Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet de christenen in Rome

11-7Dit is een brief van Paulus aan alle christenen in de stad Rome.

Ik ben een dienaar van Jezus Christus. God heeft mij uitgekozen om apostel te zijn. Hij heeft mij de opdracht gegeven om het goede nieuws te vertellen.

Het goede nieuws gaat over Jezus Christus, de Zoon van God. God liet de profeten al over hem vertellen in de heilige boeken. Jezus Christus is een nakomeling van David. Zo kwam hij als mens op aarde. En God liet zien dat Jezus zijn Zoon is, toen hij hem uit de dood liet opstaan. God gaf hem de hoogste macht, de macht van de heilige Geest. Zo werd Jezus Christus onze Heer.

Dankzij Jezus Christus is God goed voor mij. God heeft mij uitgekozen om overal het goede nieuws te vertellen. Want mensen van alle volken moeten gaan geloven, en gehoorzaam worden aan God. Dan krijgt Jezus Christus alle eer.

Ook jullie zijn in Jezus Christus gaan geloven. Hij heeft jullie uitgekozen om bij hem te horen. Nu zijn jullie christenen, en God houdt van jullie.

Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.

Paulus dankt God

8Allereerst dank ik mijn God voor jullie allemaal. Want over jullie geloof wordt overal in de wereld gesproken! Ik vraag Jezus Christus om mijn dank aan God over te brengen.

9-10Elke dag bid ik voor jullie. En elke keer vraag ik aan God of ik eindelijk naar jullie toe mag komen. God weet dat dat waar is! Hij weet dat ik alles overheb voor het goede nieuws over zijn Zoon.

11Ik wil jullie graag ontmoeten. Ik wil jullie iets doorgeven van de bijzondere krachten die ik van God gekregen heb. Daarmee wil ik jullie geloof sterker maken. 12Ik bedoel natuurlijk dat we dan elkaars geloof sterker zullen maken. En dat we elkaar dan tot steun kunnen zijn.

Het werk van Paulus

Paulus wil graag naar Rome komen

13Vrienden, jullie moeten weten dat ik al vaak van plan geweest ben om naar jullie toe te komen. Want ik wilde ook bij jullie in Rome mensen tot geloof brengen, net als in de rest van de wereld. Maar tot nu toe werd ik steeds tegengehouden.

14Het is mijn opdracht om aan alle volken het goede nieuws te vertellen. Aan de volken die Grieks spreken, net als wij, maar ook aan volken met andere talen en vreemde gewoontes. 15Daarom is het dus steeds mijn wens geweest om ook bij jullie in Rome het goede nieuws te vertellen.

Iedereen die gelooft, wordt gered

16Ik schaam me niet om te vertellen dat Jezus aan het kruis gestorven is. En dat de machtige God hem heeft laten opstaan uit de dood. Iedereen die dat goede nieuws gelooft, wordt gered. In de eerste plaats alle Joden, maar ook alle niet-Joden.

17De redding die God wil geven, is nu al op aarde te zien. Want steeds meer mensen geloven het goede nieuws over Jezus Christus. En in de heilige boeken staat: «Als je gelooft, ziet God je als een goed mens. Dan zul je leven.»

Iedereen verdient Gods straf

De mensen weigeren om God te eren

18God laat zien dat hij woedend is over de slechtheid van de mensen. Hij is boos omdat de mensen geen eerbied voor hem hebben, en omdat ze elkaar slecht behandelen.

De mensen verzetten zich tegen de waarheid over God. 19Terwijl ze echt wel kunnen weten wie God is. God heeft zich namelijk aan alle mensen bekendgemaakt. 20Want ook al kun je God niet zien, je kunt wel zien wat hij gedaan heeft. God heeft de wereld gemaakt. Zo kan iedereen die verstand heeft, Gods eeuwige macht zien, en begrijpen dat hij God is. Daarom hebben mensen die God niet eren, geen enkel excuus!

21-22De mensen kenden God dus wel, maar ze wilden hem niet danken en eren. Nee, daar vonden ze zichzelf te goed voor. Ze dachten dat ze heel wijs waren, maar ze raakten hun verstand juist kwijt. Ze konden niet meer helder denken. En het werd duidelijk dat ze niets waard waren.

