Wraakteksten in de Bijbel: wat moeten we er mee?

Door Matthijs de Jong

Afgelopen week was er ophef over extremistisch Islamitische teksten in lesmateriaal dat op bepaalde weekendscholen werd gebruikt. In zulke discussies wordt steevast ook gewezen naar gewelddadige teksten in de Bijbel. Die zijn er genoeg. Heel wat Nederlanders zouden het liefst zien dat alle heilige boeken met geweldsteksten de prullenbak ingaan. Veel christenen lopen daarom stilletjes om gewelddadige Bijbelteksten heen. Maar: is het wel echt een probleem dat zulke teksten in de Bijbel staan? Wat leren ze ons wél en wat leren ze ons níet?

Neem bijvoorbeeld Psalm 137, waarvan het omstreden slot aangehaald werd in de media afgelopen week. Deze psalm is een lied uit de ballingschap, een treurlied. Judeeërs die in gevangenschap naar Babylonië waren gevoerd en daar te werk waren gesteld, treuren om hun stad. Jeruzalem is verwoest, de tempel kapot, de muren neergehaald, de stad verbrand. Die misdaad moet gewroken worden. Het lied eindigt met een lofprijzing op degene die de Babyloniërs zal straffen voor hun wandaad (Psalm 137:8-9, Nieuwe Bijbelvertaling): 

Babel, weldra word je verwoest. 
Gelukkig hij die wraak zal nemen 
en jou doet wat jij ons hebt gedaan. 
Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt 
en op de rotsen verplettert. 

Dat slot geeft je een heel ongemakkelijk gevoel. Wat een meedogenloze uitspraak! Waarom zijn het nu juist onschuldige kinderen die moeten boeten voor het kwaad dat de Babyloniërs de Judeeërs hebben aangedaan?

Interpretatie

Allereerst moeten we bedenken dat een tekst nooit voor zich spreekt, een tekst spreekt alleen door interpretatie. Dat geldt ook hier. Want wie worden er bedoeld met ‘jouw kinderen’? De stad Babel wordt hier toegesproken. De stad wordt voorgesteld als vrouw, als moeder. Een gebruikelijke metafoor in de Bijbelse tijd. En als de stad de moeder is, zijn de inwoners de kinderen. Dus is de vraag: moet je ‘kinderen’ hier letterlijk nemen of is het een aanduiding voor de inwoners van Babel? De Bijbel in Gewone Taal (BGT) kiest voor het tweede: 

‘Gelukkig zijn de mensen die jouw inwoners grijpen en ze allemaal vernietigen.’

Daarmee is de hoop op vergelding en wraak niet uit de tekst verdwenen. Maar het beeld wordt wel minder pijnlijk. 
Niet alle uitleggers zijn het eens met de interpretatie die de BGT heeft gekozen. Maar dát er in de joodse en christelijke Bijbeluitleg ruimte is voor verschillende interpretaties, ruimte om teksten van verschillende kanten te bekijken, tegen het licht te houden en in hun tijd te plaatsen, lijkt me van cruciaal belang. Ruimte voor interpretatie is het beste recept tegen extremistische gedachten. Want als christenen in Nederland kunnen we zonder probleem een boeiend gesprek hebben over hoe je Psalm 137 moet lezen, inclusief dat slotvers, hoe we het plaatsen in zijn tijd, en hoe we het vergelijken met andere Bijbelse teksten. En in dat hele gesprek zouden we geen seconde op het idee komen om Psalm 137:9 als een voorschrift te lezen dat ons zegt hoe wij ons tegenover onze vijanden dienen te gedragen.   

Toepassing

En daarmee kom ik bij een tweede punt: de toepassing. Uiteindelijk is de beslissende vraag niet wat er stáát in de heilige teksten, maar wat mensen er vandaag mee dóén. Wij zouden het niet in ons hoofd halen om Psalm 137:9 in ons eigen leven toe te passen. Tussen de Bijbelteksten en ons eigen leven staat een heel bouwwerk van joods-christelijke traditie en geschiedenis dat ons richting geeft bij het toepassen van de Bijbelse boodschap in het leven van vandaag. Het heeft weinig zin om passages in heilige teksten af te rekenen op de manier waarop ze in latere tijden soms misbruikt zijn. 
Hoe mensen in het leven staan en zich gedragen, is in sterke mate sociaal bepaald. En hoe werkt het in de groep of gemeenschap: mag iedereen meepraten en meedenken of is er één onbetwiste autoriteit? Bij een gemeenschap die zich isoleert en afzet tegen de samenleving zie je vaak dat laatste. Maar als het eerste het geval is – wat mijns inziens opgaat voor verreweg de meeste religieuze gemeenschappen in Nederland – is er ruimte voor vragen en reflectie. Dan is het wat simplistisch om zulke gemeenschappen om de oren te slaan met geweldteksten uit hun heilige boek. 

Functie

Maar waarom staan zulke teksten eigenlijk in de Bijbel? Ik hoorde vorig jaar tijdens een bijeenkomst het verhaal van een Syrische vluchteling. Hij had in Syrië alle verschrikkingen meegemaakt die je je kunt voorstellen. Hij had op straat met dode kinderen in zijn armen gestaan, vermoord door de bommen van Assad. Hij zei: ‘Het enige dat mij op de been houdt is de gedachte aan vergelding, dat deze mensen door God gestraft zullen worden.’  
Misschien staat Psalm 137 in de Bijbel voor mensen zoals hij. Voor wie lijden onder geweld en onderdrukking. Gevoelens van wraak zijn niet iets om na te streven, maar ze zijn er wel, je kunt ze niet wegpraten. Het is te kort door de bocht om tegen iemand die zoiets heeft meegemaakt te zeggen: Maar de Bijbel leert toch wat vergeving is? Het is beter om te zeggen dat de Bijbel zulke gevoelens erkent en er voorbeelden van bevat.
Als vergeving wordt afgedwongen (‘dat hoor je te doen als christen’) verliest het zijn waarde. Pas als gevoelens van woede, frustratie en wraak er mogen zijn, kan iemand zich er misschien aan ontworstelen en komen tot vergeving die echt is en doorleefd. 
De Bijbel is niet alleen een opsomming van ‘zo moet het, dit is het ideaal’. Als dat zo was, had het boek een stuk dunner kunnen zijn. De Bijbel beschrijft de weg die God met mensen gaat, maar ook de weg die mensen zélf gaan. En die weg is veel rommeliger dan een ‘zo moet het, dit is het ideaal’. Net als het leven zelf. 

Matthijs de Jong
Hoofd vertalen NBG

Dit bericht is geplaatst op donderdag 19 september 2019