Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Salomo bidt om wijsheid

11Salomo, de zoon van David,

1:1
1 Kon. 2:46
verstevigde zijn positie in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem buitengewoon machtig.

2Salomo sprak tot heel Israël, tot de bevelhebbers van duizend en van honderd, en tot de rechters, en tot elke leider in heel Israël, de hoofden van de families.

3En Salomo en heel de gemeente met hem

1:3
1 Kon. 3:4
gingen op weg naar de offerhoogte die in Gibeon was,
1:3
1 Kron. 16:39
21:29
omdat daar de tent van ontmoeting van God stond, die Mozes, de dienaar van de HEERE, in de woestijn gemaakt had.

4David

1:4
2 Sam. 6:2,17
1 Kron. 16:1
had de ark van God echter uit Kirjath-Jearim overgebracht naar de plaats die David ervoor had gereedgemaakt, want hij had er in Jeruzalem een tent voor opgezet.

5En het koperen altaar dat

1:5
Ex. 38:1
Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, gemaakt had, had hij voor de tabernakel van de HEERE gezet. En Salomo bezocht dat met de gemeente.

6En Salomo offerde daar, voor het aangezicht van de HEERE, op het koperen altaar dat bij de tent van ontmoeting hoorde. Duizend brandoffers bracht hij daarop.

7In die nacht verscheen God aan Salomo en zei tegen hem: Vraag wat Ik u geven zal.

8Salomo zei tegen God: Ú hebt aan mijn vader David grote goedertierenheid bewezen,

1:8
1 Kron. 28:5
en mij in zijn plaats koning gemaakt.

9Nu dan, HEERE God, laat Uw woord tot mijn vader David bewaarheid worden! Ú hebt mij

1:9
1 Kon. 3:7
immers koning gemaakt over een volk, talrijk als het stof van de aarde.

10

1:10
1 Kon. 3:9,11,12
Geef mij nu wijsheid en kennis, zodat ik voor de ogen van dit volk uitga en inga, want wie zou over dit grote volk van U kunnen rechtspreken?

11Toen zei God tegen Salomo: Omdat dit in uw hart geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en eer gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven1:11 een lang leven - Letterlijk: vele dagen. gevraagd hebt, maar wijsheid en kennis voor uzelf gevraagd hebt, zodat u over Mijn volk, waarover Ik u koning gemaakt heb, zou kunnen rechtspreken,

12daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom, bezittingen en eer geven, zoveel als

1:12
1 Kon. 3:13
1 Kron. 29:25
2 Kron. 9:22
de koningen vóór u niet gehad hebben en zoveel als de koningen na u niet zullen hebben.

13Zo kwam Salomo in Jeruzalem, van de offerhoogte die te Gibeon is, van voor de tent van ontmoeting, en hij regeerde over Israël.

14Verder

1:14
1 Kon. 4:26
10:26
2 Kron. 9:25
verzamelde Salomo strijdwagens en ruiters. Hij had veertienhonderd strijdwagens en twaalfduizend ruiters. Hij bracht ze onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.

15De koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem zo overvloedig als stenen, en de ceders maakte hij zo talrijk als de wilde vijgenbomen die in het Laagland voorkomen.

16En

1:16
1 Kon. 10:28
2 Kron. 9:28
de aanvoer van de paarden die Salomo had, was uit Egypte en uit Kewe. Kooplieden van de koning namen ze tegen een bepaalde prijs uit Kewe mee.

17Een wagen werd uit Egypte uitgevoerd1:17 werd … uitgevoerd - Letterlijk: zij kwamen op en gingen uit. voor zeshonderd zilverstukken en een paard voor honderdvijftig. Zo voerden ze die door hun tussenkomst1:17 tussenkomst - Letterlijk: hand. uit naar alle koningen van de Hethieten en de koningen van Syrië.

2

Voorbereiding voor de tempelbouw

21Toen besloot2:1 besloot - Letterlijk: zei. Salomo voor de Naam van de HEERE een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.

