Herziene Statenvertaling (HSV)
7

Het huwelijksleven

71Wat nu de dingen betreft waarover u mij geschreven hebt: het is goed voor een mens om geen vrouw aan te raken.

2Maar laat vanwege allerlei vormen van hoererij iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man.

3

7:3
1 Petr. 3:7
Laat de man aan zijn vrouw de verschuldigde bereidwilligheid betonen en evenzo ook de vrouw aan haar man.

4De vrouw heeft niet de beschikking over haar eigen lichaam, maar de man. En evenzo heeft ook de man niet de beschikking over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.

5

7:5
Joël 2:16
Onttrek u niet aan elkaar, behalve dan met onderling goedvinden voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan vasten en bidden. Kom daarna weer bij elkaar, opdat de satan u niet zal verzoeken omdat u zich niet kunt onthouden.

6Dit zeg ik echter als tegemoetkoming, niet als bevel.

7

7:7
Hand. 26:29
Want ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ikzelf,
7:7
Matt. 19:12
1 Kor. 12:11
maar ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze.

8Maar ik zeg tegen de ongehuwden en de weduwen: Het is goed voor hen, als zij blijven zoals ik.

9

7:9
1 Tim. 5:14
Maar als zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen, want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.

Over echtscheiding

10Maar de gehuwden beveel ik – niet ik, maar de Heere –

7:10
Mal. 2:14
Matt. 5:32
19:9
Mark. 10:11
Luk. 16:18
dat een vrouw niet zal scheiden van haar man

11– en als zij toch gaat scheiden, moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen – en dat een man zijn vrouw niet zal verlaten.

12Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Heere: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij er van harte mee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten.

13En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt er van harte mee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten.

14Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.

15Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen.

16

7:16
1 Petr. 3:1
Want hoe weet u, vrouw, of u uw man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u uw vrouw zult behouden?

Verschillende roeping

17Maar zoals God aan ieder heeft toebedeeld, zoals de Heere ieder geroepen heeft, zó moet hij wandelen. En zo schrijf ik het in alle gemeenten voor.

18Is iemand als besnedene geroepen, dan moet hij die besnijdenis niet ongedaan laten maken. Is iemand geroepen die onbesneden is,7:18 die onbesneden is - Letterlijk: die de voorhuid heeft; zie ook vers 19. dan moet hij zich niet laten besnijden.

19Besneden zijn is niets en onbesneden zijn is niets, maar het in acht nemen van de geboden van God.

20

7:20
Efez. 4:1
Filipp. 1:27
Kol. 1:10
1 Thess. 2:12
Laat ieder blijven in de roeping waarin hij geroepen is.

21Bent u als slaaf geroepen, dan moet u zich daarover niet bekommeren. Kunt u echter ook vrij worden, maak dan liever van die gelegenheid gebruik.

22Wie namelijk als slaaf geroepen is in de Heere, is een vrijgelatene van de Heere. Evenzo is hij die als vrije geroepen is, een slaaf van Christus.

23

7:23
1 Kor. 6:20
Hebr. 9:12
1 Petr. 1:18
U bent duur gekocht; word dus geen slaven van mensen.

24Laat ieder voor het aangezicht van God blijven, broeders, in de staat waarin hij geroepen is.

Ongehuwd zijn

25Wat betreft hen die nog maagd zijn, heb ik geen bevel van de Heere. Ik geef echter mijn mening als iemand die barmhartigheid van de Heere heeft gekregen om trouw te zijn.

26Ik denk dat dit goed is met het oog op de aanstaande nood,7:26 de aanstaande nood - Of: de tegenwoordige nood. namelijk dat het voor een mens goed is om zo te zijn.

27Bent u aan een vrouw verbonden, zoek geen losmaking. Bent u vrij van een vrouw, zoek dan geen vrouw.

28Maar ook als u trouwt, zondigt u niet. Ook als een meisje dat nog maagd is, trouwt, zondigt zij niet. Zulke mensen echter zullen wel verdrukking hebben in het vlees en dat wil ik u besparen.

29Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd beperkt is. Laten zij die vrouwen hebben, voortaan zijn alsof ze die niet hebben,

30en zij die huilen, alsof zij niet huilen, en zij die blij zijn, alsof zij niet blij zijn, en zij die kopen, alsof zij niet bezitten,

31en zij die van deze wereld gebruikmaken, alsof zij die niet gebruiken.

