Bijbel in Gewone Taal (BGT)

De nakomelingen van Juda

21De zonen van Jakob waren: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issachar en Zebulon, 2Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.

De mensen die van Juda afstammen

3-4De zonen van Juda waren: Er, Onan en Sela. Hun moeder was Batsua, uit Kanaän. De oudste zoon heette dus Er, en de vrouw van Er was Tamar. Maar Er deed niet wat de Heer wilde. Daarom zorgde de Heer ervoor dat hij stierf.

Daarna kreeg Juda nog twee zonen bij Tamar: Peres en Zerach. In totaal had Juda dus vijf zonen.

5De zonen van Peres waren: Chesron en Chamul. 6Zerach had vijf zonen: Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara. 7De zoon van Karmi was Achar. Achar nam dingen voor zichzelf mee die voor de Heer bestemd waren. Daardoor bracht hij het volk veel ellende. 8De zoon van Etan was Azarja. 9De zonen van Chesron waren: Jerachmeël, Ram en Kaleb.

De mensen die van Ram afstammen

10De zoon van Ram was Amminadab. De zoon van Amminadab was Nachson. Nachson werd de leider van de stam Juda. 11De zoon van Nachson was Salma. De zoon van Salma was Boaz. 12De zoon van Boaz was Obed. De zoon van Obed was Isaï.

13Isaï had zeven zonen: Eliab, de oudste, en Abinadab, Sima, 14Netanel, Raddai, 15Osem en David. 16De dochters van Isaï waren: Seruja en Abigaïl. Seruja had drie zonen: Absai, Joab en Asaël. 17De zoon van Abigaïl was Amasa. De vader van Amasa was Jeter, een nakomeling van Ismaël.

18Kaleb, de zoon van Chesron, kreeg bij zijn vrouw Azuba en bij Jeriot de volgende zonen: Jeser, Sobab en Ardon. 19Toen Azuba stierf, trouwde Kaleb met Efrat. De zoon van Kaleb en Efrat was Chur. 20De zoon van Chur was Uri. De zoon van Uri was Besaleël.

21Toen Chesron zestig jaar oud was, trouwde hij met de dochter van Machir. Hun zoon was Segub. De nakomelingen van Machir wonen in het gebied Gilead.

22De zoon van Segub was Jaïr. Jaïr had 23 dorpen in bezit, 23die de Dorpen van Jaïr genoemd werden. Die werden veroverd door de legers van Gesur en Aram. Zij veroverden tegelijk nog andere dorpen, zoals Kenat en de dorpen daaromheen. In totaal werden er zestig dorpen veroverd. In al die dorpen in Gilead woonden nakomelingen van Machir.

24Na de dood van Chesron sliep Kaleb met Efrat. Chesrons vrouw Abia kreeg een zoon, Aschur. Van Aschur stammen de inwoners van Tekoa af.

De mensen die van Jerachmeël afstammen

25Jerachmeël was de oudste zoon van Chesron. De zonen van Jerachmeël waren: Ram, de oudste, en Buna, Oren, Osem en Achia. 26-27De zonen van Ram waren: Maäs, Jamin en Eker. Jerachmeël had nog een vrouw, Atara. De zoon van Jerachmeël en Atara was Onam. 28De zonen van Onam waren: Sammai en Jada.

De zonen van Sammai waren: Nadab en Abisur. 29De zonen van Abisur en zijn vrouw Abihaïl waren: Achban en Molid. 30De zonen van Nadab waren: Seled en Appaïm. Seled kreeg geen kinderen. 31De zoon van Appaïm was Jisi. De zoon van Jisi was Sesan. De zoon van Sesan was Achlai.

32De zonen van Jada, de broer van Sammai, waren: Jeter en Jonatan. Jeter kreeg geen kinderen. 33De zonen van Jonatan waren: Pelet en Zaza.

Dat waren allemaal nakomelingen van Jerachmeël.

34-35Sesan had geen zonen, alleen dochters. Hij liet één van zijn dochters trouwen met zijn Egyptische knecht Jarcha. De zoon van die dochter en Jarcha was Attai. 36De zoon van Attai was Natan. De zoon van Natan was Zabad. 37De zoon van Zabad was Eflal. De zoon van Eflal was Obed. 38De zoon van Obed was Jehu. De zoon van Jehu was Azarja. 39De zoon van Azarja was Cheles. De zoon van Cheles was Elasa. 40De zoon van Elasa was Sisemai. De zoon van Sisemai was Sallum. 41De zoon van Sallum was Jekamja. De zoon van Jekamja was Elisama.

De mensen die van Kaleb afstammen

42Kaleb, de broer van Jerachmeël, had twee zonen. De oudste zoon was Mesa. Van Mesa stammen de inwoners van Zif af. De andere zoon was Maresa. Van Maresa stammen de inwoners van Hebron af. 43De volgende mensen kwamen uit Hebron: Korach, Tappuach, Rekem en Sema. 44De zoon van Sema was Racham. Van Racham stammen de inwoners van Jorkoam af. De zoon van Rekem was Sammai. 45De zoon van Sammai was Maon. Van Maon stammen de inwoners van Bet-Sur af.

46De zonen van Kaleb en zijn bijvrouw Efa waren: Charan, Mosa en Gazez. De zoon van Charan was Gazez. 47De zonen van Jodai waren: Regem, Jotam, Gesan, Pelet, Efa en Saäf.

48De zonen van Kaleb en zijn bijvrouw Maächa waren: Seber, Tirchana, 49Saäf en Sewa. Van Saäf stammen de inwoners van Madmanna af. Van Sewa stammen de inwoners van Machbena en de inwoners van Gibea af. De dochter van Kaleb was Achsa.

50-55Nu volgen de namen van nog meer nakomelingen van Kaleb. De oudste zoon van Kaleb en zijn vrouw Efrat was Chur. De zonen van Chur waren: Sobal, Salma en Charef.

Van Sobal stammen de inwoners van Kirjat-Jearim af. En ook de inwoners van Haroë en de helft van de inwoners van Menuchot. De volgende families kwamen uit Kirjat-Jearim: de families Jeter, Put, Suma en Misra. Van de familie Misra stammen de inwoners van Sora en Estaol af.

Van Salma stammen de inwoners van Betlehem af. Verder de inwoners van Netofa en Atrot-Bet-Joab, de helft van de inwoners van Manachat en de Sorieten. Andere nakomelingen van Salma zijn de schrijvers uit de stad Jabes: de families Tira, Sima en Sucha. Ten slotte stammen van Salma nog de Kenieten uit Chammat af. Ook de Rechabieten komen uit Chammat.

Van Charef stammen de inwoners van Bet-Gader af.