Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Voorbereiding voor de tempelbouw

21Toen besloot2:1 besloot - Letterlijk: zei. Salomo voor de Naam van de HEERE een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.

2En Salomo wees een getal aan van2:2 wees een getal aan van - Letterlijk: telde. zeventigduizend man als lastdragers, en tachtigduizend man als steenhouwers in het bergland

2:2
1 Kon. 5:16
en drieduizend zeshonderd als opzichters erover.

3Daarop

2:3
1 Kon. 5:2
stuurde Salomo boden naar Hiram,2:3 Hiram - Hebreeuws: Huram; zie ook vers 11 en 12. de koning van Tyrus, om te zeggen: Doe met mij, zoals u met mijn vader David gedaan hebt. U hebt hem indertijd ceders gestuurd om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen.

4Zie, ik ga een huis voor de Naam van de HEERE, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om voor Zijn aangezicht geurig reukwerk in rook te laten opgaan, voor het voortdurend uitgestalde brood, en voor de

2:4
Num. 28:9,10,11
brandoffers voor de ochtend en voor de avond, op de sabbatten, en op de nieuwemaansdagen, en op de vastgestelde tijden van de HEERE, onze God. Dit is voor eeuwig ingesteld in Israël.

5Het huis dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle goden.

6Wie zou echter kracht hebben om voor Hem een huis te bouwen?

2:6
1 Kon. 8:27
2 Kron. 6:18
Job 11:7,8,9
Jes. 66:1
Jer. 23:24
Matt. 5:34,35
Hand. 7:49
17:24
Voorzeker, de hemel, ja, de allerhoogste hemel,2:6 de allerhoogste hemel - Letterlijk: de hemel der hemelen. kan Hem niet bevatten! En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, als het niet was om reukoffers voor Zijn aangezicht te brengen?

7Welnu, stuur mij een kundige man die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, en van roodpurper, van karmozijnrood en van blauwpurper, en er bedreven in is2:7 er bedreven in is - Letterlijk: die weet; zie ook vers 8 en 14. graveringen aan te brengen, samen met de wijzen die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David aangetrokken heeft.

8Stuur mij ook ceders, cipressen en sandelhout van de Libanon, want ik weet dat uw dienaren bedreven zijn in het kappen van het hout van de Libanon. En zie, mijn dienaren zullen samen met uw dienaren zijn.

9En dat om voor mij hout in overvloed gereed te maken, want het huis dat ik ga bouwen, zal groot en wonderbaarlijk zijn.

10En zie, ik zal uw dienaren, de houthakkers, die het hout hakken, twintigduizend kor2:10 Een kor is vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter. uitgeslagen tarwe, en twintigduizend kor gerst, twintigduizend bath2:10 Een bath is vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. wijn, en twintigduizend bath olie geven.

11Hiram, de koning van Tyrus, antwoordde2:11 antwoordde - Letterlijk: zei. in een brief, en stuurde deze boodschap naar Salomo: Omdat de HEERE Zijn volk liefheeft, heeft Hij u tot koning over hen aangesteld.

12Verder zei Hiram: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël,

2:12
Gen. 1:2
Ex. 20:11
Ps. 33:6
96:5
102:26
124:8
136:5,6
Hand. 4:24
14:15
Openb. 10:6
Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij koning David een wijze zoon, die verstand en inzicht heeft,2:12 heeft- Letterlijk: kent; zie ook vers 13. gegeven heeft, die een huis voor de HEERE en een huis voor zijn koninkrijk wil bouwen!

13Welnu, ik stuur een wijze man, die inzicht heeft, Huram Abi.

14Hij is de zoon van een vrouw uit de dochters van Dan, en zijn vader is een man uit Tyrus, die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, van stenen en van hout, van roodpurper, van blauwpurper, van fijn linnen, en van karmozijnrood, en om allerlei graveringen aan te brengen, en om elk ontwerp te bedenken naar het hem aangegeven zal worden, samen met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.

15Nu dan, laat mijn heer zijn dienaren de tarwe en de gerst, de olie en de wijn, die hij

2:15
Vers
toegezegd heeft, sturen.