7:31
Jes. 40:6
Jak. 1:10
4:14
1 Petr. 1:24
1 Joh. 2:17
Immers, de gedaante van deze wereld gaat voorbij.

32En ik wil dat u zonder zorgen bent.

7:32
1 Tim. 5:5
De ongehuwde draagt zorg voor de dingen van de Heere, hoe hij de Heere zal behagen.

33Wie echter gehuwd is, draagt zorg voor de dingen van de wereld, hoe hij zijn vrouw zal behagen.

34Er is onderscheid tussen de gehuwde vrouw en het meisje dat nog maagd is. De ongehuwde draagt zorg voor de dingen van de Heere om zowel naar lichaam als naar geest heilig te zijn. Zij echter die gehuwd is, draagt zorg voor de dingen van de wereld, hoe zij haar man zal behagen.

35En dit zeg ik tot uw eigen voordeel, niet om een strik over u heen te werpen, maar om u te leiden tot eerbaar gedrag en blijvende toewijding aan de Heere, zonder afgeleid te worden.

36Maar als iemand denkt dat hij ongepast handelt ten opzichte van zijn aanstaande vrouw7:36 Een andere keuze van vertalen is dat het hier gaat om een vader met het oog op het uithuwelijken van zijn dochter; zie ook vers 37. die nog maagd is, als de jaren van haar jeugd voorbij zijn en het op deze wijze behoort te gebeuren, laat hij doen wat hij wil, hij zondigt niet: laten zij trouwen.

37Maar wie in zijn hart vastbesloten is en er niet toe genoodzaakt wordt, maar macht heeft over zijn eigen wil en in zijn hart besloten heeft dat hij zijn eigen aanstaande vrouw die nog maagd is, zo zal houden, die handelt ook goed.

38Dus: ook wie ten huwelijk geeft, handelt goed, maar wie niet ten huwelijk geeft, handelt beter.

39

7:39
Rom. 7:2
Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Heere.

40Maar zij is gelukkiger, als zij zo blijft, naar mijn mening. En ik denk ook dat ik

7:40
1 Thess. 4:8
de Geest van God heb.

8

Het eten van offervlees

81En wat de afgodenoffers betreft: wij weten dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op.

2En als iemand denkt iets te weten, dan heeft hij nog niets leren kennen zoals men behoort te kennen.

3Maar als iemand God liefheeft, is hij door Hem gekend.

4

8:4
Rom. 14:14
Wat dus het eten van afgodenoffers betreft: wij weten
8:4
1 Kor. 10:19
dat een afgod niets is in de wereld
8:4
Deut. 4:39
Efez. 4:6
en dat er geen andere God is dan Eén.

5Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn),

6

8:6
Mal. 2:10
Efez. 4:6
toch is er voor ons maar één God: de Vader,
8:6
Rom. 11:36
uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en
8:6
Joh. 13:13
1 Kor. 12:3
Filipp. 2:11
één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.

7Maar niet in allen is deze kennis, want

8:7
1 Kor. 10:28
sommigen, die in hun geweten tot nu toe niet los zijn van de afgod, eten het vlees als afgodenoffer, en hun geweten, dat zwak is, wordt bevlekt.

8

8:8
Rom. 14:17
Voedsel nu brengt ons niet dichter bij God, want hetzij dat wij eten, wij zijn er bij God niet meer om; en hetzij dat wij niet eten, wij zijn er bij God niet minder om.

9

8:9
Gal. 5:13
Maar let erop dat deze vrijheid8:9 vrijheid - Letterlijk: (vol)macht. van u niet op een of andere manier een aanstoot wordt voor hen die zwak zijn.

10Want als iemand u, die deze kennis bezit, in een afgodstempel aan tafel ziet aanliggen, zal dan zijn geweten, omdat het zwak is, er niet toe aangezet worden8:10 er … toe aangezet worden - Letterlijk: gebouwd worden. om afgodenoffers te eten?

11

8:11
Rom. 14:15
En zal zo de broeder die zwak is door uw kennis verloren gaan, een broeder voor wie Christus gestorven is?

12Door zó te zondigen tegen de broeders en hen in hun geweten, dat zwak is, te treffen, zondigt u tegen Christus.

13

8:13
Rom. 14:21
2 Kor. 11:29
Daarom, als het voedsel mijn broeder doet struikelen, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, opdat ik mijn broeder geen oorzaak geef tot struikelen.

