Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

De nakomelingen van Adam

De mensen die van Adam afstammen

11Nu volgen de namen van de nakomelingen van Adam: Set, Enos, 2Kenan, Mahalalel, Jered, 3Henoch, Metuselach, Lamech, 4Noach, Sem, Cham en Jafet.

De mensen die van Jafet afstammen

5De zonen van Jafet waren: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras. 6De zonen van Gomer waren: Askenaz, Difat en Togarma. 7De zonen van Jawan waren: Elisa en Tarsis. Andere nakomelingen van Jawan zijn de bewoners van Cyprus en Rhodos.

De mensen die van Cham afstammen

8De zonen van Cham waren: Kus, Misraïm, Put en Kanaän.

9De zonen van Kus waren: Saba, Chawila, Sabta, Rama en Sabtecha. De zonen van Rama waren: Seba en Dedan. 10Kus had ook nog een zoon die Nimrod heette. Nimrod was de eerste grote veroveraar op aarde.

11Van Misraïm stammen veel verschillende volken af: de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 12de Patrusieten, de Kretenzers en de Kasluchieten. Van dat laatste volk stammen de Filistijnen af.

13De zonen van Kanaän waren: Sidon, de oudste, en Chet. 14Ook stammen er veel volken van Kanaän af: de Jebusieten, de Amorieten, de Girgasieten, 15de Chiwwieten, de Arkieten, de Sinieten, 16de Arwadieten, de Semarieten en de Hamatieten.

De mensen die van Sem afstammen

17De zonen van Sem waren: Elam, Assur, Arpachsad, Lud, Aram, Us, Chul, Geter en Mesech.

18De zoon van Arpachsad was Selach. De zoon van Selach was Eber. 19Eber kreeg twee zonen. De ene zoon heette Peleg. In zijn tijd gingen de mensen op verschillende plaatsen op de aarde wonen. De andere zoon heette Joktan.

20De zonen van Joktan waren: Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 21Hadoram, Uzal, Dikla, 22Ebal, Abimaël, Seba, 23Ofir, Chawila en Jobab. Dat waren allemaal zonen van Joktan.

24De zoon van Sem was Arpachsad. De zoon van Arpachsad was Selach. 25De zoon van Selach was Eber. De zoon van Eber was Peleg. De zoon van Peleg was Reü. 26De zoon van Reü was Serug. De zoon van Serug was Nachor. De zoon van Nachor was Terach. 27De zoon van Terach was Abram. Abram werd later Abraham genoemd.

De nakomelingen van Abraham

De mensen die van Abraham afstammen

28De zonen van Abraham waren: Isaak en Ismaël.

29-31De zonen van Ismaël waren: Nebajot, de oudste, en Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Chadad, Tema, Jetur, Nafis en Kedema.

32Abraham kreeg ook nog zonen bij Ketura, één van zijn bijvrouwen. Die zonen waren: Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach. De zonen van Joksan waren: Seba en Dedan. 33De zonen van Midjan waren: Efa, Efer, Chanoch, Abida en Eldaä. Dat waren allemaal nakomelingen van Ketura.

34De zonen van Isaak, de zoon van Abraham, waren: Esau en Jakob. 35De zonen van Esau waren: Elifaz, Reüel, Jeüs, Jalam en Korach. 36De zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Sefi, Gatam, Kenaz, Timna en Amalek. 37De zonen van Reüel waren: Nachat, Zerach, Samma en Mizza.

De mensen die van Seïr afstammen

38De zonen van Seïr waren: Lotan, Sobal, Sibon, Ana, Dison, Eser en Disan.

39De zonen van Lotan waren: Chori en Homam. De zus van Lotan was Timna. 40De zonen van Sobal waren: Aljan, Manachat, Ebal, Sefi en Onam. De zonen van Sibon waren: Ajja en Ana. 41De zoon van Ana was Dison. De zonen van Dison waren: Chamran, Esban, Jitran en Keran. 42De zonen van Eser waren: Bilhan, Zaäwan en Jaäkan. De zonen van Disan waren: Us en Aran.

