Herziene Statenvertaling (HSV)
9

De koningin van Sjeba komt in Jeruzalem Salomo bezoeken

91

9:1
1 Kon. 10:1Matt. 12:42
Luk. 11:31
Toen de koningin van Sjeba het gerucht over Salomo hoorde, kwam zij naar Jeruzalem om Salomo met raadsels op de proef te stellen, met een zeer groot gevolg,9:1 een zeer groot gevolg - Letterlijk: een zeer groot vermogen. en met kamelen, beladen met specerijen, met goud in grote hoeveelheid, en met edelstenen. Zij kwam bij Salomo en sprak met hem over alles wat zij op haar hart had.

2En Salomo verklaarde haar al haar vragen. Geen ding was voor Salomo verborgen dat hij haar niet kon verklaren.

3Toen de koningin van Sjeba de wijsheid van Salomo zag, en het huis dat hij had gebouwd,

4het voedsel op zijn tafel, hoe zijn dienaren aanzaten, hoe zijn bedienden klaarstonden, hun kleding, zijn schenkers en hun kleding, en zijn bovenvertrek, waar hij naar het huis van de HEERE ging, was zij buiten zichzelf.9:4 was zij buiten zichzelf - Letterlijk: was er geen adem (SV: geest) meer in haar.

5Zij zei tegen de koning: Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb.

6Maar ik geloofde hun woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft van uw grote wijsheid9:6 uw grote wijsheid - Letterlijk: van de grootheid van uw wijsheid. was mij verteld. U hebt het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen.

7Gelukkig zijn uw mannen, en gelukkig deze dienaren van u, die voortdurend in uw dienst staan9:7 in uw dienst staan - Letterlijk: voor uw aangezicht staan. en uw wijsheid horen!

8Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, door u als koning voor de HEERE, uw God, op Zijn troon te zetten! Omdat uw God Israël liefheeft, om het voor eeuwig te doen standhouden, daarom heeft Hij u als koning over hen aangesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

9Zij gaf de koning honderdtwintig talent9:9 Een talent is ongeveer 30 kilo; zie ook vers 13. goud en specerijen in zeer grote hoeveelheid, en edelstenen. Zoals deze soort specerij die de koningin van Sjeba aan koning Salomo gaf, is er nooit geweest.

10Bovendien brachten de dienaren van Hiram9:10 Hiram - Hebreeuws: Huram; zie ook vers 21. en de dienaren van Salomo, die goud uit Ofir vervoerden, sandelhout en edelstenen mee.

11

9:11
1 Kon. 10:12
De koning maakte van dit sandelhout traptreden voor het huis van de HEERE en voor het huis van de koning, en luiten en harpen voor de zangers. Zulk sandelhout was er nog nooit eerder gezien in het land van Juda.

12Koning Salomo gaf de koningin van Sjeba overeenkomstig al haar wensen, alles waar zij om vroeg, meer dan wat zij naar de koning gebracht had. Daarna keerde zij terug en ging naar haar land, zij en haar dienaren.

Rijkdom van Salomo

13Het gewicht van het goud dat in één jaar voor Salomo binnenkwam, was zeshonderdzesenzestig talent goud,

14afgezien van de inkomsten van de rondtrekkende kooplui en de handelaars, en de inkomsten aan goud en zilver voor Salomo van alle koningen van Arabië en van de landvoogden van het land.

15Ook maakte koning Salomo tweehonderd grote schilden van gedreven goud. Zeshonderd sikkel gedreven goud ging op aan één schild.

16Verder driehonderd kleine schilden van gedreven goud; driehonderd sikkel goud liet hij opgaan aan één schild. De koning legde ze in het huis van het Woud van de Libanon.

17Ook maakte de koning een grote ivoren troon en overtrok die met zuiver goud.

18Deze troon had zes treden en er was een voetbank van goud aan de troon bevestigd; en aan beide zijden9:18 aan beide zijden - Letterlijk: vanhier en vandaar; zie ook vers 19. naar de zitplaats toe zaten leuningen,9:18 leuningen - Letterlijk: handen. en bij die leuningen stonden twee leeuwen.

19Er stonden daar dus twaalf leeuwen op de zes treden, aan beide zijden. Zoiets werd er voor geen enkel koninkrijk ooit gemaakt.

20Verder was al het drinkgerei van koning Salomo van goud, en alle voorwerpen in het huis van het Woud van de Libanon waren van bladgoud. Er was niets van zilver. Dat werd in de dagen van Salomo als niets geacht.

21De koning had namelijk schepen die met de dienaren van Hiram op Tarsis voeren. Eens in de drie jaar liepen de schepen van Tarsis binnen, beladen met goud, zilver, ivoor, apen en pauwen.