16En wíj zullen bomen van de Libanon kappen, zoveel als u nodig hebt, en wij zullen die naar u als vlotten over zee naar Jafo brengen. En ú moet ze vandaar overbrengen naar Jeruzalem.

17En Salomo

2:17
1 Kon. 5:15
telde alle mannelijke vreemdelingen2:17 alle mannelijke vreemdelingen - Letterlijk: alle mannen de vreemdelingen. die in het land van Israël waren,
2:17
1 Kron. 22:2
na de telling die zijn vader David gehouden had. En het bleken er honderddrieënvijftigduizend zeshonderd te zijn.

18En hij maakte van hen zeventigduizend lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het bergland en drieduizend zeshonderd opzichters om het volk te laten dienen.

3

De tempelbouw

31Toen begon Salomo het huis van de HEERE te bouwen, in Jeruzalem, op de berg Moria, waar de HEERE

3:1
1 Kron. 21:24,26
aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bepaald had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.

2Hij

3:2
1 Kon. 6:1
begon te bouwen in de tweede maand, op de tweede dag, in het vierde jaar van zijn regering.

3Dit is het fundament van Salomo voor het bouwen van het huis van God: de lengte in ellen volgens de vroegere maat was zestig el en de breedte twintig el.

4En de voorhal, die vooraan was, was in de lengte langs de breedte van het huis twintig el, en de hoogte honderdtwintig. Hij overtrok die vanbinnen met zuiver goud.

5Het grote vertrek3:5 vertrek - Letterlijk: huis; zie ook het vervolg. bedekte hij met cipressenhout, overtrok dat met fijn goud en bracht daarop dadelpalmen en kettingen aan.

6Verder overtrok hij ter versiering het vertrek met kostbare stenen; het goud was goud uit Parvaïm.

7Hij overtrok van het vertrek de balken, de drempels, de wanden ervan en de deuren ervan met goud, en graveerde cherubs op de wanden.

8Vervolgens maakte hij het vertrek van het heilige der heiligen: zijn lengte, langs de breedte van het huis, was twintig el, en zijn breedte twintig el. Dat overtrok hij met fijn goud, in totaal zeshonderd talent.3:8 Een talent is ongeveer 30 kilo.

9En het gewicht aan goud voor de spijkers was in totaal vijftig sikkel3:9 Een sikkel is 10 tot 13 gram. goud. Ook de bovenvertrekken overtrok hij met goud.

10In het vertrek van het heilige der heiligen maakte hij twee cherubs, werk van metaalgieters,3:10 metaalgieters - De betekenis van het Hebreeuwse woord is onzeker; SV: uittrekkend. en hij overtrok die met goud.

11Wat de vleugels van de cherubs betreft: de gezamenlijke lengte ervan was twintig el; de vleugel van de ene cherub was vijf el, en raakte de wand van het huis, en de andere vleugel van vijf el raakte de vleugel van de andere cherub.

12De vleugel van de andere cherub was eveneens vijf el en raakte ook de wand van het vertrek; en de andere vleugel was vijf el en kwam tegen de vleugel van de andere cherub aan.

13De vleugels van deze cherubs spreidden zich dus gezamenlijk twintig el uit, en zij stonden op hun voeten, met hun gezichten naar het vertrek gericht.

14Verder maakte hij

3:14
Matt. 27:51
het voorhangsel van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn linnen, en bracht daarop cherubs aan.

15Vóór het

3:15
1 Kon. 7:15
Jer. 52:21
huis maakte hij twee pilaren, met een lengte van vijfendertig el en het kapiteel dat erbovenop lag, was nog eens vijf el.

16Verder maakte hij kettingen, zoals in het binnenste heiligdom, en maakte ze vast aan de bovenkant van de pilaren. Bovendien maakte hij honderd granaatappels, en maakte ze vast tussen de kettingen.

17Hij richtte de pilaren op vóór de tempel, een aan de rechter- en een aan de linkerkant. De rechterpilaar gaf hij de naam Jachin, en de linker Boaz.

