Herziene Statenvertaling (HSV)
12

Sisak verslaat Rehabeam

121En het

12:1
1 Kon. 14:22
gebeurde, toen Rehabeam zijn koningschap gevestigd had en hij sterk geworden was, dat hij de wet van de HEERE verliet, en heel Israël met hem.

2Nu gebeurde het in

12:2
1 Kon. 14:25
het vijfde jaar van koning Rehabeam dat Sisak, de koning van Egypte, optrok tegen Jeruzalem, omdat zij de HEERE ontrouw waren,

3met twaalfhonderd strijdwagens en met zestigduizend ruiters. En het volk dat met hem uit Egypte kwam, Libiërs, Suchieten en Cusjieten, was niet te tellen.

4Hij nam de versterkte steden in, die Juda had, en hij kwam tot aan Jeruzalem.

5Toen kwam de profeet Semaja bij Rehabeam en de vorsten van Juda, die zich vanwege de komst van Sisak in Jeruzalem verzameld hadden, en zei tegen hen: Zo zegt de HEERE: Ú hebt Mij verlaten, daarom heb Ík u ook overgelaten in de handen van Sisak.

6Daarop vernederden de leiders van Israël en de koning zichzelf en zeiden: De HEERE is rechtvaardig.

7En toen de HEERE zag dat zij zich vernederden, kwam het woord van de HEERE tot Semaja: Omdat zij zich hebben vernederd, zal Ik hen niet te gronde richten. Ik zal hen binnenkort ontkoming geven, en Mijn grimmigheid zal niet over Jeruzalem door de hand van Sisak uitgegoten worden.

8Zij zullen hem echter tot dienaren zijn, zodat zij het verschil tussen Mijn dienst en de dienst van de koninkrijken van de landen leren kennen.

9Sisak, de koning van Egypte, trok op tegen Jeruzalem en nam de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van het huis van de koning weg, ja, hij nam alles weg. Hij nam ook de gouden schilden weg die Salomo

12:9
1 Kon. 10:16
2 Kron. 9:15
gemaakt had.

10In plaats daarvan maakte koning Rehabeam bronzen schilden en stelde die onder de verantwoordelijkheid12:10 onder de verantwoordelijkheid - Letterlijk: over de hand. van de bevelhebbers van de lijfwachten, die de ingang van het huis van de koning bewaakten.

11En het gebeurde, zo dikwijls als de koning naar het huis van de HEERE ging, dat de lijfwachten kwamen en ze droegen en ze daarna weer terugbrachten naar de wachtruimte voor de lijfwachten.

12Omdat hij zich vernederde, keerde de toorn van de HEERE zich van hem af en richtte Hij hem niet geheel en al te gronde. Er waren in Juda ook nog goede dingen.

13Zo verstevigde koning Rehabeam zijn positie in Jeruzalem en bleef hij regeren.

12:13
1 Kon. 14:21
Rehabeam was namelijk eenenveertig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem, de stad die de HEERE uit alle stammen van Israël
12:13
2 Kron. 6:6
verkozen had, om Zijn Naam daar te vestigen. De naam van zijn moeder was Naäma, een Ammonitische.

14En hij deed wat slecht was, omdat hij zijn hart er niet op richtte om de HEERE te zoeken.

Dood van Rehabeam

15De geschiedenis van Rehabeam, van het begin tot het einde,12:15 van het begin tot het einde - Letterlijk: het eerste en het laatste. is die niet beschreven in de woorden van de profeet Semaja en de ziener Iddo, volgens het geslachtsregister, evenals de oorlogen tussen Rehabeam en Jerobeam, al hun dagen?

16En Rehabeam ging te ruste bij zijn vaderen en werd begraven in de stad van David. En zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.

13

Abia koning van Juda

131In

13:1
1 Kon. 15:1
het achttiende jaar van koning Jerobeam werd Abia koning over Juda.

2Hij regeerde drie jaar in Jeruzalem, en de naam van zijn moeder was Michaja, de dochter van Uriël uit Gibea. En er was oorlog tussen Abia en Jerobeam.

