Herziene Statenvertaling (HSV)
2

De voorbede

21Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen,

2

2:2
Jer. 29:7
voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.

3Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker,

4

2:4
Ezech. 18:23
2 Petr. 3:9
Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.

5

2:5
Joh. 17:3
Rom. 3:30
Want er is één God. Er is ook
2:5
Gal. 3:19
Hebr. 9:15
één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.

6

2:6
Matt. 20:28
Efez. 1:7
Kol. 1:14
Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd.

7Daartoe ben ik

2:7
Hand. 9:15
13:2
22:21
Gal. 1:16
2:8
Efez. 3:8
2 Tim. 1:11
aangesteld als prediker en apostel (
2:7
Rom. 1:9
9:1
ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), als een leraar van de heidenen in geloof en waarheid.

8Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen

2:8
Joh. 4:21
bidden
2:8
Ps. 134:2
met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.

De vrouw in de gemeente

9

2:9
Tit. 2:3
1 Petr. 3:3
Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren,

10maar met goede werken, wat bij vrouwen past die belijden godvrezend te zijn.

11Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.

12

2:12
1 Kor. 14:34
Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft,
2:12
Gen. 3:16
Efez. 5:24
en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.

13

2:13
Gen. 1:27
2:22
Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

14

2:14
Gen. 3:6
En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

15Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid.

3

Vereisten voor de opzieners en voor de diakenen

31Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk.

2

3:2
Tit. 1:6
Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij,
3:2
2 Tim. 2:24
bekwaam om te onderwijzen,

3niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op schandelijke winst, maar welwillend, niet strijdlustig en zonder geldzucht.

4Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid.

5Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen?

6Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.

7Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.

8

3:8
Hand. 6:3
De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst,

9

3:9
1 Tim. 1:19
en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten.

10Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn.

11De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles.

12De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis.

13

3:13
Matt. 25:21
Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven3:13 maken dat zij hoog staan aangeschreven - Letterlijk: verkrijgen voor zichzelf een goede opgang. en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.

14Deze dingen schrijf ik u, in de hoop spoedig naar u toe te komen.

15Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen

3:15
2 Tim. 2:20
in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.

16En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht:

3:16
Joh. 1:14
God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen,
3:16
Efez. 3:5,6
is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld,
3:16
Mark. 16:19
Luk. 9:51
Hand. 1:2
is opgenomen in heerlijkheid.

4

De afval in de laatste tijden

41Maar

4:1
2 Tim. 3:1
2 Petr. 3:3
de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen
4:1
Matt. 24:23
2 Thess. 2:3
afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,

2door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.

3Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om

4:3
Rom. 14:6
1 Kor. 10:30
onder dankzegging
4:3
Gen. 1:29
9:3
aanvaard te worden.

4

4:4
Gen. 1:31
Hand. 10:15
Rom. 14:14
Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt.

5Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.

De taak van Timotheüs

6Als u de broeders deze dingen voorhoudt, zult u een goed dienaar van Jezus Christus zijn,

4:6
2 Tim. 1:5
3:14,15
gevoed door de woorden van het geloof en door de goede leer, die u nagevolgd hebt.

7

4:7
1 Tim. 1:4
6:20
2 Tim. 2:16
Tit. 1:14
3:9
Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht.

8

4:8
Kol. 2:23
Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft.

9Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.

10Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.

11Beveel deze dingen en onderwijs ze.

12

4:12
Tit. 2:15
Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd,
4:12
Tit. 2:7
1 Petr. 5:3
maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof en in reinheid.

13Blijf bezig met het voorlezen, met het vermanen, met het onderwijzen, totdat ik kom.

14Veronachtzaam de genadegave niet die in u is en die u gegeven is door profetie,

4:14
Hand. 6:6
8:17
13:3
19:6
1 Tim. 5:22
2 Tim. 1:6
met handoplegging door de raad van ouderlingen.

15Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden.

16Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]