Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Het christelijke huwelijk

31Evenzo,

3:1
Gen. 3:16
1 Kor. 14:34
Efez. 5:22
Kol. 3:18
Tit. 2:5
vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig; opdat ook, als sommigen aan het Woord ongehoorzaam zijn, zij door de levenswandel van de vrouwen zonder woorden gewonnen mogen worden,

2doordat zij uw reine levenswandel in de vreze des Heeren waarnemen.

3

3:3
1 Tim. 2:9
Tit. 2:3
Uw sieraad moet niet bestaan in iets uiterlijks: het vlechten van het haar, het dragen van gouden sieraden of het aantrekken van mooie kleren;

4maar uw sieraad moet zijn de verborgen mens van het hart, met het onvergankelijke sieraad van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God.

5Want zo tooiden zich voorheen ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en hun eigen mannen onderdanig waren;

6

3:6
Gen. 18:12
zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde. U bent kinderen van haar geworden, als u goeddoet en niet bevreesd bent voor enig ding dat u angst zou kunnen aanjagen.

7Evenzo, mannen,

3:7
Efez. 5:25Kol. 3:19
woon met begrip met haar samen; geef de vrouw,3:7 de vrouw - Letterlijk: het vrouwelijke voorwerp; SV: het vrouwelijke vat. als de zwakkere, haar eer; u bent immers ook mede-erfgenamen met haar van de genade van het leven; opdat uw gebeden niet verhinderd worden.

Opwekking tot verdraagzaamheid

8Ten slotte,

3:8
Rom. 12:16
15:5
1 Kor. 1:10
Filipp. 2:2
3:16
wees allen eensgezind, vol medeleven, heb de broeders lief, wees barmhartig en vriendelijk.

9

3:9
Lev. 19:18
Spr. 20:22
24:29
Matt. 5:39
Rom. 12:17
1 Kor. 6:7
1 Thess. 5:15
Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent,
3:9
Matt. 25:34
1 Tim. 4:8
opdat u zegen zult beërven.

10

3:10
Ps. 34:13Jak. 1:26
Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, die moet zijn tong weerhouden van het kwaad, en zijn lippen van het spreken van bedrog;

11

3:11
Ps. 37:27
Jes. 1:1611
die moet zich afkeren van het kwaad en het goede doen; die moet vrede zoeken en die najagen.

12Want de ogen van de Heere rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oren zijn gericht op hun gebed; maar het aangezicht van de Heere is tegen hen die kwaad doen.

Rekenschap geven van de hoop

13En wie is het die u kwaad zal doen, als u navolgers bent van het goede?

14

3:14
Matt. 5:10
1 Petr. 2:20
4:14
Maar als u ook zou moeten lijden vanwege de gerechtigheid, dan bent u zalig.
3:14
Jes. 8:12
Jer. 1:8
En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd zijn, laat u niet in verwarring brengen,

15

3:15
Job 1:21
maar heilig God, de Heere, in uw hart;
3:15
Ps. 119:46
Hand. 4:8
en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.

16En heb een goed geweten,

3:16
Tit. 2:8
1 Petr. 2:12,15
opdat in datgene waarin zij kwaad van u spreken als van kwaaddoeners, zij beschaamd gemaakt worden die uw goede levenswandel in Christus belasteren.

17Want het is beter te lijden – als God dat wil – terwijl u goeddoet dan terwijl u kwaad doet.

18

3:18
Rom. 5:6
Hebr. 9:15,28
Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest,

19door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten

3:19
1 Petr. 4:6
in de gevangenis gepredikt heeft,

20

3:20
Gen. 6:5
namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren,
3:20
Gen. 6:3,14
Matt. 24:37
Luk. 17:26
Rom. 2:4
toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige –
3:20
Gen. 8:18
2 Petr. 2:5
dat is acht – mensen3:20 mensen - Letterlijk: zielen. behouden werden door het water heen.