23Ze gingen beelden vereren van sterfelijke mensen en van allerlei dieren en vogels. Maar ze hadden geen eerbied voor de heilige God, die eeuwig bestaat.

De mensen zijn in de macht van het kwaad

24Toen gaf God de mensen over aan de macht van het kwaad. Hun slechte verlangens zijn de baas over hen geworden. En hun verkeerde seksuele gedrag heeft hen onrein gemaakt. 25Dat gebeurt er als mensen afgoden gaan vereren en knielen voor beelden van mensen of dieren. En als ze God, die alles gemaakt heeft, niet willen eren. Maar de ware God moet juist alle eer krijgen, altijd en overal! Amen.

26-27God zorgde ervoor dat de mensen slaaf werden van hun eigen slechte verlangens. Daardoor gingen ze zich verkeerd gedragen op seksueel gebied. Vrouwen hebben nu seks met vrouwen. En mannen verlangen hevig naar mannen, en ook zij hebben seks met elkaar. Het is hun verdiende loon voor hun zonde tegen God.

28De mensen vonden het zinloos om eerbied voor God te hebben. Daarom zorgde God ervoor dat ze slaaf werden van hun eigen zinloze ideeën. Ze gingen dingen doen die verkeerd zijn. 29-30Ze zitten vol slechtheid: Ze zijn oneerlijk, misdadig en gemeen. Ze denken alleen aan zichzelf. Ze zoeken ruzie en ze plegen moorden. Ze liegen en ze zijn jaloers op elkaar. Ze roddelen en ze spreken kwaad over elkaar. Ze haten God. Ze vinden zichzelf geweldig, ze voelen zich beter dan anderen en ze scheppen graag op. Ze bedenken gemene plannen, en ze hebben geen respect voor hun ouders. 31Ze hebben geen verstand. Je kunt ze niet vertrouwen. Ze weten niet wat liefde is. En ze hebben met niemand medelijden.

32Iedereen weet hoe God over die dingen oordeelt: wie zulke dingen doet, verdient de zwaarste straf. Toch doen de mensen al die slechte dingen. Ze wensen elkaar er zelfs succes bij!

2

Wie kwaad doet, wordt gestraft

21Misschien zegt iemand: ‘Al die dingen gaan niet over mij.’ Maar dan zeg ik tegen hem: Luister, jij oordeelt over andere mensen en je hebt kritiek op hun gedrag. Maar de dingen waar jij kritiek op hebt, die doe je zelf ook. Zo laat je zelf zien dat je straf verdient.

2Mensen die al die verkeerde dingen doen, krijgen van God de straf die ze verdienen. Dat weten we allemaal. 3Denk jij dan dat je kunt ontsnappen aan Gods straf? Jij hebt wel steeds kritiek op andere mensen, maar je doet zelf ook verkeerde dingen!

4God is goed en geduldig, hij wacht lang met straffen. Jij denkt: Zo’n God hoef ik niet serieus te nemen! Maar dan begrijp je het niet. God is juist goed voor je: hij geeft je de kans om een nieuw leven te beginnen.

5Maar jij bent ongehoorzaam. Je wilt je leven niet veranderen. Zo maak je jezelf nog schuldiger. Op de dag dat God zal rechtspreken over de wereld, zal hij ook jou straffen.

Je krijgt wat je verdient

6God zal alle mensen geven wat ze verdienen. 7De mensen die het volhouden om te doen wat God wil, krijgen het eeuwige leven. Want zij hebben alles over voor het volmaakte leven bij God. 8Maar God straft de mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. De waarheid is voor hen niet belangrijk. Voor hen telt alleen oneerlijk gedrag.

9Ieder mens die slechte dingen doet, zal door God gestraft worden met pijn en ellende. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. 10Maar ieder mens die het goede doet, zal eer krijgen van God, en in vrede bij hem leven. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. 11Want God beoordeelt ieder mens op dezelfde manier.