2En Salomo wees een getal aan van2:2 wees een getal aan van - Letterlijk: telde. zeventigduizend man als lastdragers, en tachtigduizend man als steenhouwers in het bergland

2:2
1 Kon. 5:16
en drieduizend zeshonderd als opzichters erover.

3Daarop

2:3
1 Kon. 5:2
stuurde Salomo boden naar Hiram,2:3 Hiram - Hebreeuws: Huram; zie ook vers 11 en 12. de koning van Tyrus, om te zeggen: Doe met mij, zoals u met mijn vader David gedaan hebt. U hebt hem indertijd ceders gestuurd om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen.

4Zie, ik ga een huis voor de Naam van de HEERE, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om voor Zijn aangezicht geurig reukwerk in rook te laten opgaan, voor het voortdurend uitgestalde brood, en voor de

2:4
Num. 28:9,10,11
brandoffers voor de ochtend en voor de avond, op de sabbatten, en op de nieuwemaansdagen, en op de vastgestelde tijden van de HEERE, onze God. Dit is voor eeuwig ingesteld in Israël.

5Het huis dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle goden.

6Wie zou echter kracht hebben om voor Hem een huis te bouwen?

2:6
1 Kon. 8:27
2 Kron. 6:18
Job 11:7,8,9
Jes. 66:1
Jer. 23:24
Matt. 5:34,35
Hand. 7:49
17:24
Voorzeker, de hemel, ja, de allerhoogste hemel,2:6 de allerhoogste hemel - Letterlijk: de hemel der hemelen. kan Hem niet bevatten! En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, als het niet was om reukoffers voor Zijn aangezicht te brengen?

7Welnu, stuur mij een kundige man die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, en van roodpurper, van karmozijnrood en van blauwpurper, en er bedreven in is2:7 er bedreven in is - Letterlijk: die weet; zie ook vers 8 en 14. graveringen aan te brengen, samen met de wijzen die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David aangetrokken heeft.

8Stuur mij ook ceders, cipressen en sandelhout van de Libanon, want ik weet dat uw dienaren bedreven zijn in het kappen van het hout van de Libanon. En zie, mijn dienaren zullen samen met uw dienaren zijn.

9En dat om voor mij hout in overvloed gereed te maken, want het huis dat ik ga bouwen, zal groot en wonderbaarlijk zijn.

10En zie, ik zal uw dienaren, de houthakkers, die het hout hakken, twintigduizend kor2:10 Een kor is vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter. uitgeslagen tarwe, en twintigduizend kor gerst, twintigduizend bath2:10 Een bath is vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. wijn, en twintigduizend bath olie geven.

11Hiram, de koning van Tyrus, antwoordde2:11 antwoordde - Letterlijk: zei. in een brief, en stuurde deze boodschap naar Salomo: Omdat de HEERE Zijn volk liefheeft, heeft Hij u tot koning over hen aangesteld.

12Verder zei Hiram: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël,

2:12
Gen. 1:2
Ex. 20:11
Ps. 33:6
96:5
102:26
124:8
136:5,6
Hand. 4:24
14:15
Openb. 10:6
Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij koning David een wijze zoon, die verstand en inzicht heeft,2:12 heeft- Letterlijk: kent; zie ook vers 13. gegeven heeft, die een huis voor de HEERE en een huis voor zijn koninkrijk wil bouwen!

13Welnu, ik stuur een wijze man, die inzicht heeft, Huram Abi.

14Hij is de zoon van een vrouw uit de dochters van Dan, en zijn vader is een man uit Tyrus, die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, van stenen en van hout, van roodpurper, van blauwpurper, van fijn linnen, en van karmozijnrood, en om allerlei graveringen aan te brengen, en om elk ontwerp te bedenken naar het hem aangegeven zal worden, samen met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.

15Nu dan, laat mijn heer zijn dienaren de tarwe en de gerst, de olie en de wijn, die hij

2:15
Vers
toegezegd heeft, sturen.

