Herziene Statenvertaling (HSV)
7

71Toen kwamen de mannen van Kirjath-Jearim, haalden de ark van de HEERE

7:1
2 Sam. 6:4
en brachten die in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar om voor de ark van de HEERE zorg te dragen.

De Filistijnen verslagen in Mizpa

2En het gebeurde vanaf de dag dat de ark in Kirjath-Jearim bleef, dat er veel dagen verliepen ā€“ het werden twintig jaren ā€“ en het hele huis van IsraĆ«l wendde zich klagend tot de HEERE.

3Toen sprak Samuel tot het hele huis van Israƫl: Als u zich met uw hele hart tot de HEERE bekeert, doe dan de vreemde goden uit uw midden weg, ook de Astartes,

7:3
Deut. 6:13
10:20
Matt. 4:10
Luk. 4:8
richt uw hart op de HEERE en dien Hem alleen. Dan zal Hij u uit de hand van de Filistijnen redden.

4Daarop deden de Israƫlieten de BaƤls en de Astartes weg, en zij dienden de HEERE alleen.

5Verder zei Samuel: Roep heel Israƫl in Mizpa bijeen, dan zal ik voor u tot de HEERE bidden.

6Zij kwamen in Mizpa bijeen, schepten water en goten het uit voor het aangezicht van de HEERE. Zij vastten op die dag en zeiden daar: Wij hebben tegen de HEERE gezondigd. Zo gaf Samuel leiding aan de Israƫlieten in Mizpa.

7Toen de Filistijnen hoorden dat de Israƫlieten in Mizpa bijeengekomen waren, trokken de stadsvorsten van de Filistijnen tegen Israƫl op. Toen de Israƫlieten dat hoorden, werden zij bevreesd voor de Filistijnen.

8En de Israƫlieten zeiden tegen Samuel: Laat toch niet na voor ons te roepen tot de HEERE, onze God, opdat Hij ons zal verlossen uit de hand van de Filistijnen.

9Toen nam Samuel een melklammetje en offerde het in zijn geheel als brandoffer voor de HEERE. Samuel riep tot de HEERE voor Israƫl en de HEERE verhoorde hem.

10En het gebeurde, toen Samuel dat brandoffer bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israƫl. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen.

7:10
Joz. 10:10
Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israƫl verslagen werden.

11En de mannen van Israƫl trokken uit Mizpa, achtervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot onder Beth-Kar.

12Toen nam Samuel een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam

7:12
1 Sam. 4:1
Eben-Haƫzer7:12 Eben-Haƫzer betekent: steen van de hulp. en zei: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.

13Zo werden de Filistijnen vernederd, en zij kwamen niet meer in het gebied van Israƫl, want al de dagen van Samuel was de hand van de HEERE tegen de Filistijnen.

14De steden die de Filistijnen van Israƫl afgenomen hadden, kwamen weer in bezit van Israƫl, van Ekron tot Gath; ook ontrukte Israƫl het bijbehorende gebied aan de macht van de Filistijnen. Ook was er vrede tussen Israƫl en de Amorieten.

15Samuel gaf leiding aan Israƫl al de dagen van zijn leven.

16Hij ging van jaar tot jaar het land rond, langs Bethel, Gilgal en Mizpa, en hij gaf leiding aan Israƫl in al die plaatsen.

17Daarna keerde hij terug7:17 Daarna keerde hij terug - Letterlijk: En zijn terugkeer was naar Rama. naar Rama, want

7:17
1 Sam. 8:4
daar was zijn huis en daar gaf hij leiding aan Israƫl, en hij bouwde daar een altaar voor de HEERE.