9

Vrijheid en rechten van Paulus

91Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij?

9:1
Hand. 9:3,17
22:14,18
23:11
1 Kor. 15:8
2 Kor. 12:2
Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien?
9:1
1 Kor. 4:15
Bent u niet mijn werk in de Heere?

2Als ik voor anderen geen apostel ben, dan ben ik het toch wel voor u, want u bent het zegel van mijn apostelschap in de Heere.

3Dit is mijn verdediging tegenover hen die mij beoordelen.

4

9:4
Vers
Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken?

5Hebben wij niet het recht om een zuster als vrouw mee te nemen, zoals ook de andere apostelen, en de broers van de Heere, en

9:5
Matt. 8:14
Kefas?

6Of hebben alleen ik en Barnabas geen recht om niet te werken?

7Wie

9:7
2 Kor. 10:4
dient ooit in het leger en betaalt zijn eigen soldij? Wie
9:7
1 Kor. 3:6,7,8
plant een wijngaard en eet niet van zijn vrucht? Of wie
9:7
Joh. 21:15
1 Petr. 5:2
weidt een kudde en voedt zich niet met de melk van de kudde?

8Spreek ik dit naar de mens? Of zegt ook de wet niet hetzelfde?

9Want in de wet van Mozes staat geschreven:

9:9
Deut. 25:4
1 Tim. 5:18
U mag een dorsende os niet muilbanden. Bekommert God Zich alleen maar om de ossen?

10Of zegt Hij dit vooral om ons? Jawel, om ons is geschreven dat wie ploegt, in hoop hoort te ploegen, en dat wie in hoop dorst, het deel waarop hij hoopt, hoort te krijgen.

11

9:11
Rom. 15:27
Gal. 6:6
Als wij bij u het geestelijke gezaaid hebben, is het dan te veel als wij van u het stoffelijke oogsten?

12Als anderen aan dit recht over u deelhebben, waarom wij niet des te meer?

9:12
Hand. 20:33
2 Kor. 11:9
12:13
Wij hebben echter van dit recht geen gebruik gemaakt, maar wij verdragen alles, opdat wij geen enkele hindernis opwerpen voor het Evangelie van Christus.

13Weet u niet

9:13
Deut. 18:1
dat zij die de tempeldienst9:13 tempeldienst - Letterlijk: de heilige dingen. verrichten, van het heilige eten? En dat zij die steeds bij het altaar verkeren, hun deel ontvangen van de offers van het altaar?

14

9:14
Lev. 19:13
Deut. 24:14
25:4
Matt. 10:10
Luk. 10:7
1 Tim. 5:18
Zo heeft de Heere ook met het oog op hen die het Evangelie verkondigen, opgedragen dat zij van het Evangelie leven.

15Ik heb hiervan echter geen gebruik gemaakt. En ik schrijf dit niet opdat dit mij alsnog ten deel zal vallen, want ik zou liever sterven dan dat iemand mijn roem van zijn inhoud zou ontdoen.

16Als ik het Evangelie verkondig, is er voor mij namelijk geen reden tot roem.

9:16
Rom. 1:14
De noodzaak daarvan is mij immers opgelegd. En wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig!

17Want als ik dat vrijwillig doe, heb ik recht op loon, maar als ik het onwillig doe, is het beheer van het Evangelie mij toch toevertrouwd.

18Wat voor loon heb ik dan? Dat ik, bij de evangelieverkondiging, het Evangelie van Christus kosteloos maak, om geen gebruik te maken van mijn recht als verkondiger van het Evangelie.

19Want terwijl ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf toch voor allen tot slaaf gemaakt om meer mensen te winnen.

20

9:20
Hand. 16:3
18:18
21:23
En ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen.

21

9:21
Gal. 2:3
Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen te winnen die zonder de wet zijn.

22

9:22
Rom. 15:1
1 Kor. 10:33
Gal. 6:1
Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden.

23En dit doe ik ter wille van het Evangelie, opdat ik daarvan ook zelf deelgenoot zou worden.

24Weet u niet dat zij die in

9:24
Gal. 2:2
5:7
Filipp. 2:16
2 Tim. 4:7
Hebr. 6:18
de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt.

25

9:25
2 Tim. 2:4
En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om
9:25
2 Tim. 4:8
1 Petr. 1:4
5:4
een onvergankelijke te ontvangen.

26Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla.

27Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]