Herziene Statenvertaling (HSV)
4

Opwekking tot heilig leven

41Verder, broeders, vragen wij u en roepen wij u er in de Heere Jezus toe op, dat u, zoals u van ons ontvangen hebt

4:1
Filipp. 1:27
1 Thess. 2:12
hoe u moet wandelen en God behagen, daarin nog meer overvloedig wordt.

2Want u weet welke bevelen wij u gegeven hebben op gezag van de Heere Jezus.

3

4:3
Rom. 12:2
Efez. 5:27
Filipp. 4:8
Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht,

4en dat ieder van u zijn lichaam4:4 zijn lichaam - Letterlijk: zijn voorwerp. weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid,

5en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen,

4:5
1 Kor. 15:34
Efez. 4:18
die God niet kennen.

6Laat niemand over zijn broeder heen lopen en hem bedriegen door zijn handelwijze, want de Heere is een Wreker van dit alles, zoals wij u ook van tevoren gezegd en bezworen hebben.

7Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid,

4:7
Joh. 17:19
1 Kor. 1:2
maar tot leven in heiliging.

8

4:8
Luk. 10:16
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God,
4:8
1 Kor. 7:40
Die ook Zijn Heilige Geest in ons heeft gegeven.

Opwekking tot onderlinge liefde

9

4:9
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Petr. 4:8
1 Joh. 3:23
4:21
Wat nu de broederliefde betreft, hebt u het niet nodig dat ik u schrijf, want u bent zelf door God onderwezen om elkaar lief te hebben.

10Want u doet dat ook ten opzichte van alle broeders die in heel Macedonië zijn. Wij roepen u er echter toe op, broeders, dat nog veel meer te doen,

11

4:11
2 Thess. 3:7,12
en er een eer in te stellen rustig te zijn en uw eigen zaken te behartigen
4:11
Hand. 20:34
Efez. 4:28
en te werken met uw eigen handen, zoals wij u bevolen hebben,

12opdat u op een gepaste wijze wandelt ten opzichte van hen die buitenstaan, en niets4:12 niets - Of: niemand. nodig hebt.

De opstanding bij Christus' wederkomst

13Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn,

4:13
Lev. 19:28
Deut. 14:1
2 Sam. 12:20
opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben.

14Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.

15Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere,

4:15
1 Kor. 15:22,51
dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan.

16

4:16
Matt. 24:31
1 Kor. 15:52
2 Thess. 1:7
Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.

17Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.

18Zo dan, troost elkaar met deze woorden.

5

Oproep tot waakzaamheid

51Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft.

2Want u weet zelf heel goed

5:2
Matt. 24:43
2 Petr. 3:10
Openb. 3:3
16:15
dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.

3Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal

5:3
2 Thess. 1:9
een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.

4

5:4
Efez. 5:8
Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.

5U bent allen

5:5
Luk. 16:8
Efez. 5:8
kinderen van het licht en kinderen
5:5
Rom. 13:12
van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.

6

5:6
Rom. 13:11,13
Efez. 5:14
Laten wij dan niet, evenals de anderen, slapen, maar
5:6
Luk. 21:36
laten wij waakzaam
5:6
1 Kor. 15:34
en nuchter zijn.

7Want zij die slapen, slapen 's nachts en zij die dronken zijn, zijn 's nachts dronken.

8Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn,

5:8
Jes. 59:17
Efez. 6:14
bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

9Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus,

10Die voor ons gestorven is,

5:10
Rom. 14:7
2 Kor. 5:15
Gal. 2:20
1 Petr. 4:2
opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven.

11Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet.

Opwekkingen tot geestelijk leven

12

5:12
Rom. 15:27
1 Kor. 9:11
16:18
Gal. 6:6
Filipp. 2:29
1 Tim. 5:17
Hebr. 13:7,17
En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heere en u terechtwijzen,

13en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar.

14En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben.

15

5:15
Lev. 19:18
Spr. 20:22
24:29
Matt. 5:39
Rom. 12:17
1 Kor. 6:7
1 Petr. 3:9
Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen.

16

5:16
Matt. 5:12
Luk. 10:20
Rom. 12:12
Filipp. 4:4
Verblijd u altijd.

17

5:17
Luk. 18:1
Rom. 12:12
Kol. 4:2
Bid zonder ophouden.

18

5:18
Efez. 5:20
Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.

19

5:19
1 Kor. 14:30
Blus de Geest niet uit.

20Veracht de profetieën niet.

21

5:21
1 Joh. 4:1
Beproef alle dingen, behoud het goede.

22

5:22
Filipp. 4:8
Onthoud u van elke vorm van kwaad.

Groet en zegenbede

23

5:23
1 Kor. 1:8
Filipp. 4:9
1 Thess. 3:13
En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.

24

5:24
1 Kor. 1:9
10:13
2 Kor. 1:18
2 Thess. 3:3
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.

25Broeders, bid voor ons.

26

5:26
Rom. 16:16
1 Kor. 16:20
2 Kor. 13:12
1 Petr. 5:14
Groet alle broeders met een heilige kus.

27Ik bezweer u bij de Heere dat deze brief aan alle heilige broeders voorgelezen wordt.

28De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.