Waar komt mijn hulp vandaan?

Maandagavond keek ik, net als heel veel anderen in Nederland, naar de toespraak van onze premier. Ik vond het een duidelijke en goede toespraak – Rutte wond er geen doekjes om: we zitten in een moeilijke situatie en dat gaat ook nog wel even duren. Tegelijk sprak hij ook een verwachting uit voor de komende maanden: 50% van de Nederlanders gaat het virus krijgen, 50% van ons gaat ziek worden. Gelukkig wel, als alles goed gaat, na elkaar en niet tegelijkertijd, waardoor ziekenhuizen en andere belangrijke onderdelen van onze maatschappij kunnen doordraaien.

Rutte benadrukte dat de meesten van ons een stevige verkoudheid gaan krijgen, maar niet ernstig ziek zullen worden. Geen paniek, rustig accepteren hoe het gaat, meewerken… Ik zat er nog wat over te mijmeren, en ineens drong tot me door: 8,5 miljoen mensen gaan ziek worden. Zelfs als 5% ernstig ziek wordt, gaat het nog steeds over bijna een half miljoen mensen. En af en toe overvalt me de angst – stel dat ik het ben? Of iemand uit mijn gezin? En dat de IC-unit’s dan allemaal bezet zijn? Heel egoïstisch natuurlijk, maar ik hoor het van heel wat mensen in mijn omgeving. En dan klik ik maar weer eens op het corona-nieuws van de dag; weer meer gevallen, weer meer mensen overleden… 

Ik vind het dan ook knap hoe onze politici, in elk geval in het openbaar, kalm blijven en de situatie zoveel mogelijk onder controle houden. Het is al niet makkelijk in een huishouden (of je nu alleen bent, en de muren op je afkomen, of juist met een gezin met nu-even-niet-schoolgaande kinderen en werkende ouders), laat staan in een heel land!

Als vanzelf denk ik op zulke momenten aan een van mijn lievelingspsalmen,  Psalm 121. We hebben de tekst op de geboortekaart van onze oudste zoon gezet – want de psalm getuigt van God als degene die leven geeft, die helpt, die je bijstaat. We lazen de tekst ook bij de rouwdienst voor mijn oma – want het lied gaat over je komen én je gaan, maar ook dan vooral over God die bij je is, die je niet loslaat. Ik lees de tekst ook nu:

Psalm 121
Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
van waar komt mijn hulp?
2Mijn hulp komt van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

3Hij zal je voet niet laten wankelen,
hij zal niet sluimeren, je wachter.
4Nee, hij sluimert niet,
hij slaapt niet,
de wachter van Israël.

5De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
6overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.

7De HEER behoedt je voor alle kwaad,
hij waakt over je leven,
8de HEER houdt de wacht 
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.

We zijn allemaal mensen van vlees en bloed, en het is echt niet gemakkelijk je zorgen te vergeten. De beklemmende ‘bergen’ zijn hoog in deze tijd, en misschien ervaar je vooral hulpeloosheid. Ik vind het mooie van deze tekst dat de dichter start met onze hulpeloosheid. Het uitgangspunt is: ik zie de bergen, en ik weet dat ik hulp nodig heb. Je kunt deze Psalm dan ook gebruiken als een gebed om hulp. Maar je kunt het lied ook lezen als dankgebed, want het grootste deel gaat over de hulp die God ons geeft: hoe het ook met mij gaat, God is er voor mij. Ook al ervaar ik deze tijd als beklemmend, ook al word ik ziek, en ook al ervaar ik op bepaalde momenten weinig van God, ik mag weten dat Hij altijd over mij waakt!

Rieuwerd Buitenwerf
Directeur Nederlands Bijbelgenootschap

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 17 maart 2020