Waarom Paulus de opstanding zo belangrijk vindt

Door Cor Hoogerwerf

Waar gaat de Bijbel eigenlijk over? Daar zijn boekenkasten over volgeschreven. Ik beperk me hier tot het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament. Dat gaat over de betekenis van het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus. Vooral de opstanding roept vragen op. Toch hoort die volgens Paulus bij het fundament van het christelijk geloof. Waarom vindt hij dit zo belangrijk?

Gek genoeg wordt over de opstanding uit de dood niet veel uitgelegd in het Nieuwe Testament. Er is eigenlijk maar één uitzondering: een lang betoog van Paulus in 1 Korintiërs 15. De aanleiding hiervoor was dat sommige Korintiërs het onzin vonden dat ze uit de dood zouden opstaan. Dat vindt Paulus dan weer onacceptabel, dus schrijft hij een gloedvolle verdediging van de opstanding. 

Argumentatie

Paulus’ argumentatie zit goed in elkaar. Hij wijst de Korintiërs meteen op het fundament van hun redding: Christus is gestorven en opgestaan. Alle belangrijke broeders en zusters van het eerste uur bevestigen dit. Dus als de Korintiërs zeggen dat er geen opstanding uit de dood is, maken ze de verkondigers van het evangelie tot leugenaars en trekken ze het fundament onder hun redding vandaan. Is dat wat ze willen?
Nee, zegt Paulus: Christus is werkelijk opgestaan. En dat is het begin van de opstanding van de mensen aan het einde van de tijd. Als Christus als eerste is opgestaan, zullen ook degenen die bij hem horen dat doen. 
Ja oké Paulus, werpen sommige Korintiërs tegen, maar je gelooft toch niet dat doden met ingewanden en al zullen opstaan? 
Doe niet zo dwaas!, reageert Paulus. Hij legt uit dat een lichaam veel vormen kan hebben. God zal bij de opstanding het menselijk lichaam een vorm geven die bij de nieuwe schepping past.

Doorbraak

Waarom vindt Paulus de opstanding zo belangrijk? Volgens hem is Gods nieuwe wereld, het koninkrijk van God, in beginsel doorgebroken toen God Jezus uit de dood opwekte. Jezus regeert nu als gezalfde koning (‘Christus’) aan de rechterhand van God, de Vader. Opstanding betekent dat de nieuwe schepping aanbreekt (2 Korintiërs 5:17). Geloof in Jezus betekent dat je deel krijgt aan die nieuwe schepping: Je hoort helemaal bij Christus. Je leeft vanaf nu voor God. Uiteindelijk zul je, net als Jezus, opstaan (Romeinen 6 en 8; 1 Korintiërs 6:14). 
Omdat de opstanding dit allemaal betekent, is deze voor Paulus van fundamenteel belang. Paulus zou zijn complete geloof moeten wijzigen als hij net als sommige Korintiërs de opstanding zou verwerpen. Voor hem zou het geloof dan zinloos worden. En dan is er nog iets: de verwerping van de opstanding hangt samen met een opvatting van de Korintiërs die volgens Paulus verkeerd is.

Minachting van het lichaam

De Korintiërs die de opstanding uit de dood onzin vonden, waren erg geïnteresseerd in wijsheid. Sommigen meenden zelf al erg wijs te zijn. Volgens de filosofie van die tijd betekende dat: vrij zijn van aardse beslommeringen en regels, vrij om te doen wat je wilt. Korintiërs die hierin ver gevorderd waren, beschouwden zich als geestelijke mensen. Ze voelden zich beter dan anderen.  Ze stonden boven het aardse en keken neer op het lichamelijke. Voor hun redding was het lichaam overbodig.
Paulus vindt dat deze wereldse wijsheid tekortschiet. Al het geruzie in Korinte bijvoorbeeld wijst niet op grote wijsheid. Nee, als dat het leven is waarvoor ze op Christus hopen, zijn ze de beklagenswaardigste mensen die er zijn.

Heel de mens

Paulus’ boodschap is anders. Die is er allereerst voor ‘zwakke’ én ‘sterke’ mensen. Gods wijsheid is nu juist dat hij het geringe uitkiest, dat waarop de wereld neerkijkt. Dat zie je ook in de opstanding van Jezus; daarmee koos God de kant van iemand die een vernederende dood stierf (1 Korintiërs 1:18-2:4). En de opstanding uit de dood van de gelovigen is daar dus weer het gevolg van. Zonder opstanding en nieuwe schepping blijft de wereld zoals die was. Redding is voor Paulus niet de ontsnapping van een lucky few aan het aardse, maar een nieuwe schepping waarin God alles in allen is. 
Redding gaat bij Paulus bovendien om de hele mens. Het wezen van de mensen is hun concrete bestaan met elkaar. Daardoor heeft het geloof in de opstanding verregaande gevolgen: je lichaam, je hele bestaan, is voor de Heer (1 Korintiërs 6:19-20; Romeinen 12:1). 
Dus: Waarom is de opstanding zo belangrijk voor Paulus? Omdat de wereld is veranderd na de opstanding van Jezus. De nieuwe schepping is begonnen in iemand die door de wereld werd vernederd, maar door God werd verhoogd. Dat is een krachtige boodschap, met grote gevolgen voor wie Jezus erkent als Heer.

Drs. Cor Hoogerwerf
Nieuwtestamenticus bij het NBG aan de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling

Dit bericht is geplaatst op donderdag 13 februari 2020