De koningen van Edom

43In Edom waren er eerder koningen dan in Israël. Nu volgen de namen van de koningen die na elkaar in Edom regeerden.

De eerste koning was Bela, de zoon van Beor. Zijn paleis stond in Dinhaba. 44Na zijn dood werd Jobab, de zoon van Zerach, koning. Jobab kwam uit Bosra. 45Na zijn dood werd Chusam koning. Chusam kwam uit het land van de Temanieten. 46Na zijn dood werd Hadad, de zoon van Bedad, koning. Hadads paleis stond in Awit. Hij versloeg de Midjanieten in Moab. 47Na zijn dood werd Samla koning. Samla kwam uit Masreka. 48Na zijn dood werd Saül koning. Saül kwam uit Rechobot aan de rivier de Eufraat. 49Na zijn dood werd Baäl-Chanan, de zoon van Achbor, koning. 50Na zijn dood werd Hadad koning. Hadad was getrouwd met Mehetabel, de dochter van Matred en de kleindochter van Me-Zahab. Hadads paleis stond in Paï.

51Na de dood van Hadad werd Edom bestuurd door de volgende leiders: Timna, Alja, Jetet, 52Oholibama, Ela, Pinon, 53Kenaz, Teman, Mibsar, 54Magdiël en Iram. Dat waren de leiders van de stammen van Edom.

2

De nakomelingen van Juda

21De zonen van Jakob waren: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issachar en Zebulon, 2Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.

De mensen die van Juda afstammen

3-4De zonen van Juda waren: Er, Onan en Sela. Hun moeder was Batsua, uit Kanaän. De oudste zoon heette dus Er, en de vrouw van Er was Tamar. Maar Er deed niet wat de Heer wilde. Daarom zorgde de Heer ervoor dat hij stierf.

Daarna kreeg Juda nog twee zonen bij Tamar: Peres en Zerach. In totaal had Juda dus vijf zonen.

5De zonen van Peres waren: Chesron en Chamul. 6Zerach had vijf zonen: Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara. 7De zoon van Karmi was Achar. Achar nam dingen voor zichzelf mee die voor de Heer bestemd waren. Daardoor bracht hij het volk veel ellende. 8De zoon van Etan was Azarja. 9De zonen van Chesron waren: Jerachmeël, Ram en Kaleb.

De mensen die van Ram afstammen

10De zoon van Ram was Amminadab. De zoon van Amminadab was Nachson. Nachson werd de leider van de stam Juda. 11De zoon van Nachson was Salma. De zoon van Salma was Boaz. 12De zoon van Boaz was Obed. De zoon van Obed was Isaï.

13Isaï had zeven zonen: Eliab, de oudste, en Abinadab, Sima, 14Netanel, Raddai, 15Osem en David. 16De dochters van Isaï waren: Seruja en Abigaïl. Seruja had drie zonen: Absai, Joab en Asaël. 17De zoon van Abigaïl was Amasa. De vader van Amasa was Jeter, een nakomeling van Ismaël.

18Kaleb, de zoon van Chesron, kreeg bij zijn vrouw Azuba en bij Jeriot de volgende zonen: Jeser, Sobab en Ardon. 19Toen Azuba stierf, trouwde Kaleb met Efrat. De zoon van Kaleb en Efrat was Chur. 20De zoon van Chur was Uri. De zoon van Uri was Besaleël.

21Toen Chesron zestig jaar oud was, trouwde hij met de dochter van Machir. Hun zoon was Segub. De nakomelingen van Machir wonen in het gebied Gilead.

22De zoon van Segub was Jaïr. Jaïr had 23 dorpen in bezit, 23die de Dorpen van Jaïr genoemd werden. Die werden veroverd door de legers van Gesur en Aram. Zij veroverden tegelijk nog andere dorpen, zoals Kenat en de dorpen daaromheen. In totaal werden er zestig dorpen veroverd. In al die dorpen in Gilead woonden nakomelingen van Machir.

