Herziene Statenvertaling (HSV)
10

Israël een waarschuwend voorbeeld

101En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt

10:1
Ex. 13:21
Num. 9:18
Deut. 1:33
Neh. 9:12,19
Ps. 78:14
105:39
dat onze vaderen allen onder de wolk waren en
10:1
Ex. 14:22
Joz. 4:23
Ps. 78:13
allen door de zee zijn gegaan,

2en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee,

3

10:3
Ex. 16:15
en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben,

4

10:4
Ex. 17:6
Num. 20:11
Ps. 78:15
en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus.

5Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad,

10:5
Num. 26:65
want zij zijn neergeveld in de woestijn.

6En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen,

10:6
Num. 11:4,33
Ps. 106:14
zoals ook zij verlangd hebben.

7En word geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat:

10:7
Ex. 32:6
Het volk ging zitten om te eten en te drinken en zij stonden op om te feesten.10:7 feesten - Letterlijk: spelen.

8En laten wij geen hoererij bedrijven,

10:8
Num. 25:1,9
Ps. 106:29
zoals sommigen van hen hoererij bedreven hebben, en op één dag vielen er drieëntwintigduizend.

9En laten wij Christus niet verzoeken,

10:9
Num. 21:5
Ps. 106:14
zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn.

10En mor niet,

10:10
Ex. 16:2
17:2
Num. 14:36
Ps. 106:25
zoals ook sommigen van hen gemord hebben en omgekomen zijn door de verderver.

11Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons,

10:11
Rom. 15:4
1 Kor. 9:10
en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons,
10:11
Filipp. 4:5
Hebr. 10:25
over wie het einde van de eeuwen gekomen is.

12Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.

13Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen.

10:13
1 Kor. 1:8
1 Thess. 5:24
2 Petr. 2:9
En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.

Avondmaal en afgoderij

14Daarom, mijn geliefden, vlucht weg van de afgodendienst.

15Ik spreek toch tot u als tot verstandige mensen, beoordeelt u dan zelf wat ik zeg.

16De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus?

17Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn,

10:17
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood.

18Let op het Israël naar het vlees: hebben niet zij die de offers eten, gemeenschap met het altaar?

19Wat zeg ik hiermee dan?

10:19
1 Kor. 8:4
Dat een afgod iets is, of dat een afgodenoffer iets is?

20Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren,

10:20
Lev. 17:7
Deut. 32:17
zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt.

21U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen.

22Of willen wij de Heere tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij?

De christelijke vrijheid

23

10:23
1 Kor. 6:12
Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op.

24

10:24
1 Kor. 13:5
Filipp. 2:4
Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander.

25Eet alles wat in de vleeshal verkocht wordt, zonder naar iets navraag te doen omwille van het geweten.

26

10:26
Ex. 19:5
Ps. 24:1
50:12
Van de Heere immers is de aarde en haar volheid.

27En als iemand van de ongelovigen u uitnodigt, en u wilt naar hem toe gaan,

10:27
Luk. 10:7
eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder naar iets navraag te doen
10:27
1 Kor. 8:7
omwille van het geweten.

28Indien echter iemand tegen u zegt: Dat is een afgodenoffer, eet het dan niet, omwille van hem die u dat te kennen gaf en omwille van het geweten. Van de Heere immers is de aarde en haar volheid.

29Ik heb het echter niet over uw eigen geweten, maar over dat van de ander. Immers, waarom zou mijn vrijheid onder het oordeel vallen van het geweten van een ander?

30En als ik door genade aan de maaltijd deelneem, waarom word ik dan gelasterd om iets

10:30
Rom. 14:6
1 Tim. 4:3
waarvoor ik dank?

31

10:31
Kol. 3:17
Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.

32

10:32
Rom. 14:13
Geef geen aanstoot, niet aan de Joden en de Grieken, en ook niet aan de gemeente van God,

33zoals ik ook in alles allen behaag, door niet mijn eigen voordeel te zoeken, maar dat van velen, opdat zij

10:33
1 Kor. 9:22
behouden worden.

11

111Wees

11:1
1 Kor. 4:16
Filipp. 3:17
1 Thess. 1:6
2 Thess. 3:9
navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben.

Plaats van de vrouw in de gemeente

2En ik prijs u, broeders, omdat u in alles aan mij denkt en aan de overleveringen vasthoudt, zoals ik die aan u heb overgeleverd.

3Maar ik wil dat u weet

11:3
Efez. 5:23
dat Christus het Hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw
11:3
Joh. 14:28
1 Kor. 3:23
15:27
en God het Hoofd van Christus.

4Iedere man die bidt of profeteert en iets op zijn hoofd heeft, onteert zijn hoofd.

