,

20de kandelaars en hun lampen van bladgoud, om volgens de bepaling te branden vóór het binnenste heiligdom,

21de bloesems, de lampen en de snuiters, van goud – dat alles van het zuiverste goud –

22de messen, de sprengbekkens, de kommen, de vuurschalen, van bladgoud. Wat de ingang van het huis betreft: de deuren van het binnenste deel ervan, voor het heilige der heiligen, en de deuren van het tempelhuis, waren van goud.

5

De ark in de tempel gebracht

51Zo werd al het werk voltooid dat Salomo voor het huis van de HEERE verrichtte. Daarna bracht Salomo de geheiligde gaven van zijn vader David over. Het zilver, het goud en al de voorwerpen legde hij in de schatkamers van het huis van God.

2Toen riep Salomo de oudsten van Israël bijeen en alle hoofden van de stammen, de leiders van de families onder de Israëlieten, in Jeruzalem, om de ark van het verbond van de HEERE over te brengen uit de stad van David, dat is Sion.

3Alle mannen van Israël kwamen bij de koning bijeen voor het feest, dat van de zevende maand.

4Alle oudsten van Israël kwamen, en de Levieten namen de ark op

5en zij brachten de ark en de tent van ontmoeting over met alle heilige voorwerpen die in de tent waren. De priesters en de Levieten brachten ze over.

6Koning Salomo en de hele gemeenschap van Israël, die zich bij hem had verzameld, stonden vóór de ark. Zij offerden schapen en runderen, die vanwege hun grote hoeveelheid niet geschat of geteld konden worden.

7Zo brachten de priesters de ark van het verbond van de HEERE op zijn plaats, tot in het binnenste heiligdom van het huis, tot in het heilige der heiligen, tot onder de vleugels van de cherubs,

8zodat de cherubs beide vleugels uitspreidden over de plaats van de ark: de cherubs bedekten de ark en zijn draagbomen vanboven.

9Daarna schoven zij de draagbomen verder uit, zodat de uiteinden van de draagbomen wel zichtbaar waren vanaf de ark vóór het binnenste heiligdom, maar buiten niet zichtbaar waren. De ark is daar tot op deze dag.

10Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij de Horeb erin gelegd had, toen de HEERE een verbond gesloten had met de Israëlieten, toen zij uit Egypte waren vertrokken.

11En het gebeurde, toen de priesters uit het heilige naar buiten kwamen – alle priesters die te vinden waren, hadden zich immers geheiligd, zonder zich te houden aan de afdelingen –

12en de Levieten, te weten alle zangers onder hen, Asaf, Heman, Jeduthun, hun zonen en hun broeders, in fijn linnen gekleed, met cimbalen, met luiten en harpen, stonden ten oosten van het altaar, en met hen tot honderdtwintig priesters toe, die op trompetten bliezen –

13het gebeurde nu, toen zij eenparig op de trompet bliezen en toen zij zongen door met een eenparige stem een lied te laten horen om de HEERE te prijzen en te loven, ja, toen zij de stem verhieven met trompetten, met cimbalen en andere muziekinstrumenten, en toen zij de HEERE prezen met de woorden: Voorzeker, Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, dat het huis, het huis van de HEERE, met een wolk vervuld werd.

14En de priesters konden, vanwege die wolk, niet blijven staan om te dienen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van God vervuld.