4

De voorwerpen van de tempel

41Hij maakte ook een koperen altaar; zijn lengte was twintig el, zijn breedte twintig el, en zijn hoogte tien el.

2Verder maakte hij de gegoten zee; tien el van zijn ene rand tot zijn andere rand, helemaal rond, en vijf el in zijn hoogte: een meetlint van dertig el kon hem rondom omspannen.

3Aan de onderkant ervan bevond zich rondom een afbeelding van runderen, die hem rondom omringden, tien per el, om heel de zee heen. Twee rijen van deze runderen waren bij het gieten ervan meegegoten.

4Hij stond op twaalf runderen, drie naar het noorden gekeerd, drie naar het westen gekeerd, drie naar het zuiden gekeerd en drie naar het oosten gekeerd, en de zee stond daarbovenop. Al hun achterlijven waren naar binnen gekeerd.

5En zijn dikte was een handbreed en zijn rand had de vorm van de rand van een beker, als een leliebloesem. Hij kon drieduizend bath bevatten.4:5 Hij kon … bevatten - Letterlijk: Die bathen vast kon houden; drieduizend kon hij bevatten; zie ook 1 Kon. 7:26.

6Hij maakte ook tien spoelbekkens, zette er vijf aan de rechterkant en vijf aan de linkerkant om daarin het offervlees te wassen. Men spoelde daarin de benodigdheden van het brandoffer af. De zee was echter bestemd voor de priesters om zich daarin te wassen.

7Hij maakte verder

4:7
1 Kon. 7:48,49
tien gouden kandelaars, volgens de bepaling ervoor, en hij zette ze in de tempel, vijf aan de rechterkant, en vijf aan de linkerkant.

8Ook maakte hij tien tafels, en hij plaatste ze in de tempel, vijf aan de rechterkant, en vijf aan de linkerkant, en hij maakte honderd gouden sprengbekkens.

9Verder maakte hij de voorhof voor de priesters, de grote voorhof en de deuren voor de voorhof, en overtrok de deuren ervan met koper.

10De zee zette hij aan de rechterzijde, in zuidoostelijke richting.4:10 in … richting - Letterlijk: oostwaarts tegenover het zuiden.

11Verder maakte Huram de potten, de scheppen en de sprengbekkens; en Hiram voltooide het werk dat hij voor koning Salomo maakte ten behoeve van het huis van God,

12te weten de twee pilaren met de bollen en de kapitelen die boven op de twee pilaren lagen, en de twee vlechtwerken om de twee bollen van de kapitelen die boven op de pilaren lagen, te bedekken,

13de vierhonderd granaatappels voor de twee vlechtwerken, twee rijen granaatappels per vlechtwerk, om de twee bollen van de kapitelen die op de pilaren lagen, te bedekken.

14Hij maakte ook de onderstellen, en de spoelbekkens maakte hij op de onderstellen.

15Verder maakte hij de ene zee en de twaalf runderen daaronder.

16Ook de potten, de scheppen en de vorken en al de bijbehorende voorwerpen maakte Huram Abi voor koning Salomo ten behoeve van het huis van de HEERE, alles van gepolijst koper.

17In de vlakte van de Jordaan liet de koning ze gieten, tussen Sukkoth en Zeredata, in vormen van zware klei.

18Salomo maakte al deze voorwerpen in zeer grote hoeveelheid. Ja, het gewicht van het koper werd niet meer nagegaan.

19

4:19
1 Kon. 7:48
Ook maakte Salomo alle voorwerpen die voor het huis van God bestemd waren: het gouden altaar, de tafels waarop de toonbroden lagen,

20de kandelaars en hun lampen van bladgoud, om volgens de bepaling te branden vóór het binnenste heiligdom,

21de bloesems, de lampen en de snuiters, van goud – dat alles van het zuiverste goud –

22de messen, de sprengbekkens, de kommen, de vuurschalen, van bladgoud. Wat de ingang van het huis betreft: de deuren van het binnenste deel ervan, voor het heilige der heiligen, en de deuren van het tempelhuis, waren van goud.