16En wíj zullen bomen van de Libanon kappen, zoveel als u nodig hebt, en wij zullen die naar u als vlotten over zee naar Jafo brengen. En ú moet ze vandaar overbrengen naar Jeruzalem.

17En Salomo

2:17
1 Kon. 5:15
telde alle mannelijke vreemdelingen2:17 alle mannelijke vreemdelingen - Letterlijk: alle mannen de vreemdelingen. die in het land van Israël waren,
2:17
1 Kron. 22:2
na de telling die zijn vader David gehouden had. En het bleken er honderddrieënvijftigduizend zeshonderd te zijn.

18En hij maakte van hen zeventigduizend lastdragers, tachtigduizend steenhouwers in het bergland en drieduizend zeshonderd opzichters om het volk te laten dienen.

3

De tempelbouw

31Toen begon Salomo het huis van de HEERE te bouwen, in Jeruzalem, op de berg Moria, waar de HEERE

3:1
1 Kron. 21:24,26
aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bepaald had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.

2Hij

3:2
1 Kon. 6:1
begon te bouwen in de tweede maand, op de tweede dag, in het vierde jaar van zijn regering.

3Dit is het fundament van Salomo voor het bouwen van het huis van God: de lengte in ellen volgens de vroegere maat was zestig el en de breedte twintig el.

4En de voorhal, die vooraan was, was in de lengte langs de breedte van het huis twintig el, en de hoogte honderdtwintig. Hij overtrok die vanbinnen met zuiver goud.

5Het grote vertrek3:5 vertrek - Letterlijk: huis; zie ook het vervolg. bedekte hij met cipressenhout, overtrok dat met fijn goud en bracht daarop dadelpalmen en kettingen aan.

6Verder overtrok hij ter versiering het vertrek met kostbare stenen; het goud was goud uit Parvaïm.

7Hij overtrok van het vertrek de balken, de drempels, de wanden ervan en de deuren ervan met goud, en graveerde cherubs op de wanden.

8Vervolgens maakte hij het vertrek van het heilige der heiligen: zijn lengte, langs de breedte van het huis, was twintig el, en zijn breedte twintig el. Dat overtrok hij met fijn goud, in totaal zeshonderd talent.3:8 Een talent is ongeveer 30 kilo.

9En het gewicht aan goud voor de spijkers was in totaal vijftig sikkel3:9 Een sikkel is 10 tot 13 gram. goud. Ook de bovenvertrekken overtrok hij met goud.

10In het vertrek van het heilige der heiligen maakte hij twee cherubs, werk van metaalgieters,3:10 metaalgieters - De betekenis van het Hebreeuwse woord is onzeker; SV: uittrekkend. en hij overtrok die met goud.

11Wat de vleugels van de cherubs betreft: de gezamenlijke lengte ervan was twintig el; de vleugel van de ene cherub was vijf el, en raakte de wand van het huis, en de andere vleugel van vijf el raakte de vleugel van de andere cherub.

12De vleugel van de andere cherub was eveneens vijf el en raakte ook de wand van het vertrek; en de andere vleugel was vijf el en kwam tegen de vleugel van de andere cherub aan.

13De vleugels van deze cherubs spreidden zich dus gezamenlijk twintig el uit, en zij stonden op hun voeten, met hun gezichten naar het vertrek gericht.

14Verder maakte hij

3:14
Matt. 27:51
het voorhangsel van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn linnen, en bracht daarop cherubs aan.

15Vóór het

3:15
1 Kon. 7:15
Jer. 52:21
huis maakte hij twee pilaren, met een lengte van vijfendertig el en het kapiteel dat erbovenop lag, was nog eens vijf el.

16Verder maakte hij kettingen, zoals in het binnenste heiligdom, en maakte ze vast aan de bovenkant van de pilaren. Bovendien maakte hij honderd granaatappels, en maakte ze vast tussen de kettingen.

17Hij richtte de pilaren op vóór de tempel, een aan de rechter- en een aan de linkerkant. De rechterpilaar gaf hij de naam Jachin, en de linker Boaz.