Vrouwen in de Bijbel: tussen me-too en emancipatie

Discussies over vrouwonvriendelijke bijbelteksten en (te) mannelijke godsbeelden en blijven de gemoederen bezighouden. ‘Me-too in boekvorm’, vindt de één van de Bijbel. ‘Emancipatie avant-la-lettre’, de ander. Hoe lees jij de Bijbel, vandaag, op Internationale Vrouwendag?

Romantiek en pornografie

Zelf heb ik me zeven jaar intensief met bijbelse vrouwen beziggehouden, en dan vooral met vrouwen in het Oude Testament die meer zijn dan alleen een figuur in een verhaal. Vrouwen die met hun woorden, daden of lichaam symbool staan voor hoe de schrijver naar het volk Israël kijkt, of naar God, of naar de relatie tussen beide.

Soms levert dat romantische taferelen op, zoals in Jeremia 31:1-5:

Van ver ben ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël.
Ik heb je altijd liefgehad,
mijn liefde zal je altijd vergezellen.

Op andere momenten zijn het verdrietige plaatjes: een weduwe, een verkracht meisje, of een moeder die om haar (geboren of ongeboren) kinderen rouwt. In nog weer andere teksten kom je best schokkende beelden tegen. Kijk bijvoorbeeld naar Ezechiël 16 en 23, waar de profeet het trouweloze gedrag van Israël met taal beschrijft die je beslist pornografisch kunt noemen. Om het nog erger te maken: in veel teksten lijkt het slachtoffer van seksueel geweld ook nog de schuld te krijgen. Maken Ezechiël en andere profeten zich inderdaad schuldig aan literaire me-too-vergrijpen?

‘Worden als vrouwen’

Ik denk toch dat hier iets anders aan de hand is. In de wereld van toen stond mannelijkheid centraal en was het een belediging als je een tegenstander voor vrouw uitmaakte. Lees Jeremia 51:30 maar eens:

De Babyloniërs staken de strijd,
de soldaten komen hun forten niet meer uit.
Hun kracht verdampt, ze worden als vrouwen.

Tegen die achtergrond slaan auteurs zoals Jeremia, Ezechiël en de auteur van Klaagliederen een unieke weg in. Ze gebruiken vrouwelijke beelden niet alleen om hun vijand te beledigen, maar vooral om iets te vertellen over hun eigen ervaringen of om te beschrijven hoe zij naar het volk Israël kijken.

Aan de ene kant geeft dat aan hoe dramatisch of zelfs traumatisch de gebeurtenissen waren die ze meemaakten – de belegering en verwoesting van Jeruzalem, het einde van het koninkrijk Juda en de ballingschap in Babylonië. Blijkbaar waren alleen beelden van ontroostbaar rouwende of verkrachte vrouwen sterk genoeg om de schok, het verdriet en de vernedering van dat moment uit te drukken.

Omdenken

Maar er is nog een andere kant. Via de pen van Jeremia, Ezechiël en andere schrijvers hebben ervaringen van ‘het zwakke geslacht’ een weg gevonden in het collectieve bewustzijn van Israël. Sterker nog: ze zijn deel gaan uitmaken van het zelfbewustzijn van Israël, van de manier waarop Israël naar zichzelf keek. In een wereld waarin succes vooral werd gemeten in termen van militaire overwinningen, ontstond ruimte voor een ander soort ‘succes’. Kijk bijvoorbeeld naar het boek Ruth, waarin niet macht centraal staat, maar zorg voor elkaar. Zeker in die tijd werd dat vooral met vrouwen geassocieerd. Natuurlijk, er is van alles aan te merken op een wereldbeeld waarin mannen vechten en vrouwen zorgen. Maar het feit dat de (toch vermoedelijke mannelijke) auteurs de zorgzaamheid die zij met vrouwen verbinden als ideaal voor iedereen, vrouwen en mannen voorstellen, is op z’n minst opmerkelijk.

Nog duidelijker wordt dat in de figuur van de dienaar in het boek Jesaja. Een dienaar die weliswaar mannelijk is, maar absoluut niet het soort stoere mannelijkheid uitdraagt dat toen het ideaalbeeld was. Net als veel vrouwen in de wereld van toen werd hij geminacht, en toch wordt juist in en door hem iets van God zichtbaar.

Emancipatie? Misschien. In ieder geval verrassen teksten zoals deze me steeds weer door het vermogen van de auteurs om ‘om te denken’, om verder te kijken dan wat in hun tijd gebruikelijk was. En die uitdaging blijft actueel, hoe anders we inmiddels misschien ook tegen mannen en vrouwen aankijken.

Anne-Mareike Schol-Wetter is als hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands Bijbelgenootschap betrokken bij diverse projecten die tot doel hebben de betrokkenheid bij de Bijbel te vergroten.
In 2014 is zij gepromoveerd op de vraagstelling hoe in verschillende teksten van het Oude Testament de relatie tussen God als man en Israël als zijn vrouw wordt verbeeld.

Nieuwsgierig naar meer informatie over dit onderwerp? Kijk dan dit filmpje met hoogleraar Oude Testament Bénédicte Lemmelijn.

Dit bericht is geplaatst op maandag 8 maart 2021