Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, geadresseerde, groet

11Paulus, een apostel van Jezus Christus,

1:1
Hand. 9:15
overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker, en van de Heere Jezus Christus,
1:1
Kol. 1:27
onze hoop,

2

1:2
Hand. 16:1
1 Thess. 3:2
aan Timotheüs, mijn oprechte
1:2
1 Kor. 4:17
zoon in het geloof:
1:2
Gal. 1:3
1 Petr. 1:2
genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, onze Vader, en van Christus Jezus, onze Heere.

De betekenis van de wet

3Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik

1:3
Hand. 20:1
naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen,

4

1:4
1 Tim. 4:7
6:20
2 Tim. 2:16
Tit. 1:14
3:9
zich ook niet bezig te houden met verzinsels en eindeloze geslachtsregisters, die meer
1:4
1 Tim. 6:4
twistgesprekken opleveren dan door God gewerkte opbouw in het geloof.

5

1:5
Rom. 13:8
Gal. 5:14
Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.

6Sommigen zijn daarvan afgeweken en hebben zich gewend tot zinloos gepraat.

7Zij willen leraars van de wet zijn en hebben geen inzicht in wat zij zeggen en evenmin in wat zij zo sterk benadrukken.

8Maar wij weten

1:8
Rom. 7:12
dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt,

9en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is

1:9
Gal. 5:23
voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers,

10voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is,

11overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van

1:11
1 Tim. 6:15
de zalige God,
1:11
1 Thess. 2:4
dat mij toevertrouwd is.

Gods genade, aan Paulus bewezen

12En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening,

13

1:13
Hand. 8:3
9:1
22:4
26:9
1 Kor. 15:9
Gal. 1:13
mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen,
1:13
Joh. 9:39,41
Hand. 3:17
omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

14De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

15Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard

1:15
Matt. 9:13
Mark. 2:17
Luk. 5:32
19:10
1 Joh. 3:5
dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben.

16Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven.

17De Koning nu der eeuwen, de onvergankelijke, de onzichtbare, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Opwekking tot de goede strijd

18Dit gebod leg ik u op, mijn zoon Timotheüs, in overeenstemming met de profetieën die voorheen over u uitgesproken zijn,1:18 die voorheen over u uitgesproken zijn - Letterlijk: die u voorgegaan zijn. opdat u

1:18
1 Tim. 6:12
in deze dingen de goede strijd strijdt.

19

1:19
1 Tim. 3:9
En behoud het geloof en een goed geweten. Sommigen hebben dit verworpen en hebben in het geloof schipbreuk geleden.

20Tot hen behoren

1:20
2 Tim. 2:17
Hymeneüs en
1:20
2 Tim. 4:14
Alexander,
1:20
1 Kor. 5:5
die ik aan de satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

2

De voorbede

21Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen,

2

2:2
Jer. 29:7
voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.

3Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker,

4

2:4
Ezech. 18:23
2 Petr. 3:9
Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.

5

2:5
Joh. 17:3
Rom. 3:30
Want er is één God. Er is ook
2:5
Gal. 3:19
Hebr. 9:15
één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.

6

2:6
Matt. 20:28
Efez. 1:7
Kol. 1:14
Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd.

7Daartoe ben ik

2:7
Hand. 9:15
13:2
22:21
Gal. 1:16
2:8
Efez. 3:8
2 Tim. 1:11
aangesteld als prediker en apostel (
2:7
Rom. 1:9
9:1
ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), als een leraar van de heidenen in geloof en waarheid.

8Ik wil dan dat de mannen op alle plaatsen

2:8
Joh. 4:21
bidden
2:8
Ps. 134:2
met opheffing van heilige handen, zonder toorn en meningsverschil.

De vrouw in de gemeente

9

2:9
Tit. 2:3
1 Petr. 3:3
Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren,

10maar met goede werken, wat bij vrouwen past die belijden godvrezend te zijn.

11Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid.

12

2:12
1 Kor. 14:34
Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft,
2:12
Gen. 3:16
Efez. 5:24
en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.

13

2:13
Gen. 1:27
2:22
Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

14

2:14
Gen. 3:6
En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

15Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid.

3

Vereisten voor de opzieners en voor de diakenen

31Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk.

2

3:2
Tit. 1:6
Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij,
3:2
2 Tim. 2:24
bekwaam om te onderwijzen,

3niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op schandelijke winst, maar welwillend, niet strijdlustig en zonder geldzucht.

4Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid.

5Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen?

6Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.

7Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.

8

3:8
Hand. 6:3
De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst,

9

3:9
1 Tim. 1:19
en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten.

10Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn.

11De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles.

12De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis.

13

3:13
Matt. 25:21
Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven3:13 maken dat zij hoog staan aangeschreven - Letterlijk: verkrijgen voor zichzelf een goede opgang. en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.

14Deze dingen schrijf ik u, in de hoop spoedig naar u toe te komen.

15Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen

3:15
2 Tim. 2:20
in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.

16En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht:

3:16
Joh. 1:14
God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen,
3:16
Efez. 3:5,6
is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld,
3:16
Mark. 16:19
Luk. 9:51
Hand. 1:2
is opgenomen in heerlijkheid.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]