Vierde advent – Jezus welkom heten

Met advent kijken we uit naar Kerst, het feest van Jezus’ komst naar deze wereld. Hoe heten we Hem welkom? Wanneer voelen wij ons echt welkom bij God? En hoe kunnen we anderen welkom heten? In deze blogserie delen auteurs uit België en Nederland hun reflecties bij advent.

Door Esther van Schie

Vaak heb ik met haar samen het avondmaal gevierd. De diensten in de kerk bijwonen kon de Myanmarese vrouw niet. Ze was blind, en het zware leven in de jungle had haar kromgebogen, waardoor lopen moeilijk was.

Toen ze na jaren in een vluchtelingenkamp te hebben gewoond, aangemerkt werd als kwetsbare vluchteling, mocht ze naar Nederland komen. Het lukte haar niet meer om te snappen hoe het moderne westerse leven werkt. Nooit had ze met eigen ogen een wasmachine zien draaien of een auto gezien. Een ander toilet dan een gat in de grond was haar onbekend.

Haar leven beperkte zich grotendeels tot de kamer die ze deelde met haar man. Ze hielpen elkaar. Hij was haar paar ogen. Zij zei wat hij moest doen. Dat was nodig, want de soldaten die hem hadden opgepakt in Myanmar hadden hem zo hard op het hoofd geslagen dat hij sindsdien niet meer goed denken kon.

Hun hartsverlangen en dat van Jezus

Naar de kerk, ook met vertaling, was niet meer mogelijk voor hen. Maar altijd als we avondmaal vierden vroegen ze via hun dochter: ‘Kom je langs?’ Want daar verlangden ze naar. Ze verlangden er hevig naar om juist in het avondmaal de gemeenschap met Jezus te ervaren.

Dan ging ik naar hen toe. En in een klein flatje terwijl we elkaar voor geen woord verstonden, was daar de gemeenschap der heiligen. Want brood kun je voelen en wijn kun je proeven. Vaak las ik de woorden van Jezus uit Lucas 22: ‘Ik heb er hevig naar verlangd deze maaltijd met jullie te vieren.’

Als hun dochter dat vertaalde was het alsof er een gouden glimp oplichtte. Het waren momenten dat het verlangen van hun hart en het verlangen van Jezus zelf bij elkaar kwamen. Ongeziene mensen, geliefd door God zelf.

Bijbels samenkomen

En daar zie ik de parallel met het verhaal van Zacheüs. Geld had hij zat. Maar geliefd was hij niet. En op het moment dat hij nieuwsgierig is naar Jezus, is hij te klein en durft hij niet vanwege al die mensen die daar in de weg staan. Het is zijn verlangen dat hem toch stappen doet nemen. Dapper klimt hij in de boom. Misschien is dat net zo gewaagd als het voor een blinde vluchtelinge is om een vreemde Nederlandse dominee te vragen avondmaal te komen vieren.

En dan komt ook in het verhaal van Zacheüs iets samen. Het verlangen van de man in de boom en het verlangen van Jezus. Jezus kijkt omhoog, laat de menigte fijn de menigte. ‘Zacheüs, vandaag nog, nu, moet ik in jouw huis komen.’

Ook bij Zacheüs ontstaat dan een gouden glimp in zijn leven. Door deze ontmoeting wordt hij eindelijk van de macht van het geld verlost is en weet hij dat hij, een door anderen ongerespecteerde man, door God gezien en geliefd is.

Jezus’ verlangen naar ons

Volgens mij is dat precies waar advent over gaat. Over ons verlangen naar de komst van Jezus. En over Jezus;’ verlangen naar ons. Hoe moeilijk ons leven ook is, of waar we ook aan vastzitten, waar die beide samen komen, ontstaat een gouden glimp omdat we weten dat we door Hem geliefd zijn.

Esther van Schie
Migrantenpastor

Dit bericht is geplaatst op zondag 19 december 2021