Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, geadresseerden, groet

11Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen

1:1
Jak. 1:1
in de verstrooiing in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië,

2uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en

1:2
Hebr. 12:24
besprenkeling met het bloed van Jezus Christus:
1:2
Rom. 1:7
1 Kor. 1:3
Gal. 1:3
Efez. 1:2
moge genade en vrede voor u
1:2
2 Petr. 1:22
vermeerderd worden.

De hoop op de zaligheid

3

1:3
2 Kor. 1:3
Efez. 1:3
Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus,
1:3
Rom. 6:23
Jak. 1:18
Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop,
1:3
1 Kor. 15:20
door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,

4tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis,

1:4
Kol. 1:5
2 Tim. 1:12
die in de hemelen bewaard wordt voor u.

5U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.

6

1:6
Rom. 5:3
Jak. 1:2
Daarin verheugt u zich,
1:6
Hebr. 10:37
1 Petr. 5:10
ook al wordt u nu voor een korte tijd – als het nodig is – bedroefd door allerlei verzoekingen,

7

1:7
Jes. 48:10
1 Kor. 3:13
Jak. 1:3
1 Petr. 4:12
opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.

8

1:8
Joh. 20:29
Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde,

9en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen.

10Naar deze zaligheid hebben

1:10
Gen. 49:10
Dan. 2:44
Haggaï 2:8
Zach. 6:12
de profeten, die geprofeteerd hebben over de genade die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd.

11

1:11
Dan. 9:24
Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van
1:11
Ps. 22:7
Jes. 53:3
het lijden dat op Christus komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna.

12Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het Evangelie verkondigd hebben

1:12
Hand. 2:4
door de Heilige Geest, Die vanuit de hemel gezonden is;
1:12
Efez. 3:10
dingen, waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen.

Heiligheid en broederliefde

13

1:13
Luk. 12:35
Efez. 6:14
Omgord daarom de lendenen van uw verstand, wees nuchter en hoop volkomen op de genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus.

14Word als gehoorzame kinderen niet gelijkvormig aan de begeerten die er vroeger in de tijd van uw onwetendheid waren.

15Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is,

1:15
Luk. 1:75
word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel,

16want er staat geschreven:

1:16
Lev. 11:44,45
19:2
20:7
Wees heilig, want Ik ben heilig.

17En als u Hem als Vader aanroept

1:17
Deut. 10:17
2 Kron. 19:7
Job 34:19
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Efez. 6:9
Kol. 3:25
Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap,

18

1:18
1 Kor. 6:20
7:23
in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is,

19maar

1:19
Hand. 20:28
Hebr. 9:12
Openb. 1:5
met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

20Hij is wel

1:20
Rom. 16:25
Efez. 1:9
3:9
Kol. 1:26
2 Tim. 1:9
Tit. 1:2
van tevoren gekend, vóór de grondlegging van de wereld, maar in de laatste tijden geopenbaard omwille van u.

21Door Hem gelooft u in God, Die Hem opgewekt heeft uit de doden

1:21
Hand. 2:33
Filipp. 2:9
en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn.

22Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest,

1:22
Rom. 12:10
Efez. 4:3
Hebr. 13:1
1 Petr. 2:17
tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar vurig lief uit een rein hart,

23u, die

1:23
Jak. 1:18
opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk
1:23
1 Joh. 3:9
zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

24

1:24
Jes. 40:6
1 Kor. 7:31
Jak. 1:10
4:14
1 Joh. 2:17
Want alle vlees is als gras en al de heerlijkheid van de mens is als een bloem in het gras. Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen.

25Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid. En dit is het Woord dat onder u verkondigd is.

2

De levende steen en het heilige volk

21

2:1
Matt. 18:3
Rom. 6:4
1 Kor. 14:20
Efez. 4:23
Kol. 3:8
Hebr. 12:1
Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.