21

3:21
Efez. 5:26
Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam,3:21 lichaam - Letterlijk: vlees. maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus,

22

3:22
Efez. 1:20
Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

4

Leven naar de wil van God

41Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u

4:1
Hebr. 12:1
zich wapenen met dezelfde gedachte:
4:1
Rom. 6:7
wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met het dienen van de zonde,

2

4:2
Rom. 14:7
2 Kor. 5:15
Gal. 2:20
Efez. 4:24
1 Thess. 5:10
Hebr. 9:14
om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.

3

4:3
Efez. 4:17
Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.

4Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.

5Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.

6

4:6
Joh. 5:25
1 Petr. 3:19
Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.

7

4:7
1 Joh. 2:18
En het einde van alle dingen is nabij;
4:7
Luk. 21:34
wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.

8Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar,

4:8
Spr. 10:12
want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.

9

4:9
Rom. 12:13
Hebr. 13:2
Wees gastvrij voor elkaar,
4:9
Filipp. 2:14
zonder morren.

10

4:10
Spr. 3:28
Rom. 12:6
2 Kor. 8:11
Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.

11

4:11
Jer. 23:22
Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Lijden als een christen

12Geliefden,

4:12
Jes. 48:10
1 Kor. 3:13
1 Petr. 1:7
laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.

13Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen.

14

4:14
Matt. 5:10
1 Petr. 2:20
3:14
Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt.

15Maar laat niemand van u lijden als een moordenaar of dief, of kwaaddoener, of als iemand die zich met de zaken van iemand anders bemoeit.

16Als iemand echter als christen lijdt, laat hij zich daarvoor niet schamen, maar God in dit opzicht verheerlijken.

17

4:17
Jer. 25:29
Luk. 23:31
Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint,
4:17
Luk. 10:12
wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?

18

4:18
Spr. 11:31
En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar verschijnen?

19Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.

5

De roeping van de ouderlingen

51De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van Christus en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden:

2

5:2
Hand. 20:28
Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig;
5:2
1 Tim. 3:3
Tit. 1:7
niet uit winstbejag, maar bereidwillig;

3

5:3
2 Kor. 1:24
ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere,
5:3
Filipp. 3:17
1 Tim. 4:12
Tit. 2:7
maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn.

4En als

5:4
Jes. 40:11
Ezech. 34:23
Joh. 10:11
Hebr. 13:20
1 Petr. 2:25
de Opperherder verschijnt,
5:4
1 Kor. 9:25
2 Tim. 4:8
Jak. 1:12
1 Petr. 1:4
zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen.

In Gods hoede en waakzaam tegen de duivel

5Evenzo, jongeren, wees aan de ouderen onderdanig;

5:5
Rom. 12:10
Filipp. 2:3
en wees allen elkaar onderdanig. Wees met nederigheid bekleed,
5:5
Spr. 3:34
Jak. 4:6
want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.

6

5:6
Job 22:29
Spr. 29:23
Matt. 23:12
Luk. 14:11
Jak. 4:10
Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.

7

5:7
Ps. 55:23
Matt. 6:25
Luk. 12:22
Filipp. 4:6
1 Tim. 6:8
Werp al uw zorgen op Hem,
5:7
1 Kor. 9:9
Hebr. 13:5
want Hij zorgt voor u.

8

5:8
1 Thess. 5:6
1 Petr. 1:13
4:7
Wees nuchter en waakzaam;
5:8
Job 1:7
Luk. 22:31
want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.

9

5:9
Efez. 4:27
Jak. 4:7
Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders5:9 uw broeders - Letterlijk: uw broederschap. in de wereld opgelegd wordt.

Zegen, afzender, groeten

10De God nu van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, Hij Zelf moge u –

5:10
Hebr. 10:37
1 Petr. 1:6
na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen.

11Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

12Met de hulp van Silvanus, die voor u, naar ik meen, een trouwe broeder is, heb ik met weinig woorden geschreven, u aangespoord en betuigd dat dit de ware genade van God is, waarin u staat.

13U groet de mede-uitverkoren gemeente die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

14Groet elkaar

5:14
Rom. 16:16
1 Kor. 16:20
2 Kor. 13:12
1 Thess. 5:26
met een kus van de liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus bent. Amen.