24Na de dood van Chesron sliep Kaleb met Efrat. Chesrons vrouw Abia kreeg een zoon, Aschur. Van Aschur stammen de inwoners van Tekoa af.

De mensen die van Jerachmeël afstammen

25Jerachmeël was de oudste zoon van Chesron. De zonen van Jerachmeël waren: Ram, de oudste, en Buna, Oren, Osem en Achia. 26-27De zonen van Ram waren: Maäs, Jamin en Eker. Jerachmeël had nog een vrouw, Atara. De zoon van Jerachmeël en Atara was Onam. 28De zonen van Onam waren: Sammai en Jada.

De zonen van Sammai waren: Nadab en Abisur. 29De zonen van Abisur en zijn vrouw Abihaïl waren: Achban en Molid. 30De zonen van Nadab waren: Seled en Appaïm. Seled kreeg geen kinderen. 31De zoon van Appaïm was Jisi. De zoon van Jisi was Sesan. De zoon van Sesan was Achlai.

32De zonen van Jada, de broer van Sammai, waren: Jeter en Jonatan. Jeter kreeg geen kinderen. 33De zonen van Jonatan waren: Pelet en Zaza.

Dat waren allemaal nakomelingen van Jerachmeël.

34-35Sesan had geen zonen, alleen dochters. Hij liet één van zijn dochters trouwen met zijn Egyptische knecht Jarcha. De zoon van die dochter en Jarcha was Attai. 36De zoon van Attai was Natan. De zoon van Natan was Zabad. 37De zoon van Zabad was Eflal. De zoon van Eflal was Obed. 38De zoon van Obed was Jehu. De zoon van Jehu was Azarja. 39De zoon van Azarja was Cheles. De zoon van Cheles was Elasa. 40De zoon van Elasa was Sisemai. De zoon van Sisemai was Sallum. 41De zoon van Sallum was Jekamja. De zoon van Jekamja was Elisama.

De mensen die van Kaleb afstammen

42Kaleb, de broer van Jerachmeël, had twee zonen. De oudste zoon was Mesa. Van Mesa stammen de inwoners van Zif af. De andere zoon was Maresa. Van Maresa stammen de inwoners van Hebron af. 43De volgende mensen kwamen uit Hebron: Korach, Tappuach, Rekem en Sema. 44De zoon van Sema was Racham. Van Racham stammen de inwoners van Jorkoam af. De zoon van Rekem was Sammai. 45De zoon van Sammai was Maon. Van Maon stammen de inwoners van Bet-Sur af.

46De zonen van Kaleb en zijn bijvrouw Efa waren: Charan, Mosa en Gazez. De zoon van Charan was Gazez. 47De zonen van Jodai waren: Regem, Jotam, Gesan, Pelet, Efa en Saäf.

48De zonen van Kaleb en zijn bijvrouw Maächa waren: Seber, Tirchana, 49Saäf en Sewa. Van Saäf stammen de inwoners van Madmanna af. Van Sewa stammen de inwoners van Machbena en de inwoners van Gibea af. De dochter van Kaleb was Achsa.

50-55Nu volgen de namen van nog meer nakomelingen van Kaleb. De oudste zoon van Kaleb en zijn vrouw Efrat was Chur. De zonen van Chur waren: Sobal, Salma en Charef.

Van Sobal stammen de inwoners van Kirjat-Jearim af. En ook de inwoners van Haroë en de helft van de inwoners van Menuchot. De volgende families kwamen uit Kirjat-Jearim: de families Jeter, Put, Suma en Misra. Van de familie Misra stammen de inwoners van Sora en Estaol af.

Van Salma stammen de inwoners van Betlehem af. Verder de inwoners van Netofa en Atrot-Bet-Joab, de helft van de inwoners van Manachat en de Sorieten. Andere nakomelingen van Salma zijn de schrijvers uit de stad Jabes: de families Tira, Sima en Sucha. Ten slotte stammen van Salma nog de Kenieten uit Chammat af. Ook de Rechabieten komen uit Chammat.

Van Charef stammen de inwoners van Bet-Gader af.