3En Abia bond de strijd aan met een leger van strijdbare helden, vierhonderdduizend van de beste mannen. Jerobeam stelde zich op voor de strijd tegen hem met achthonderdduizend van de beste mannen, dappere helden.

4Toen ging Abia boven op de berg Zemaraïm staan, die zich in het bergland van Efraïm bevindt, en hij zei: Luister naar mij, Jerobeam en heel Israël!

5Weet u niet dat de HEERE, de God van Israël, voor eeuwig het koningschap over Israël aan David gegeven heeft, aan hem en aan zijn zonen, door een met zout bekrachtigd verbond?

6

13:6
1 Kon. 11:26
Toch stond Jerobeam, de zoon van Nebat, de dienaar van Salomo, de zoon van David, op en kwam hij in opstand tegen zijn heer.

7Bij hem kwamen leeglopers, verdorven lieden, bijeen, en die hebben zich sterk gemaakt tegen Rehabeam, de zoon van Salomo, toen Rehabeam nog jong en onervaren13:7 onervaren - Letterlijk: week van hart. was, zodat hij zich tegen hen niet sterk kon maken.

8En nu denkt13:8 denkt - Letterlijk: zegt. u dat u zich sterk kunt maken tegen het koningschap van de HEERE, dat in de hand van de zonen van David is. U bent weliswaar met een grote troepenmacht, maar u hebt gouden kalveren bij u,

13:8
1 Kon. 12:28
die Jerobeam voor u tot goden gemaakt heeft.

9Hebt

13:9
1 Kon. 12:31
2 Kron. 11:14,15
u de priesters van de HEERE, de nakomelingen van Aäron, en de Levieten niet verdreven en voor uzelf priesters gemaakt, zoals de volken in andere landen? Ieder die komt om zich te laten wijden13:9 zich te laten wijden - Letterlijk: zijn hand te vullen. met een jonge stier en zeven rammen, kan priester worden voor wat geen goden zijn.

10Maar wat ons betreft, de HEERE is onze God, en wij hebben Hem niet verlaten. En de priesters die de HEERE dienen, zijn nakomelingen van Aäron, en de Levieten staan hen bij in het werk.

11

13:11
2 Kron. 2:4
Zij laten elke morgen en elke avond voor de HEERE brandoffers in rook opgaan, en reukwerk van geurige specerijen. Zij zorgen voor het uitgestalde brood op de reine tafel, en voor de gouden kandelaar en zijn lampen, om die elke avond aan te steken. Wij vervullen immers onze taak ten behoeve van de HEERE, onze God, maar ú hebt Hem verlaten.

12En zie, bij ons staat God aan het hoofd, en Zijn priesters met de trompetten voor het geschal, om alarm over u te slaan. Israëlieten, strijd niet tegen de HEERE, de God van uw vaderen, want u zult er niet in slagen.

13Jerobeam had een omtrekkende beweging laten maken, waardoor een hinderlaag achter hen kwam, zodat zijn troepen vóór Juda waren en de hinderlaag achter hen was.

14Toen Juda zich omkeerde, zie, toen was de strijd vóór en achter hen. Zij riepen tot de HEERE, terwijl de priesters op de trompetten bliezen.

15Daarop sloegen de mannen van Juda alarm. En zodra de mannen van Juda alarm sloegen, gebeurde het dat God Jerobeam en heel Israël versloeg voor de ogen van Abia en Juda.

16Toen vluchtten de Israëlieten voor Juda uit, en God gaf hen in hun hand.

17Abia en zijn manschappen brachten hun een grote slag toe: van Israël vielen vijfhonderdduizend van de beste mannen dodelijk gewond neer.

18Zo werden de Israëlieten in die tijd vernederd. De Judeeërs werden daarentegen machtig, omdat zij op de HEERE, de God van hun vaderen, steunden.