2En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord,2:2 de zuivere melk van het Woord - Of: de redelijke, zuivere melk. opdat u daardoor mag opgroeien,

3indien u tenminste

2:3
Ps. 34:9
geproefd hebt dat de Heere goedertieren is,

4

2:4
Efez. 2:20
en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar,

5dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot

2:5
Hebr. 3:6
een geestelijk huis, tot
2:5
Openb. 1:6
5:10
een heilig priesterschap, om
2:5
Rom. 12:1
Hebr. 12:28
geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

6Daarom staat er in de Schrift:

2:6
Jes. 28:16
Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen die uitverkoren en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

7Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt:

2:7
Ps. 118:22
Matt. 21:42
Hand. 4:11
De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de hoeksteen geworden, en
2:7
Jes. 8:14
Rom. 9:33
een steen des aanstoots en een struikelblok;

8voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn.

9

2:9
Ex. 19:6
Deut. 7:6
14:2
26:18
Efez. 1:14
Maar u bent een uitverkoren geslacht,
2:9
Openb. 1:6
5:10
een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte;2:9 een volk … eigendom maakte - Letterlijk: een volk tot verkrijging. opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

10

2:10
Hos. 1:10
2:22
Rom. 9:26
u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.

Een voorbeeld voor de heidenen

11Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen

2:11
Rom. 13:14
Gal. 5:16
u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.

12

2:12
Rom. 12:17
2 Kor. 8:21
Filipp. 2:15
Houd uw levenswandel onder de heidenen goed;
2:12
Tit. 2:8
1 Petr. 3:16
opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners,
2:12
Matt. 5:16
door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen
2:12
Luk. 1:68
19:44
op de dag dat er naar hen omgezien wordt.2:12 op de dag … wordt - Of: op de dag van de vergelding.

Aan alle gezag onderdanig

13

2:13
Rom. 13:1
Tit. 3:1
Onderwerp u dan omwille van de Heere aan alle menselijke orde, hetzij aan de koning, als hoogste machthebber,

14hetzij aan de stadhouders, als mensen die door hem gezonden worden tot straf van de kwaaddoeners, maar tot lof van hen die goeddoen.

15Want zo is het de wil van God,

2:15
Tit. 2:8
dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert;

16

2:16
Joh. 8:32
Rom. 6:18
Gal. 5:1
als vrije mensen, maar niet alsof u de vrijheid hebt als een dekmantel voor slechtheid, maar als dienstknechten van God.

17

2:17
Rom. 12:10
1 Petr. 5:5
Houd iedereen in ere;
2:17
Rom. 12:10
Efez. 4:3
Hebr. 13:1
1 Petr. 1:22
heb al uw broeders2:17 al uw broeders - Letterlijk: de broederschap. lief; vrees God;
2:17
Matt. 22:21
eer de koning.

18

2:18
Efez. 6:5
Kol. 3:22
1 Tim. 6:1
Tit. 2:9
Huisslaven, wees uw meesters met alle ontzag onderdanig, niet alleen hun die goed en welwillend zijn, maar ook die verkeerd handelen.

Lijden omwille van het goede

19

2:19
Matt. 5:10
Want dat is genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen, en daarbij ten onrechte lijdt.

20Want wat voor roem is er als u het geduldig verdraagt wanneer u zondigt en daarvoor slagen ontvangt?

2:20
1 Petr. 3:14
4:14
Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat genade bij God.

21Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat

2:21
Joh. 13:15
Filipp. 2:5
1 Joh. 2:6
ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;

22

2:22
Jes. 53:9
2 Kor. 5:21
1 Joh. 3:5
Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is;

23

2:23
Matt. 27:39
Joh. 8:48,49
Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;

24

2:24
Jes. 53:4
Matt. 8:17
Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout,
2:24
Rom. 6:11
opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.

25Want u was

2:25
Jes. 53:6
Ezech. 34:6
Luk. 15:4
als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.