Waar is de kerk in de Bijbel?

Als ik zeg: kerk, dan zeg jij: … 

Grote kans dat jij iets anders zegt dan ik. Want het korte woordje ‘kerk’ kan zoveel betekenen! Sommige mensen denken direct aan een gebouw, misschien wel aan een mooie basiliek of kathedraal die ze eens bezocht hebben. Andere mensen denken aan de geloofsgemeenschap waar ze bij horen. Weer anderen denken misschien aan de scheiding van kerk en staat. En ga zo maar door.
Maar één ding is in ieder geval zeker: de kerk hoort bij het christelijk geloof. 
En toch, als je het woordje ‘kerk’ opzoekt in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), ontdek je dat het er maar twaalf keer in staat. En in de oudere NBG-vertaling uit 1951 (NBG 1951) komt het woord ‘kerk’ helemaal niet voor. 
Waar komt de kerk (met hoofdletter of niet – daar kan ook nog verschil tussen zitten) dan vandaan?

Van de Heer

Het Nederlandse woord ‘kerk’ komt van het Griekse woord: kyriakè. Dat betekent: van de Heer. Maar dat woord komt in het Nieuwe Testament (geschreven in het Grieks) helemaal niet voor. In de Bijbel wordt het woord ‘ekklèsia’ gebruikt, dat betekent: geroepenen. Als Paulus spreekt over de ‘geroepenen’, bedoelt hij de mensen die in Jezus Christus geloven. In verschillende bijbelvertalingen (NBV, NBG 1951) wordt hiervoor het woord ‘gemeente’ gebruikt.

In de Bijbel vind je geen teksten over een kerkgebouw, waarvoor wij het woord ‘kerk’ vaak gebruiken. Er waren nog geen speciale kerkgebouwen. De eerste christenen kwamen bij elkaar bij mensen thuis. Zo’n groep werd een huisgemeente genoemd. In grote steden als Rome of Korinte waren waarschijnlijk meerdere huisgemeenten te vinden. Wanneer Paulus over de ‘ekklèsia’ spreekt, bedoelt hij vooral de mensen, en niet een bepaald gebouw of een bepaalde organisatie. 

Huisgemeenten

De huisgemeenten verschilden van elkaar, omdat de gelovigen verschillende achtergronden hadden (Joods of niet-Joods, arm of rijk, enzovoort). Toch ontwikkelden de verschillende gemeenten een gezamenlijke identiteit. Ze onderscheidden zich steeds meer van de Joodse gemeenschap en van de Grieks-Romeinse cultuur. Hun belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk was de belijdenis: ‘Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven’ (1 Korintiërs 8:6). 
Vooral in het boek Handelingen lees je veel over de eerste gemeenten. Deze gemeenten bestonden uit mensen die ‘geroepen’ waren door Jezus Christus. De teksten over de gemeenten gaan vooral over hoe de mensen met elkaar omgingen of zouden moeten gaan. 
In Handelingen 2:44-47 staat:

Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Kerk

In de Nieuwe Bijbelvertaling komt het woord ‘kerk’ een paar keer voor. In die teksten is als vertaling van het woord ‘ekklèsia’ gekozen voor ‘kerk’, in plaats van het veel meer gebruikte ‘gemeente’. In Matteüs 16:15 lezen we dat Jezus aan zijn leerlingen vraagt: ‘Wie ben ik volgens jullie?’ En Simon Petrus antwoordt dan (vers 16): ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God.’ En dan zegt Jezus in Matteüs 16:18:
En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen.

Hier wordt het woord ‘kerk’ gebruikt, omdat het hier om de relatie tussen Jezus en de gemeente gaat: Jezus is degene die de gemeente bouwt. Ook in de brief die Paulus schrijft aan de Efeziërs komt het woord ‘kerk’ vaak voor. Daarin schrijft Paulus vooral over de relatie tussen Christus en de kerk. De kerk erkent het gezag van Christus, en Christus heeft zich voor de kerk prijsgegeven (Efeziërs 5:21-32). 

Omdat de eerste christenen een nieuwe groep vormden, waren er eerst geen speciale gebouwen waar ze samenkwamen. Nadat het christelijk geloof in 313 na Christus een erkende godsdienst werd in het Romeinse Rijk, werden er kerken gebouwd. Een kyriakè: een speciale plek, een huis van de Heer.

Gemeente of kerk

Misschien hoor je bij een gemeente of ben je lid van een kerk. 
Misschien ga je op zondag naar de kerk of bezoek je een samenkomst.
Maar hoe je het ook zegt: de kerk is ‘van de Heer’, en als je gelooft, hoor je bij de ‘geroepenen’ door Jezus Christus.

Maaike van der Weij
Medewerker bij de afdeling Bijbelgebruik. Ze is onder andere betrokken bij Bijbel Basics en debijbel.nl.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 28 november 2019