Waar is God in de lockdown?

‘I’ll be home for Christmas.’ Nooit eerder heeft die Kerst-klassieker zo’n omineuze bijklank gehad als dit jaar. Ik zal met Kerst thuiszitten. En met mij miljoenen Nederlanders, en miljarden mensen wereldwijd. Iedereen thuis. Voor ons gezin is het al bijna oud nieuws: sinds vorige week zitten we al in quarantaine. En die toestand zal dus nog ruim een maand duren. Ik ben minder ontredderd dan in maart, maar moet mezelf toch weer mentaal schrap zetten. Nog vijf weken thuis. Het is niet anders.

In de binnenkamer

Ik moet aan de Bergrede denken. Jezus zegt best mooie dingen over wat er thuis, achter gesloten deuren, kan gebeuren (Matteüs 6:6):

‘Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.’

Alleen, de rust die Jezus hier lijkt te veronderstellen, ontbreekt nou juist node achter onze voordeur. Zelfs terwijl ik deze blog schrijf, stuitert mijn jongste om me heen. Ik had dan wel een puzzel met 1000 delen voor hem klaargelegd, maar mama met vragen en opmerkingen bestoken blijkt toch een stuk interessanter te zijn. Ik weet al: als ik mezelf de komende weken wil terugtrekken voor een moment voor mezelf, betekent dat kiezen voor een nog kortere nachtrust.

Hoewel… misschien moet ik deze woorden van Jezus gewoon anders uitleggen. Minder letterlijk. ‘Het verborgene’ waarin God zich openbaart, heeft uiteindelijk minder met een gesloten voordeur te maken dan met de ontvankelijkheid en ruimte in mijzelf. En die ruimte kan op de meest onverwachte momenten ontstaan. Gisteren bijvoorbeeld, tijdens het kijken naar Star Wars (in een jongensgezin word ik regelmatig weggestemd als het om de filmkeuze voor ons gezinsmoment gaat): tijdens de vechtscenes kan ik prima even m’n ogen dichtdoen en die verborgen ruimte opzoeken. Ik merk dat die niet afhankelijk is van de regels die aan mij en ons allemaal worden opgelegd.

Thuiskomen

En terwijl ik mijn ogen sluit, trekken beelden voor mijn geest langs die me even weghalen uit de muren die op me afkomen. Iedereen thuis –is dat niet ook een wensdroom, een visioen zelfs? Als vanzelf gaan mijn gedachten naar mensen voor wie ‘thuis’ een provisorische, tochtige tent op een Grieks eiland is, of een hutje van afvalhout in een sloppenwijk. Geen troostrijke gedachte, maar wel eentje die mijn perspectief verandert. Ik ben de muren om me heen dan misschien wel zat, maar zou ze toch niet willen missen. En ik moet aan de talloze bijbelteksten denken waarin juist de ervaring van het ontbreken van veilige muren tot uitdrukking komt, van het gedwongen op pad moeten naar het ongewisse. Egypte, Babylonië, Patmos: de ervaring van een bestaan dat op losse schroeven staat, heeft veel gezichten voor de bijbelse auteurs.

Klagen is hun dan ook niet vreemd. Ze schreeuwen het naar God uit, met verve, en met woorden die naadloos aansluiten bij deze tijd:

Bekenden hebt u van mij vervreemd, […]
ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer.
Mijn ogen zijn dof van ellende,
ik roep u aan, HEER, elke dag,
en strek mijn handen naar u uit.

Psalm 88:9-10

Het is dan ook niet raar dat de Bijbel eindigt met het visioen van een nieuwe woonplaats. Een stad waar God zelf bij de mensen woont. Een stad met open poorten, waar mensen echt thuis mogen komen. En, jawel, met een boom ‘die de volken genezing brengt’ (Openbaring 22:2). Nee, Johannes dacht hierbij vast niet aan het einde van een lockdown of een pandemie. Maar zijn woorden maken wel iets los in een tijd waarin poorten dichtzitten en we alleen kunnen dromen van een tijd waarin niet langer ons hele leven bepaald wordt door een ongrijpbare ziekte.

Puzzelen

Die droom is net weer een stuk verder uit zicht geraakt. En dus ga ik maar puzzelen. Letterlijk, met m’n zoon, want hij heeft er ook niet voor gekozen om wekenlang thuis te zitten met ouders die aan hun computers vastgelijmd zijn. En figuurlijk, om het toch maar weer vol te houden de komende weken. Met af en toe een uitstapje naar mijn eigen verborgen binnenkamer. Want alleen van daaruit kan ik mijn aandacht richten op waar die het meest nodig is. En op ‘alles wat waar is, alles wat respect verdient, alles wat goed is en zuiver, alles wat het waard is om van te houden en alles wat eer verdient’ (Filippenzen 4:8, BGT). Een oproep van Paulus, geschreven van achter gesloten deuren.

Anne-Mareike Schol-Wetter
Hoofd Bijbelgebruik bij het NBG

Dit bericht is geplaatst op maandag 14 december 2020