Bijbel in Gewone Taal (BGT)
27

Het altaar

271Je moet een altaar maken van acaciahout. Dat altaar moet vierkant zijn: 2,5 meter lang en 2,5 meter breed. Het moet 1,5 meter hoog zijn. 2Maak het altaar op de vier hoeken extra hoog. Het altaar en de hoeken moeten één geheel zijn en alles moet bedekt worden met een laagje brons. 3Maak ook potten waarin de as van het vuur gedaan kan worden. En maak scheppen, schalen, vorken en pannen, die gebruikt kunnen worden bij het offeren. Al die voorwerpen moeten van koper gemaakt worden.

4Maak om het altaar een hek van brons, met op elke hoek een ring. 5Zet het hek vast op de onderste rand van het altaar, zodat de bovenkant van het hek tot het midden van het altaar komt. 6Maak draagstokken van acaciahout, en bedek die met een laagje brons. 7Steek die draagstokken aan de zijkanten door de ringen van het hek. Dan kan het altaar gedragen worden.

8Het altaar moet van houten planken gemaakt worden. Van binnen moet het hol zijn. Maak het precies zoals ik het je op de berg laat zien.

Het plein rondom de tent

9Rondom de tent moet je een plein maken. Om het plein heen komen schermen die gemaakt zijn van fijn linnen.

Aan de zuidkant moeten schermen komen over een lengte van 50 meter. 10Maak twintig palen met bronzen voetstukken en zilveren stangen. Het scherm moet met zilveren haken aan de palen vastgemaakt worden.

11Maak ook aan de noordkant schermen over een lengte van 50 meter. Ook voor die schermen moeten er twintig palen komen met bronzen voetstukken, en zilveren stangen en haken.

12Aan de westkant, over de breedte van het plein, komt 25 meter scherm, met tien palen en tien voetstukken.

13Ook de oostkant van het plein moet 25 meter breed zijn. 14-16Daar moet de ingang komen, met aan beide kanten 7,5 meter scherm, drie palen en drie voetstukken. Hang voor de ingang een gordijn van 10 meter breed. Dat gordijn moet je maken van blauwe, paarse en rode wol, en van fijn linnen. En het moet versierd worden met mooie figuren. Bij dat gordijn horen vier palen en vier voetstukken.

17Alle palen rond het plein moeten op voetstukken van brons staan. Tussen de palen komen stangen van zilver, en alle haken moeten ook van zilver zijn. 18De lengte van het plein moet 50 meter zijn, de breedte 25 meter. De schermen moeten 2,5 meter hoog zijn. Alle schermen moeten van fijn linnen zijn, en alle voetstukken van brons. 19Ook al het gereedschap voor de tent en alle tentpinnen moeten van brons zijn.

Het licht in de tent

20De Israëlieten moeten zuivere olijfolie bij je brengen. Die olie is bestemd voor de olielampen in de tent. Want er moeten altijd lampen branden 21voor het gordijn dat voor de heilige kist hangt. Aäron en zijn zonen moeten ervoor zorgen dat er de hele nacht licht blijft branden voor mij. Ook in de toekomst moeten de Israëlieten en hun nakomelingen daarvoor zorgen.’