Waarom Jakob in de NBV21 zijn voeten niet opheft

Cor Hoogerwerf

Met Andere Woorden 41/online

‘DOe hief Iacob sijne voeten op’, lezen we in de Statenvertaling in Genesis 29:1. De Naardense Bijbel vertaalt: ‘Dan heft Jakob zijn voeten op’. In de NBV21 staat er echter: ‘Jakob vervolgde zijn reis’. Waarom heft Jakob in de NBV21 zijn voeten niet op? In deze blog leg ik uit dat dat te maken heeft met het verschil tussen een taal- en een tekstkenmerk en waarom dat een nuttig onderscheid is bij het bespreken van vertalingen.

De NBV21 (de nieuwe versie van de Nieuwe Bijbelvertaling [NBV]) staat niet alleen. Zelfs de King James Version, de NBG-vertaling 1951 en de Herziene Statenvertaling (HSV) kiezen voor een normale uitdrukking:

KJV:
Then Jacob went on his journey, and came into the land of the people of the east.

Deze Bijbel is niet beschikbaar

HSV, Genesis 29:1

1Daarna begaf Jakob zich op weg en ging hij naar het land van de mensen van het oosten.

De HSV heeft overigens wel een voetnoot waarin wordt vermeld dat er ‘letterlijk’ ‘tilde … zijn voeten op’ staat.

Is het Hebreeuws een geheimzinnige taal?

De uitdrukking in Genesis 29:1, wajjissa raglaw, ‘hij hief/pakte zijn voeten op’, komt nergens anders in de Hebreeuwse Bijbel voor. Sommige mensen zijn er voorstander van om zo’n uitdrukkingswijze in de brontekst over te brengen in de vertaling. Zij vinden dat dat van eerbied getuigt voor deze woorden, die volgens hen Gods eigen, door de Geest geïnspireerde woorden zijn. Anderen, geïnspireerd door negentiende-eeuwse Duitse taalfilosofie, zijn van mening dat de Hebreeuwse woordstammen de sleutel vormen tot wat zij ‘de geest van de tekst’ noemen. Daarom moet je volgens hen woorden met dezelfde stam zo concordant mogelijk vertalen. Deze opvatting komt bijvoorbeeld tot uiting in de Naardense Bijbel.

ID: block_625fc893d7101

Zie J.M.D. de Heer, ‘De vernieuwde NBV (1)’ in: De Saambinder 100/17 (27 januari 2022), 5, die het voorbeeld van Genesis 29:1 noemt.

Hoe verschillend die twee opvattingen ook zijn, ze delen een belangrijke veronderstelling: het Hebreeuws heeft bepaalde unieke eigenschappen die je zoveel mogelijk in een vertaling moet zien over te brengen. Het bijzondere van de Bijbel wordt in hoge mate vereenzelvigd met het bijzondere van het Hebreeuws.

Maar hieronder leg ik uit dat het beter is onderscheid te maken tussen de Hebreeuwse taal en Hebreeuwse teksten. Volgens de taalwetenschap is het Hebreeuws onderdeel van de semitische talen. Het is een taal net als alle andere talen. Louter het feit dat iets in het Hebreeuws is opgeschreven rechtvaardigt taalwetenschappelijk gezien niet dat je de vertaling anders aanpakt dan hoe je dat bij andere talen zou doen.

Het verschil tussen taal en tekst

Voor vertalers die deze wetenschappelijke taalvisie volgen, zit de bijzonderheid van de Bijbel niet in de taal, het Hebreeuws of het Grieks, maar in de tekst die met deze talen is geschreven. Dat is een belangrijk onderscheid. Schrijft iemand iets op een bepaalde manier op omdat je dat nu eenmaal zo doet in een bepaalde taal, of is het iets unieks van deze tekst? Volgens de vertaalmethode van de NBV21 is het onwenselijk om het eerste – eigenschappen van de taal – over te brengen in de vertaling. Maar het tweede – het unieke van een tekst – moet juist zichtbaar worden.