5Iedere vrouw echter die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, onteert haar eigen hoofd, want het is precies hetzelfde alsof zij kaalgeschoren is.

6Want als een vrouw het hoofd niet bedekt heeft, laat zij zich dan ook maar kaalknippen.

11:6
Num. 5:18
Deut. 22:5
Als het echter voor een vrouw schandelijk is kaalgeknipt of kaalgeschoren te zijn, laat zij dan het hoofd bedekken.

7Een man moet het hoofd namelijk niet bedekken,

11:7
Gen. 1:26,27
5:1
9:6
Kol. 3:10
omdat hij het beeld en de heerlijkheid van God is. De vrouw is echter de heerlijkheid van de man.

8

11:8
Gen. 2:18,21
De man immers is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man.

9Want ook is een man niet geschapen omwille van de vrouw, maar een vrouw omwille van de man.

10Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen.

11Evenwel is de man niet zonder de vrouw, en de vrouw niet zonder de man, in de Heere.

12Want zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is ook de man er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God.

13Oordeel bij uzelf: is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt?

14Of leert ook de natuur zelf u niet dat als een man lang haar draagt, het een oneer voor hem is?

15Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer, omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is.

16

11:16
1 Tim. 6:4
Maar als iemand op twist uit lijkt te zijn, wij hebben een dergelijke gewoonte niet, en de gemeenten van God evenmin.

Misstanden bij het Avondmaal

17Maar in wat ik nu beveel, prijs ik u niet, omdat u, wanneer u samenkomt, er niet beter, maar slechter van wordt.11:17 omdat … wordt - Letterlijk: omdat u niet tot beter maar tot slechter samenkomt.

18Want ten eerste hoor ik dat er als u samenkomt in de gemeente verdeeldheid onder u is, en ten dele geloof ik dat.

19

11:19
Matt. 18:7
Luk. 17:1
Want er moeten ook afwijkingen in de leer
11:19
Hand. 20:30
1 Joh. 2:19
onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen.

20Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere.

21Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.

22Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.

23Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd,

11:23
Matt. 26:26
Mark. 14:22
Luk. 22:19
dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden,11:23 verraden - Of: overgeleverd. brood nam,

24en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

25Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament11:25 testament - Het Griekse woord betekent hier zowel testament als verbond. in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

26Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere,

11:26
Joh. 14:3
Hand. 1:11
totdat Hij komt.

27

11:27
Num. 9:10,13
Joh. 6:51,63,64
13:27
1 Kor. 10:21
Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere.

28

11:28
2 Kor. 13:5
Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker.

29Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt.

30Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen.

31

11:31
Ps. 32:5
Spr. 18:17
Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden.

32Maar als wij geoordeeld worden, worden wij door de Heere bestraft, opdat wij niet met de wereld veroordeeld zouden worden.

33Daarom, mijn broeders, als u samenkomt om te eten, wacht op elkaar.

34Maar als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat u niet tot een oordeel samenkomt. Wat betreft de overige zaken zal ik opdracht geven wanneer ik kom.

12

Vele gaven, één Geest

121Wat nu de geestelijke gaven betreft, broeders, wil ik niet dat u onwetend bent.

2U weet dat u heidenen was, weggetrokken naar de stomme afgoden. Zo liet u zich meevoeren.

3Daarom maak ik u bekend

12:3
Mark. 9:39
dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is
12:3
Joh. 13:13
1 Kor. 8:6
Heere, dan door de Heilige Geest.

4

12:4
Rom. 12:6
1 Petr. 4:10
Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest.

5Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere.

6Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

7Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander.

8Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest;

9en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest;

10en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen,12:10 allerlei talen - Letterlijk: soorten van talen; zie ook de verzen 28 en 30. en aan een ander uitleg van talen.

11Al deze dingen echter

12:11
Rom. 12:3,6
Efez. 4:7
werkt één en dezelfde Geest,
12:11
1 Kor. 7:7
2 Kor. 10:13
Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.

Vele leden, één lichaam

12

12:12
Rom. 12:4,5
Efez. 4:16
Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus.

13Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt,

12:13
Gal. 3:28
hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt.

14Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele.

15Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam?

16En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam?

17Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam gehoor was, waar zou de reuk zijn?

18Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft.

19Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn?

20Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam.

21En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.

22Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist noodzakelijk.

23En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer.

24Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf,

25opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen.

26En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee.

27

12:27
Rom. 12:5
Efez. 1:23
4:12
5:23
Kol. 1:24
Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.

28God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven:

12:28
Efez. 4:11
ten eerste apostelen,
12:28
Efez. 2:20
ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.

29Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten?

30Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?

31Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]