Het gaat erom hoe je leeft

12De niet-Joden kennen Gods wet niet. Maar ook zonder wet geldt: als je verkeerd leeft, loopt het slecht met je af. De Joden kennen Gods wet wel. Voor hen geldt: wie verkeerd leeft, wordt volgens de regels van de wet gestraft. 13Want voor God gaat het er niet om dat je de wet kent. Het gaat erom dat je je aan de wet houdt. Alleen dan zul je gered worden.

14-15Mensen die niet als Jood geboren zijn, kennen de Joodse wet niet. Maar stel dat ze toch leven zoals de wet het bedoelt. Dan zie je aan hun daden dat ze de wet in hun hart hebben. Diep van binnen weten ze wat goed en slecht is. In gedachten geven ze een eerlijk oordeel over hun eigen daden.

16God weet hoe de mensen van binnen zijn. Alles zal bekend worden op de dag dat hij Jezus Christus laat rechtspreken over de wereld. Dat is het goede nieuws dat ik vertel.

Het gaat erom wat je doet

17Jij zegt: ‘Ik ben een Jood. Ik vertrouw op de wet, en ik ben trots op mijn God. 18Ik ken Gods wil. Ik weet precies wat belangrijk is. Dat heeft de wet mij geleerd. 19-20Ik ken de wet goed. En de wet geeft mij ware wijsheid. Daardoor kan ik anderen vertellen hoe ze moeten leven. Mensen die dom zijn en nog veel moeten leren, wijs ik op hun fouten. Zo lijk ik op iemand die blinden de weg wijst. En op een lamp die in het donker schijnt.’

21Jij vertelt anderen dus hoe ze moeten leven. Maar luister jij zelf wel naar die lessen? Je vertelt iedereen: ‘Je mag niet stelen.’ Maar zelf steel je wel. 22Je zegt: ‘Je mag niet vreemdgaan.’ Maar zelf ga je wel vreemd. Je vindt het vereren van afgoden afschuwelijk. Maar voor de dingen die heilig zijn, heb je geen eerbied.

23Jij bent er trots op dat je de Joodse wet kent. Maar je houdt je niet aan die wet, en zo beledig je God. 24Zo staat het al in de heilige boeken: «Omdat jullie je zo slecht gedragen, hebben de andere volken geen eerbied voor God.»

Het gaat erom hoe je van binnen bent

25Goed, jij bent een Jood en dus ben je besneden. Maar dat is alleen een voordeel als je je houdt aan de wet. Anders heb je er niets aan dat je besneden bent. 26En stel dat iemand die niet besneden is, zich houdt aan de regels van de wet. Dan ziet God hem als iemand die wel besneden is.

27Stel dat een niet-Jood, die dus niet besneden is, leeft zoals de wet het bedoelt. En stel dat jij je niet houdt aan de wet, terwijl jij wel besneden bent en de wet precies kent. Dan ben jij degene die aan het einde van de tijd gestraft zal worden.

28-29Waardoor is iemand echt een Jood? Niet doordat andere mensen weten dat hij een Jood is, of doordat hij besneden is en de wet kent. Nee, iemand is echt een Jood door hoe hij van binnen is. En doordat hij zich laat leiden door de heilige Geest. De eer die zo iemand krijgt, komt niet van mensen, maar van God.

3

God blijft trouw aan zijn belofte

31Je zou kunnen zeggen: ‘Welk voordeel heeft het eigenlijk om Jood te zijn? Wat heb je eraan als je besneden bent?’ 2Het antwoord is: Je hebt er heel veel aan om Jood te zijn. Het belangrijkste is dat God aan de Joden zijn beloftes gegeven heeft. Die staan in de heilige boeken.

3Maar toen Gods beloftes uitkwamen, wilden veel Joden het niet geloven. Is dat voor God een reden om hen in de steek te laten? 4Nee, natuurlijk niet! Want mensen kun je niet vertrouwen, maar God wel. Hij blijft trouw aan wat hij beloofd heeft. Want zo staat het al in de heilige boeken: «God, iedereen zal zien dat uw woorden waar zijn. Iedereen zal weten dat u gelijk hebt.»