Bijvoorbeeld: in Hebreeuwse verhalen begint een zin heel vaak met een werkwoord in de vorm van wajj-. Hierin zit het woordje we, ‘en’. Dit zit verplicht in deze vorm, een schrijver kon niet kiezen het anders te doen. Het hoort bij het Hebreeuws. Aan deze vorm kun je zien dat er een nieuwe eenheid (zoals een zin) begint, hij structureert de tekst. In het Nederlands hanteren we een ander structuursysteem. In ons systeem wordt de functie die het element we (‘en’) in de Hebreeuwse vorm heeft, waargenomen door leestekens, zoals een hoofdletter en een punt. Als je dus in de Nederlandse vertaling steeds de zin met ‘en’ laat beginnen, ontstaat er in de vertaling iets abnormaals. ‘En’ heeft in de Nederlandse tekst geen functie en staat er alleen omdat je het Hebreeuwse en Nederlandse systeem vermengt.

Het is beter dit taalkenmerk bij het Hebreeuws te laten en in de vertaling te kiezen voor goed Nederlands. Als je dit taalkenmerk toch zou weergeven in de vertaling lijkt het alsof het om een onbeholpen tekst gaat. De tekst komt beter uit de verf als je de taalmiddelen van het Nederlands gebruikt – en dus zinnen meestal niet met ‘en’ laat beginnen. Ook de Statenvertalers wisten dit al, want ze beginnen Genesis 29:1 niet met ‘en’. Maar de vertalers van de NBV pasten dit inzicht veel methodischer en consistenter toe.

ID: block_625fcbf8d7103

Deze Bijbel is niet beschikbaar

Het verschil tussen taal- en tekstkenmerk in de vroegchristelijke bijbeluitleg

Deze discussie over het verschil tussen tekst- en taalkenmerk is niet nieuw. Een vergelijkbaar onderscheid kom je tegen in discussies in de vroege kerk. Men gebruikte toen de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, die als geïnspireerd werd beschouwd. Sommige teksten daarin zijn lastig in letterlijke zin te begrijpen of gebruiken ongewoon Grieks.

Sommige bijbeluitleggers, zoals Origenes en zijn navolgers, losten dit probleem op door het als een tekstkenmerk te beschouwen. De tekstuele problemen waren volgens hen met opzet aangebracht om te verwijzen naar een diepere geestelijke betekenis die achter de tekst verborgen lag. Iedere talige moeilijkheid en elk opvallend taalkenmerk van de tekst werd daarmee een kans om achter de dieperliggende betekenis te komen. Deze methode keken ze af van de mythenuitleg van Griekse filosofen.

In Antiochië ontstond in de vierde eeuw een tegenbeweging met onder meer Eusebius van Emesa, Diodorus van Tarsus en Theodorus van Mopsuestia, die bezwaren hadden tegen deze ‘heidense’ methode. Zij beschouwden de uitlegproblemen van de tekst van de Griekse Bijbel als een taalkenmerk. Op basis van kennis van de Syrische vertaling (de Pesjitta) legden ze uit dat wonderlijke frasen in de Griekse vertaling vaak begrepen konden worden als een vertaalfout, of als typisch voor de Hebreeuwse taal van het achterliggende origineel. De tekst was niet de sluier die je aan de kant moest schuiven om een geheimzinnige diepere betekenis te ontdekken, maar had een eenvoudige, duidelijke betekenis. Die kon je ontdekken als je de eigenschappen van het Bijbelse taalgebruik kende.

ID: block_625fcd0fd7105

Zie voor deze discussie o.a. R.B. ter Haar Romeny, ‘Eusebius of Emesa’s Commentary on Genesis and the Origins of the Antiochene School’ in: Judith Frishman en Lucas van Rompay, The book of Genesis in Jewish and Oriental Christian interpretation. A Collection of Essays, TEG 5, Leuven 1997, 125-142; Cornelis Hoogerwerf, ‘Historische versus allegorische uitleg in de inleiding van Išo‘dad van Mervs commentaar op de Psalmen. Vertaling en bronkritische analyse’ in: NTT Journal for Theology and the Study of Religion 73/4 (2019), 283-297.

Wat betekent ‘de voeten opheffen’?

De cruciale vraag is nu: is de uitdrukking ‘de voeten opheffen’ een taalkenmerk of een tekstkenmerk? Zeg je dit nu eenmaal zo in het Hebreeuws, of is het iets unieks voor deze tekst? In het laatste geval moet het natuurlijk wél zichtbaar worden in de vertaling.