19Abia achtervolgde Jerobeam, en nam van hem de volgende steden in: Bethel en de bijbehorende plaatsen, Jesana en de bijbehorende plaatsen, en Efron en de bijbehorende plaatsen.

20Er bleef in de dagen van Abia geen kracht meer over in Jerobeam. De HEERE trof hem, zodat hij stierf.

21Abia daarentegen verstevigde zijn positie. Hij nam voor zichzelf veertien vrouwen, en verwekte tweeëntwintig zonen en zestien dochters.

22Het overige van de geschiedenis van Abia, heel zijn doen en laten,13:22 heel zijn doen en laten - Letterlijk: en zijn wegen en zijn woorden. is beschreven in het verslag van de profeet Iddo.

14

Asa koning van Juda

141En Abia ging te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van David. En

14:1
1 Kon. 15:8
Asa, zijn zoon, werd koning in zijn plaats. In zijn dagen had het land tien jaar rust.

2En Asa deed wat goed en juist was in de ogen van de HEERE, zijn God.

3

14:3
1 Kon. 15:13
Hij nam de vreemde altaren en de offerhoogten weg, brak de gewijde stenen in stukken, en hakte de gewijde palen om.

4Tegen Juda zei hij dat zij de HEERE, de God van hun vaderen, moesten zoeken, en dat zij de wet en het gebod moesten naleven.

5Verder nam hij uit alle steden van Juda de offerhoogten en de wierookaltaren weg. Het koninkrijk had rust onder hem.

6Vervolgens bouwde hij versterkte steden in Juda, omdat het land rust had. Er was in die jaren geen oorlog tegen hem, omdat de HEERE hem rust gaf.

7Asa zei tegen Juda: Laten wij deze steden bouwen, ze omringen met muren, torens, deuren en grendels, terwijl het land nog open voor ons ligt, want wij hebben de HEERE, onze God, gezocht. Wij hebben Hem gezocht, en Hij heeft ons rust van rondom gegeven. Zo begonnen zij te bouwen en zij waren voorspoedig.

Overwinning op de Cusjieten

8Asa had een leger van driehonderdduizend man uit Juda, die grote schilden en speren droegen, en tweehonderdtachtigduizend man uit Benjamin, die kleine schilden droegen en de boog spanden. Dit waren allen strijdbare helden.

9

14:9
2 Kron. 16:8
Zerah, de Cusjiet, trok tegen hen uit met een leger van duizend maal duizend man, en driehonderd strijdwagens, en kwam tot aan Maresa.

10Toen trok Asa uit, hem tegemoet, en zij stelden zich op voor de strijd in het dal Zefatha, bij Maresa.

11Toen riep Asa tot de HEERE, zijn God, en zei: HEERE, U bent de Enige Die kan helpen,14:11 U … helpen - Letterlijk: Er is niemand bij U om te helpen. hem die geen kracht heeft

14:11
1 Sam. 14:6
tegen de machtige.14:11 hem … de machtige - Letterlijk: tussen de machtige en degene die geen kracht heeft. Help ons, HEERE, onze God, want wij steunen op U en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze troepenmacht. HEERE, U bent onze God, laat geen sterveling tegen U iets kunnen doen.

12Toen trof de HEERE de Cusjieten voor de ogen van Asa en voor de ogen van Juda, zodat de Cusjieten op de vlucht sloegen.

13Asa achtervolgde hen, met het volk dat bij hem was, tot aan Gerar, en er vielen er zoveel van de Cusjieten dat er voor hen geen hervatting van de strijd mogelijk was, want zij werden vermorzeld voor het aangezicht van de HEERE en voor Zijn leger. Men behaalde een zeer grote buit.

14En zij versloegen alle steden rondom Gerar, want grote vrees voor de HEERE kwam over hen. Zij plunderden al de steden, omdat zich daarin veel buit bevond.

15Verder sloegen zij de tenten van de veehouders neer, en voerden in grote hoeveelheid kleinvee en kamelen gevangen weg. Toen keerden zij naar Jeruzalem terug.