22Zo werd koning Salomo, wat rijkdom en wijsheid betrof, aanzienlijker dan alle koningen van de aarde.

23En alle koningen van de aarde zochten Salomo op,9:23 zochten Salomo op - Letterlijk: zochten het aangezicht van Salomo. om zijn wijsheid te horen, die God hem in zijn hart had gegeven.

24Ieder van hen bracht zijn geschenk mee: zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen, kleding, wapens, specerijen, paarden en muildieren, jaar op jaar het toegezegde geschenk.9:24 jaar … geschenk - Letterlijk: de zaak van een jaar in een jaar.

25Verder had

9:25
1 Kon. 4:26
10:26
2 Kron. 1:14
Salomo vierduizend stallen voor paarden en strijdwagens, en twaalfduizend ruiters. Die bracht hij onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.

26En hij heerste over alle koningen, van de rivier de Eufraat tot aan het land van de Filistijnen, en tot aan de grens van Egypte.

27

9:27
2 Kron. 1:15
De koning maakte het zilver in Jeruzalem zo overvloedig als stenen, en de ceders maakte hij zo talrijk als de wilde vijgenbomen, die in het Laagland voorkomen.

28En de paarden die Salomo had, werden uit Egypte en uit al die landen aangevoerd.

29Het overige nu van de

9:29
1 Kon. 11:41
geschiedenis van Salomo, van het begin tot het einde,9:29 van het begin tot het einde - Letterlijk: het eerste en het laatste. is dat niet beschreven in de woorden van de profeet Nathan en in de profetie van Ahia uit Silo en in de visioenen van de ziener Jedi over Jerobeam, de zoon van Nebat?

30Salomo nu regeerde in Jeruzalem over heel Israël veertig jaar.

31Daarna ging Salomo te ruste bij zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van zijn vader David, en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.

10

Verzoek van Israël om verlichting van lasten

101

10:1
1 Kon. 12:1
Rehabeam ging naar Sichem, want heel Israël was naar Sichem gekomen om hem koning te maken.

2Het gebeurde nu, toen Jerobeam, de zoon van Nebat, dit hoorde,

10:2
1 Kon. 11:40
terwijl hij nog in Egypte was – want hij was gevlucht voor koning Salomo – dat Jerobeam terugkeerde uit Egypte.

3En zij stuurden een bode en lieten hem roepen. Toen kwam Jerobeam, met heel Israël, en zij spraken tot Rehabeam:

4Uw vader heeft ons juk hard gemaakt; welnu, maakt u het harde dienstwerk voor uw vader en zijn zware juk, dat hij ons heeft opgelegd nu lichter, dan zullen wij u dienen.

5Hij zei tegen hen: Kom over drie dagen weer bij mij terug. En het volk ging weg.

6Koning Rehabeam pleegde overleg met de oudsten die bij zijn vader Salomo in dienst waren geweest,10:6 die bij … geweest - Letterlijk: die voor het aangezicht van zijn vader Salomo hadden gestaan; zie ook vers 8. toen die nog leefde, en zei: Wat raadt u aan om dit volk te antwoorden?

7Zij spraken tot hem: Als u goed voor dit volk wilt zijn, als u hun goedgezind bent, en goede woorden tot hen spreekt, dan zullen zij alle dagen uw dienaren zijn.

8Maar hij verwierp de raad van de oudsten die zij hem hadden gegeven, en pleegde overleg met de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en bij hem in dienst waren.

9Hij zei tegen hen: Wat raadt u aan dat wij dit volk zullen antwoorden, dat tot mij sprak: Maak het juk dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter?

10De jonge mannen, die met hem waren opgegroeid, spraken tot hem: Dit moet u zeggen tegen dat volk dat tot u heeft gesproken:

Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt,

maar maakt u het voor ons lichter.

Dit moet u tegen hen zeggen: Mijn pink is dikker dan het middel van mijn vader.

11Welnu, mijn vader heeft een zwaar juk op u geladen, maar ik zal aan uw juk nog meer toevoegen.

Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht,

maar ik zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.

12Toen kwam Jerobeam met heel het volk bij Rehabeam, op de derde dag, zoals de koning had gesproken: Kom op de derde dag bij mij terug.

13En de koning gaf hun een hard antwoord, want koning Rehabeam verwierp de raad van de oudsten.

14Hij sprak tot hen overeenkomstig de raad van de jonge mannen:

Ik zal uw juk zwaar maken,

ja, ík zal daaraan nog meer toevoegen.

Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht,

maar ik zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.