In elk geval is de uitdrukking wajjissa raglaw uniek in de Bijbel: nergens anders komt de combinatie voor van het werkwoord nasa (‘opheffen’, ‘oppakken’) en het zelfstandig naamwoord règèl (‘voet’). Voor de Joodse uitlegger Rasji was dit reden om een bijzondere uitleg te geven: Jakob vervolgde blijmoedig en lichtvoetig zijn weg na de goddelijke bemoediging in Betel. De kanttekeningen in de Statenvertaling (die o.a. vertaald is vanuit de zogeheten rabbijnenbijbel) nemen deze duiding over:

Door dese maniere van spreken wort te kennen gegeven, dat Iacob door de voorgaende Goddelicke aensprake getroost ende versterckt zijnde, met lust ende vreugde sijnes weegs reysde.

Maar de meeste uitleggers verklaren deze uitdrukking tegenwoordig als een taalkenmerk. De woordcombinatie ‘hij hief/pakte zijn voeten op’ mag dan uniek zijn, de taalkundige constructie is dat niet: 

  • Genesis 29:1: ‘hij hief/pakte zijn voeten op en ging’
  • Genesis 13: ‘Lot hief/pakte zijn ogen op en zag’ = ‘Lot keek om zich heen en zag’
  • Genesis 29:11: ‘hij hief/pakte zijn stem op en huilde’ = ‘terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet’
  • Numeri 23:7: ‘Bileam hief/pakte een orakelspreuk op en zei’ = ‘Bileam hief een orakelspreuk aan en zei’

Als je in het Hebreeuws ‘iets opheft/oppakt’, kan dat dus betekenen dat je er een actie mee uitvoert. Als er nog een werkwoord volgt, kleurt dit de actie verder in. Toegepast op Genesis 29:1 staat er dat Jakob zijn voeten activeerde om naar het oosten te gaan. Met andere woorden: Jakob vervolgde zijn reis naar het oosten.

Het is een misvatting om het ‘opheffen/oppakken’ van de voeten te lezen als het letterlijk omhoog tillen van de voeten. Als Bileam een orakelspreuk ‘opheft/oppakt’, tilt hij die spreuk niet de lucht in, maar laat hij die klinken. Als Jakob zijn stem ‘opheft/oppakt’, betekent het dat hij die gaat gebruiken. Als Jakob zijn voeten ‘opheft/oppakt’, wordt niet bedoeld dat hij ze de lucht in tilt, maar dat hij ze in beweging zet. Het werkwoord nasa betekent in dit soort gevallen ‘activeren’.

ID: block_625fce06d7106

Dit idioom wordt bijvoorbeeld benoemd door Arnold B. Ehrlich, Randglossen zur hebräischen Bibel. Textkritisches, Sprachliches und Sachliches, deel 1, Leipzig 1908, 52: ‘in Aktion setzen’. Zie voor een bespreking van Hebreeuws idioom met nasa J.C. Lübbe, ‘Idioms in the Old Testament’ in: Journal for Semitics 11/1 (2002), 45-63.

De belangrijke Hebreeuwse woordenboeken onderschrijven dit en geven als betekenis ‘op weg gaan’. Uit de woordenboeken blijkt bovendien dat wajjissa raglaw minder uniek is dan het lijkt:

ID: block_625fce41d7107

The Dictionary of Classical Hebrew (Clines): ‘set out, get away’; The Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament (Koehler/Baumgartner): ‘to set out on the road’; Hebräisches und Aramäisches Handwörterbuch (Gesenius): ‘sich auf den Weg machen’.

  • Het werkwoord roem wordt soms als synoniem gebruikt voor nasa, bijvoorbeeld in Psalm 74:3. Hier staat harima fe‘amècha le, ‘hef je voet(stapp)en op naar’. Dat betekent ‘richt uw schreden naar’ de ruïne van de stad (NBG 1951) of ‘kom naar’ de ruïne (NBV21).
  • Het woordenboek van Gesenius wijst erop dat in teksten in het Akkadisch (een taal die verwant is aan het Hebreeuws) de uitdrukking ‘de voeten optillen’ voorkomt. Sowieso kennen semitische talen als het Akkadisch en het Ugaritisch de constructie met het equivalent van het Hebreeuwse werkwoord nasa plus een lichaamsdeel in de betekenis ‘activeren’.
ID: block_625fcea0d7108

Ook is het mogelijk dat de voeten wel eens werden weggelaten. Dan zouden 1 Samuel 17:20 en Psalm 55:13 mogelijke parallellen zijn. (In deze teksten wordt nasa echter meestal opgevat in de betekenis van respectievelijk ‘meenemen’ en ‘verdragen’.)

