Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Gerechtigheid en broederliefde als kenmerken van het kind van God

31Zie,

3:1
Joh. 1:12
hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent.

2Geliefden,

3:2
Jes. 56:5
Joh. 1:12
Rom. 8:15
Gal. 3:26
4:6
nu zijn wij kinderen van God,
3:2
Matt. 5:12
Rom. 8:18
2 Kor. 4:17
en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn.
3:2
Filipp. 3:21
Kol. 3:4
Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

3En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.

4Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid;

3:4
1 Joh. 5:17
want de zonde is de wetteloosheid.

5

3:5
Jes. 53:12
1 Tim. 1:15
En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen;
3:5
Jes. 53:9
2 Kor. 5:21
1 Petr. 2:22
en zonde is er in Hem niet.

6Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.

7Lieve kinderen, laat niemand u misleiden.

3:7
1 Joh. 2:29
Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is.

8Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.

9

3:9
1 Joh. 5:18
Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet,
3:9
1 Petr. 1:23
want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.

10Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.

11Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt,

3:11
Vers 23;
dat wij elkaar moeten liefhebben;

12niet zoals

3:12
Gen. 4:8
Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood?
3:12
Hebr. 11:4
Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.

13

3:13
Joh. 15:18
Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.

14

3:14
1 Joh. 2:10
Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood.

15Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar;

3:15
Matt. 5:21
Gal. 5:21
en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.

16

3:16
Joh. 15:13
Efez. 5:2
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven.

17

3:17
Deut. 15:7
Luk. 3:11
Jak. 2:15
Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart3:17 hart - Letterlijk: ingewanden. voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?

Vrijmoedigheid tot God

18Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.

19En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons hart voor Hem geruststellen.

20Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.

21Geliefden! Als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan;

22

3:22
Jer. 29:12
Matt. 7:8
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 5:14
en wat wij ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is.

23

3:23
Joh. 6:29
17:3
En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus,
3:23
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Petr. 4:8
1 Joh. 4:21
en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.

24

3:24
Joh. 14:23
15:10
1 Joh. 4:12
En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.

4

De geesten beproeven

41Geliefden,

4:1
Jer. 29:8
Matt. 24:4
Efez. 5:6
Kol. 2:18
geloof niet elke geest,
4:1
Matt. 7:15,16
1 Kor. 14:29
1 Thess. 5:21
maar beproef de geesten of zij uit God zijn;
4:1
Matt. 24:5,24
2 Petr. 2:1
want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.

2Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God;

3en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God;

4:3
1 Joh. 2:22
maar dat is de geest van de antichrist,
4:3
1 Joh. 2:18
waarvan u gehoord hebt dat hij komt,
4:3
2 Thess. 2:7
en die nu al in de wereld is.

4Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.

5Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen.

6

4:6
Joh. 8:47
10:27
Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.

Gods liefde drijft tot wederliefde

7Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God.

8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

9

4:9
Joh. 3:16
Rom. 5:8
Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.

10Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben,

4:10
Rom. 3:24
2 Kor. 5:19
Kol. 1:19
maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond
4:10
Rom. 3:25
1 Joh. 2:2
als verzoening voor onze zonden.

11Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

12

4:12
Ex. 33:20
Deut. 4:12
Joh. 1:18
1 Tim. 1:17
6:16
Niemand heeft ooit God gezien.
4:12
1 Joh. 3:24
Als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.

13Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.

14En wij hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld.

15Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.

16En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.

17Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.

18Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

19Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

20

4:20
1 Joh. 2:4
Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?

21

4:21
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Petr. 4:8
1 Joh. 3:23
En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.

5

Het geloof en zijn vruchten

51

5:1
Joh. 1:12
Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is.

2Hieraan weten wij dat wij de kinderen van God liefhebben, wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden bewaren.

3

5:3
Joh. 14:15
15:10
Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen;
5:3
Matt. 11:29,30
en Zijn geboden zijn geen zware last.

4Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld;

5:4
Joh. 16:33
en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.

5

5:5
1 Kor. 15:57
Wie anders is het die de wereld overwint
5:5
1 Joh. 4:15
dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?

6Hij is het Die kwam door water en bloed: Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.

7Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één.

8En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn tot één.

9

5:9
Joh. 5:37
Als wij het getuigenis van de mensen aannemen, het getuigenis van God is groter; want dit is het getuigenis van God dat Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

10

5:10
Joh. 3:36
Rom. 8:16
Gal. 4:6
Wie gelooft in de Zoon van God, heeft het getuigenis in zichzelf; wie God niet gelooft, heeft Hem tot leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God van Zijn Zoon getuigd heeft.

11En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft;

5:11
Joh. 1:4
en dit leven is in Zijn Zoon.

12Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.

13

5:13
Joh. 20:31
Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwige leven hebt en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God.

De kracht van het gebed

14En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God,

5:14
Jer. 29:12
Matt. 7:8
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
15:7
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil.

15En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.

16Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood.

5:16
Num. 15:30
1 Sam. 2:25
Matt. 12:31
Mark. 3:29
Luk. 12:10
Hebr. 6:4
10:26
2 Petr. 2:20
Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden.

17

5:17
1 Joh. 3:4
Elke ongerechtigheid is zonde; en er is zonde die niet tot de dood leidt.

18

5:18
1 Joh. 3:9
Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem.

19Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt.

20Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is

5:20
Luk. 24:45
en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Jezus Christus.
5:20
Jes. 9:5
44:6
54:5
Joh. 20:28
Rom. 9:5
1 Tim. 3:16
Die is de waarachtige God en het eeuwige leven.

21Lieve kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]