Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Vereisten voor de opzieners en voor de diakenen

31Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk.

2

3:2
Tit. 1:6
Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij,
3:2
2 Tim. 2:24
bekwaam om te onderwijzen,

3niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op schandelijke winst, maar welwillend, niet strijdlustig en zonder geldzucht.

4Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid.

5Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen?

6Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.

7Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.

8

3:8
Hand. 6:3
De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst,

9

3:9
1 Tim. 1:19
en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten.

10Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn.

11De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles.

12De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis.

13

3:13
Matt. 25:21
Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven3:13 maken dat zij hoog staan aangeschreven - Letterlijk: verkrijgen voor zichzelf een goede opgang. en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.

14Deze dingen schrijf ik u, in de hoop spoedig naar u toe te komen.

15Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen

3:15
2 Tim. 2:20
in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.

16En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht:

3:16
Joh. 1:14
God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen,
3:16
Efez. 3:5,6
is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld,
3:16
Mark. 16:19
Luk. 9:51
Hand. 1:2
is opgenomen in heerlijkheid.

4

De afval in de laatste tijden

41Maar

4:1
2 Tim. 3:1
2 Petr. 3:3
de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen
4:1
Matt. 24:23
2 Thess. 2:3
afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,

2door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.

3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om

4:3
Rom. 14:6
1 Kor. 10:30
onder dankzegging
4:3
Gen. 1:29
9:3
aanvaard te worden.

4

4:4
Gen. 1:31
Hand. 10:15
Rom. 14:14
Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt.

5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.

De taak van Timotheüs

6Als u de broeders deze dingen voorhoudt, zult u een goed dienaar van Jezus Christus zijn,

4:6
2 Tim. 1:5
3:14,15
gevoed door de woorden van het geloof en door de goede leer, die u nagevolgd hebt.

7

4:7
1 Tim. 1:4
6:20
2 Tim. 2:16
Tit. 1:14
3:9
Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht.

8

4:8
Kol. 2:23
Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft.

9Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.

10Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.

11Beveel deze dingen en onderwijs ze.

12

4:12
Tit. 2:15
Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd,
4:12
Tit. 2:7
1 Petr. 5:3
maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof en in reinheid.

13Blijf bezig met het voorlezen, met het vermanen, met het onderwijzen, totdat ik kom.

14Veronachtzaam de genadegave niet die in u is en die u gegeven is door profetie,

4:14
Hand. 6:6
8:17
13:3
19:6
1 Tim. 5:22
2 Tim. 1:6
met handoplegging door de raad van ouderlingen.

15Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden.

16Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.

5

De weduwen

51Vaar niet uit tegen

5:1
Lev. 19:32
een oude man, maar spoor hem aan als een vader, jonge mannen als broers,

2oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid.

3Houd weduwen die werkelijk weduwen zijn, in ere.

4Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten dezen leren vóór alles thuis godsvrucht te beoefenen

5:4
Gen. 45:10,11
Matt. 15:4
Mark. 7:10
Efez. 6:1,2
en aan hun voorgeslacht te vergelden wat ze aan hen te danken hebben. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God.

5

5:5
1 Kor. 7:32
Zij nu die werkelijk weduwe is, en alleen is overgebleven,
5:5
Luk. 2:36
hoopt op God, en volhardt in smekingen en gebeden, nacht en dag.

6Maar zij die haar lusten volgt, is levend dood.

7Beveel ook dit, opdat zij onberispelijk zijn.

8

5:8
Gal. 6:10
Maar als iemand de zijnen en vooral zijn huisgenoten niet verzorgt, heeft hij het geloof verloochend en is hij erger dan een ongelovige.

9Een weduwe mag gekozen worden als zij niet jonger is dan zestig jaar en de vrouw van één man is geweest,

10een goed getuigenis heeft wat betreft goede werken: of zij kinderen heeft opgevoed,

5:10
1 Petr. 4:9
of zij vreemdelingen heeft geherbergd,
5:10
Gen. 18:4
19:2
Luk. 7:38,44
of zij de voeten van heiligen heeft gewassen, of zij verdrukten heeft bijgestaan, of zij zich toegelegd heeft op elk goed werk.

11Maar neem jonge weduwen niet aan. Want als zij door het volgen van hun lusten zich afkeren van de dienst van Christus, willen zij trouwen,

12en ontvangen zij het oordeel omdat zij hun eerste trouw tenietgedaan hebben.

13En zo leren zij meteen ook om doelloos overal langs de huizen te gaan. En zij zijn niet alleen doelloos bezig, maar zij zijn ook

5:13
Tit. 2:3
praatziek, en zij bemoeien zich met zaken die hun niet aangaan, en praten over dingen die onbehoorlijk zijn.

14Ik wil dan dat jonge weduwen

5:14
1 Kor. 7:9
trouwen, kinderen krijgen, hun huis besturen en aan de tegenpartij geen aanleiding tot laster geven.

15Want sommigen hebben zich al afgewend, de satan achterna.

16Als een gelovige man of gelovige vrouw weduwen in de familie heeft, laten zij die bijstaan en laat de gemeente daarmee niet belast worden, opdat die hulp kan geven aan hen die werkelijk weduwen zijn.

De tucht over ouderlingen

17

5:17
Rom. 15:27
1 Kor. 9:11
Gal. 6:6
Filipp. 2:29
1 Thess. 5:12
Hebr. 13:17
Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer.

18Want de Schrift zegt:

5:18
Deut. 25:4
1 Kor. 9:9
Een dorsende os mag u niet muilkorven, en:
5:18
Lev. 19:13
Deut. 24:14
Matt. 10:10
Luk. 10:7
De arbeider is zijn loon waard.

19Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan,

5:19
Deut. 19:15
tenzij er twee of drie getuigen zijn.

20Wijs hen die zondigen, in tegenwoordigheid van allen terecht, opdat ook de anderen vrees zullen hebben.

21

5:21
Rom. 1:9
9:1
2 Kor. 1:23
11:31
Gal. 1:20
Filipp. 1:8
1 Thess. 2:5
5:27
1 Tim. 6:13
Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen, dat u deze dingen in acht neemt
5:21
Deut. 17:4
19:18
zonder vooroordeel en zonder iets uit partijdigheid te doen.

22

5:22
Hand. 6:6
8:17
13:3
19:6
1 Tim. 4:14
2 Tim. 1:6
Leg niemand haastig de handen op en heb geen deel aan zonden van anderen. Bewaar uzelf rein.

23Drink niet langer alleen water, maar gebruik een kleine hoeveelheid wijn,

5:23
Ps. 104:15
voor uw maag en uw veelvuldige kwalen.

24Van sommige mensen zijn de zonden

5:24
Gal. 5:19
overduidelijk en gaan die aan hun veroordeling vooraf. Bij anderen komen zij achteraf openbaar.

25Evenzo zijn ook de goede werken overduidelijk en die waarmee het anders gesteld is, kunnen niet verborgen blijven.