Verlost God ook de dieren?

Door Peter Siebe

Franciscus van Assisi was een hoogst opmerkelijke man. Tot op de dag van vandaag lokt hij talloze pelgrims naar Assisi, onder wie zanger Frank Boeijen. Die kwam er, vertelde hij me een paar jaar geleden, zeer geïnspireerd vandaan. Wat natuurlijk zomaar kan gebeuren als je doopnaam Franciscus is. Waarom werd Franciscus’ gedenkdag Dierendag – en wat zegt de Bijbel over onze omgang met dieren?

Franciscus stierf op 3 oktober 1226. ‘Het is gebruikelijk’ – schrijft Franciscaan Hans-Peter Bartels – ‘dat de sterfdatum van een heilige (en daarmee zijn geboortedag in de hemel) zijn gedenkdag wordt’. Franciscus’ gedenkdag valt op 4 oktober, omdat hij ’s avonds stierf en kerkelijk gezien toen de volgende dag begonnen was. In 1927 werd het idee geboren om jaarlijks een dag speciaal aan de dieren te denken. Dat werd 4 oktober, de gedenkdag van Franciscus. Want Franciscus had veel met dieren.

Nachtegaal

Franciscus zag zijn medeschepselen als broeders en zusters. Dat het evangelie ‘aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is’ (Kolossenzen 1:23) zag hij – zo lijkt het tenminste – als een opdracht om letterlijk te nemen en dus tot de dieren in het veld te preken. Hij was, zou je kunnen zeggen, een soort ‘dierenfluisteraar’. Een legende over Franciscus die ik graag vertel gaat over zijn avondwandeling met een vriend. Ze hoorden een nachtegaal zingen en Franciscus stelde voor: ‘Zullen we een antifoon zingen met die nachtegaal?’ Z’n maat had daar niet zoveel zin in, dus deed Franciscus het in z’n eentje – en de nachtegaal reageerde. Zo zongen ze om beurten, tot Franciscus ermee stopte. Toen kwam de nachtegaal aanvliegen en streek neer op zijn arm. Franciscus zegende de vogel, waarop die naar zijn nest vloog.

Redt God dieren?

In de Bijbel zijn allerlei aanwijzingen te vinden over onze omgang met dieren. Maar een tekst waar ik niet uit kom, is Psalm 36:7: ‘U, HEER, bent de redder van mens en dier’. Of in de vertaling van 1951: ‘Mens en dier verlost Gij, HERE’. Wat kan bedoeld zijn met het redden of verlossen van dieren? In het NBG-leesplan ‘Van Adam en Eva tot Franciscus’ zegt de Vlaamse protestantse theoloog Jennica de Prenter er dit over: ‘Psalm 36 is een lied met een groot contrast. Tegenover het kwaad dat mensen doen, zet de dichter Gods eindeloze goedheid en trouw (…). In de hoogten, verten en diepten van de schepping ziet hij Gods aanwezigheid (…). “Want God is redder van mens en dier.” Het is een opmerkelijk zinnetje. De dichter ontdekt dat Gods goedheid is gericht op de hele schepping: op mensen, maar ook op dieren. Dat heeft hij goed gezien. Want waren het niet de dieren die God als eerste heeft geschapen?’

Ik hoopte dat Jennica me zou vertellen wat dat ‘redden van de dieren’ inhoudt. Komen ze in de hemel? Hebben ze een ziel? Maar ik word naar mezelf en de Schepper terugverwezen. Het leesplan over Psalm 36 eindigt met precies mijn vraag: ‘Wat voor redding zou dit zijn? Zegt het iets over hoe wij nu met dieren moeten omgaan?’
Misschien moet ik daar dus nog een poos bij blijven. Die vraag met me meedragen. En me afvragen of wat ik doe en consumeer, eraan bijdraagt dat dieren ‘gered’ worden. En, stel nu dat dat niet het geval is? Is dat dan een gevalletje ‘jammer maar helaas’?

Peter H. Siebe
Is persvoorlichter en eindredacteur bij het NBG. Ook is hij betrokken bij de Groene Kerken.

Het leesplan ‘Van Adam en Eva tot Franciscus’ is te volgen via de gratis NBG-app Mijn Bijbel, te vinden in de Appstore en op Google Play.

Dit bericht is geplaatst op zaterdag 3 oktober 2020