15Dus luisterde de koning niet naar het volk. Deze ommekeer kwam namelijk van God, opdat de HEERE Zijn woord gestand zou doen

10:15
1 Kon. 11:31
dat Hij door de dienst van Ahia uit Silo tot Jerobeam, de zoon van Nebat, had gesproken.

16Toen heel Israël zag dat de koning niet naar hen geluisterd had, gaf het volk de koning ten antwoord:

Wat voor deel hebben wij aan David?

Wij hebben geen erfelijk bezit met de zoon van Isaï.

Ieder naar uw tenten, Israël!

Zorg nu voor uw eigen huis, David!

En heel Israël ging naar zijn tenten.

17Maar wat betreft de Israëlieten die in de steden van Juda woonden, over hen bleef Rehabeam koning.

18Toen stuurde koning Rehabeam Hadoram, die over de herendienst ging. Maar de Israëlieten stenigden hem met stenen, zodat hij stierf. Koning Rehabeam had echter de moed om op de wagen te klimmen om naar Jeruzalem te vluchten.

19Zo werden de Israëlieten afvallig van het huis van David, tot op deze dag.

11

Regering van Rehabeam

111Toen

11:1
1 Kon. 12:21
Rehabeam in Jeruzalem aangekomen was, riep hij het huis van Juda en Benjamin bijeen, honderdtachtigduizend van de beste manschappen, geoefend voor de oorlog, om tegen Israël oorlog te voeren en het koningschap aan Rehabeam terug te brengen.

2Maar het woord van de HEERE kwam tot Semaja, de man Gods:

3Zeg tegen Rehabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tegen heel Israël in Juda en Benjamin:

4Zo zegt de HEERE:

11:4
1 Kon. 12:24
U mag niet optrekken of strijden tegen uw broeders. Keer terug, ieder naar zijn huis, want deze zaak is bij Mij vandaan gekomen. Zij luisterden naar de woorden van de HEERE en keerden terug zonder tegen Jerobeam op te trekken.

5Rehabeam woonde in Jeruzalem, en hij bouwde verschillende steden in Juda om tot versterkte steden.

6Zo bouwde hij Bethlehem, Etam, Tekoa,

7Beth-Zur, Socho, Adullam,

8Gath, Maresa, Zif,

9Adoraïm, Lachis, Azeka,

10Zora, Ajalon en Hebron, die in Juda en in Benjamin de versterkte steden werden.

11En hij versterkte deze vestingen, en stelde leiders over hen aan en sloeg er voedselvoorraden, olie en wijn op,

12en in elke stad bovendien grote schilden en speren. Hij versterkte ze buitengewoon. Juda behoorde hem toe, met Benjamin.

13Verder voegden de priesters en de Levieten, die in heel Israël waren, zich vanuit heel hun gebied bij hem.

14Want de Levieten verlieten hun weidegronden en hun bezit, en gingen naar Juda en naar Jeruzalem, omdat

11:14
2 Kron. 13:9
Jerobeam en zijn zonen hen uit de priesterdienst voor de HEERE verstoten hadden.

15

11:15
1 Kon. 12:31
Hij had voor zichzelf priesters aangesteld voor de offerhoogten, voor de demonen en voor de kalveren die hij gemaakt had.

16Na hen kwamen uit alle stammen van Israël zij die zich met heel hun hart toelegden op het zoeken van de HEERE, de God van Israël, naar Jeruzalem, om de HEERE, de God van hun vaderen, offers te brengen.

17Zo versterkten zij het koninkrijk Juda en maakten zij Rehabeam, de zoon van Salomo sterk, drie jaar; want drie jaar lang gingen zij in de weg van David en Salomo.

18En Rehabeam nam voor zichzelf naast Machalath, de dochter van Jerimoth, de zoon van David, Abihaïl, de dochter van Eliab, de zoon van Isaï, tot vrouw.

19Zij baarde hem zonen: Jeüs, Semarja en Zaham.

20En na haar nam hij

11:20
1 Kon. 15:2
Maächa, de dochter van Absalom tot vrouw, en zij baarde hem Abia, Attai, Ziza en Selomith.

21Rehabeam had Maächa, de dochter van Absalom, meer lief dan al zijn vrouwen en zijn bijvrouwen. Hij had namelijk achttien vrouwen genomen en zestig bijvrouwen, en hij verwekte achtentwintig zonen en zestig dochters.

22En Rehabeam stelde Abia, de zoon van Maächa, aan als hoofd om leider te zijn onder zijn broers, want hij wilde hem koning maken.

23Hij handelde verstandig en verspreidde een deel van al zijn zonen over alle streken van Juda en Benjamin, over alle versterkte steden, en hij gaf hun voedsel in overvloed en verlangde voor hen een menigte vrouwen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]