5-6Nu zou je kunnen zeggen: ‘De slechtheid van de mensen is dus nodig om te laten zien dat God eerlijk en betrouwbaar is. Maar dan is het oneerlijk als God de mensen voor hun slechtheid straft!’ Zo kun je natuurlijk niet over God spreken! God is goed en eerlijk. Anders zou hij nooit de rechter van de wereld kunnen zijn.

7Nu zou je kunnen zeggen: ‘Goed, alleen God is betrouwbaar, alleen hij verdient alle eer. Dankzij mijn slechte gedrag wordt dat juist duidelijk. Maar dan hoef ik toch niet meer gestraft te worden?’ 8Houd toch op, dat is niet wat ik zeg! Er zijn mensen die beweren: ‘Volgens Paulus moet je veel slechte dingen doen. Want dan kan God laten zien hoe goed hij is!’ De mensen die dat over mij zeggen, liegen. Zulke mensen verdienen Gods straf!

Alle mensen zijn zondig

9Je zou nu kunnen zeggen: ‘Is het dan een nadeel om Jood te zijn?’ Absoluut niet! Want wat ik vastgesteld heb, is dit: alle mensen doen verkeerde dingen, Joden en niet-Joden.

10In de heilige boeken staat: «Er is geen mens die altijd goed doet, zelfs niet één. 11Niemand is wijs, niemand is trouw aan God. 12Iedereen is slecht en oneerlijk. Geen mens is goed, zelfs niet één. 13Mensen spreken alleen maar kwaad, en ze vertellen alleen maar leugens. Hun woorden zijn slecht en gevaarlijk. 14Ze liegen en bedriegen. 15Ze plegen graag moorden. 16Overal brengen ze geweld en ellende. 17Vrede krijgt bij hen geen kans. 18En eerbied voor God hebben ze niet.»

19Dat staat in de heilige boeken van de Joden, en dus gaat het ook over de Joden zelf. Voor hen geldt hetzelfde als voor iedereen: Niemand heeft een excuus voor zijn slechte gedrag. Iedereen is schuldig tegenover God. 20En niemand wordt gered doordat hij zich aan de Joodse wet houdt. Want het lukt niemand om alles te doen wat er in de wet staat. De wet leert ons juist dat ieder mens verkeerde dingen doet.

Redding door het geloof

God redt iedereen die gelooft

21-22Maar God wil de mensen redden. Dat wordt al verteld in de heilige boeken. En nu mag het aan iedereen bekendgemaakt worden: Mensen worden gered, niet doordat ze zich aan de wet houden, maar doordat ze geloven. Want God redt iedereen die gelooft in Jezus Christus.

God maakt geen verschil tussen Joden en niet-Joden. 23Want alle mensen doen verkeerde dingen. Daardoor leeft niemand dicht bij God. 24Maar God wil de mensen redden, zomaar, voor niets. Hij vergeeft de zonden van iedereen die gelooft in Jezus Christus. Zo goed wil God voor ons zijn.

25-26Tegelijk wil God dat de schuld van de mensen weer goedgemaakt wordt. Hij heeft daarom zelf gezorgd voor een geschenk waarmee dat kan gebeuren. Dat geschenk is Jezus Christus. Dankzij zijn dood worden de mensen die in hem geloven, gered.

God heeft altijd veel geduld met de mensen gehad. Hij liet hen in leven, ook al deden ze veel verkeerde dingen. En nu redt God iedereen die gelooft in Jezus Christus. Want iedereen die gelooft, wordt door God als een goed mens gezien.

Alleen door geloof word je gered

27Kunnen we dan nog zeggen dat het ene volk beter is dan het andere? Nee! Voor iedereen geldt dezelfde wet. Is dat een wet met regels om je aan te houden? Nee, het is de wet van het geloof. 28Want wij weten dat mensen alleen gered kunnen worden door het geloof. En niet doordat ze zich aan de Joodse wet houden.

29-30Er is maar één God. En hij is niet alleen de God van de Joden, maar ook de God van alle andere volken. Hij redt Joden als ze geloven, en hij redt niet-Joden als ze geloven.

31Beweer ik nu dat alleen het geloof belangrijk is, en de wet helemaal niet? Nee, ik zeg juist dat je je pas echt aan de wet houdt als je gelooft.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]