Dat de combinatie van nasa en règèl alleen hier in de Hebreeuwse Bijbel voorkomt, berust dus op toeval.

Komisch misverstand

De specifieke woordcombinatie wajjissa raglaw (‘hij hief/pakte zijn voeten op’) komt nergens anders voor in de Bijbel, maar de taalconstructie is typisch voor het Hebreeuws (en verwante talen). Het gaat dus om een taalkenmerk dat we ook op andere plaatsen in Hebreeuwse teksten tegenkomen.

Als je deze Hebreeuwse manier van zeggen woord voor woord overbrengt in een vertaling, ontstaan er misverstanden. Net zoals er misverstanden zouden ontstaan als je ‘hij nam de benen’ in het Engels zou vertalen met he took the legs.

Bij zo’n vertaling lijkt wat Jakob doet iets bijzonders, dat om een bijzondere verklaring vraagt. Ook lezers die slechts op de vertaling moeten afgaan, zonder kennis van het Hebreeuws, zullen al snel denken dat er iets bijzonders aan de hand is. Het optillen van de voeten associeert men dan meestal met lichtvoetigheid. De Statenvertalers trokken de conclusie dat Jakob met vreugde verder reisde. Maar die vreugdesprongetjes zie je alleen als je voorbijgaat aan de taalkundige verklaring.

Het verband tussen het ‘de voeten opheffen’ en vreugde berust op een – tamelijk komisch – misverstand. Het Hebreeuwse woord nasa (‘opheffen’) betekent hier ‘activeren’. Wie hierbij denkt aan lichtvoetigheid, geeft een betekenis aan de tekst die geen aanknopingspunten heeft in de taal.

Conclusie

In het licht van het bovenstaande is het maar de vraag of de keuze van de Statenvertaling en de Naardense Bijbel voor ‘opheffen’ eigenlijk wel zo voor de hand ligt. Het woord nasa wordt in die vertalingen immers niet altijd zo vertaald. Het Hebreeuwse woord betekent hier ‘activeren’. Zou een vertaling die letterlijk is op het niveau van de taal dan niet moeten luiden: ‘En Jakob begon zijn voeten te gebruiken en ging (…)’? Bij de Naardense Bijbel zal dan nog gezocht moeten worden naar een weergave die letterlijk is op stamniveau en bijvoorbeeld ook bij het nasa van de stem en de ogen gebruikt kan worden.

Bij een vertaling die letterlijk is op het niveau van de tekst is het wenselijk een gewone Hebreeuwse constructie uit te drukken in gewoon Nederlands. Daarvoor kiezen in dit geval de meeste vertalingen, zoals de NBG 1951, de HSV en de NBV21.

Wat precies ‘letterlijk’ is, valt dus niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Deze term wekt vooral misverstanden. Het onderscheid tussen taal- en tekstkenmerk is daarentegen een nuttig onderscheid dat discussies over vertalen kan verhelderen.


Cor Hoogerwerf MA is Specialist vertalen en exegese Nieuwe Testament bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.


Bronvermelding

Cor Hoogerwerf, ‘Waarom Jakob in de NBV21 zijn voeten niet opheft’ in: Met Andere Woorden 41/online (22 april 2022), https://debijbel.nl/bericht/waarom-jakob-in-de-nbv21-zijn-voeten-niet-opheft.

Meer lezen?

Zie voor een uitgebreidere bespreking van de interactie tussen taal, tekst en cultuur bij het vertalen Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf, NBV21: De vertaalmethode toegelicht, Haarlem/Antwerpen 2021, 245-251. Dit boek is verkrijgbaar in onze Bijbelwebshop.

Dit bericht is geplaatst op 22 april 2022.