Uitgestoken handen

De Stille Week

Door René de Reuver

In de kerk heet de week voor het paasfeest de Stille of Goede Week. Dan gedenken we het verraad, de gevangenneming, veroordeling en kruisdood van Jezus. Die maken een mens stil: woorden schieten te kort. Dat geldt ook nu, met de oorlog in Oekraïne. Wie valt niet stil bij het zien en horen van zoveel kwaad, lijden en dood? Hoe kun je in vredesnaam deze week een goede week noemen? Is dat geen vroom recht praten van wat krom is? De evangelist Johannes en Johann Sebastian Bach helpen ons verder.

In deze week wordt in veel kerken uit het evangelie vanJohannes gelezen. Op Goede Vrijdag het gedeelte over de kruisdood van Jezus. Johannes legt hierbij zijn eigen accent. Hij beschrijft het lijden en de dood van Jezus vanuit de roeping van Jezus om de zijnen lief te hebben tot het einde, het uiterste (Johannes 13:1). Jezus is geen tragische held die aan zijn roeping ten onder gaat, maar het vleesgeworden Woord van God (1:14), de verpersoonlijking van Gods liefde die sterker is dan de dood.

Dit alles maakt het onrecht, het lijden en de dood niet minder erg. Integendeel, tegenover Jezus kruipt het kwaad uit zijn schulp. Kwaad verdraagt geen liefde en vrede. Lees er het evangelie van Johannes maar op na. Vanuit deze realiteit schrijft Johannes over Jezus die de liefde van God leeft. Liefde die sterker is dan het diepste en meest verwoestende kwaad. Vanuit dit perspectief beschrijft hij ook de kruisiging en het sterven van Jezus. Jezus gaat zijn weg soeverein. Hij draagt zelf zijn kruis (19:17). Hij hangt te midden van twee moordenaars als koning van de Joden (19:19). De soldaten verdelen zijn kleren als vervulling van woorden uit Psalm 22 (19:22 en verder). Aan het kruis heeft Hij oog voor zijn moeder (19:26). Om de schriften te vervullen roept Hij ‘Ik heb dorst’ (19:28). En tenslotte roept Hij dat zijn taak volbracht is. Buigt Hij het hoofd en geeft Hij de geest (19:30). Hoe afschuwelijk wat er gebeurt ook is, Jezus is geen lijdend voorwerp. Hij is het onderwerp, Hij voltooit zijn levensroeping, Hij maakt Gods liefdevolle nabijheid, geborgenheid en vergeving tot het einde toe concreet, voor ons mensen.

Van mineur naar majeur

Johann Sebastiaan Bach heeft dit op meesterlijke wijze verwerkt in zijn Mattheüs Passion. Ongeëvenaard vertolkt Bach het lijden en de dood van Jezus. We herkennen hierin ook het onrecht en verraad, het lijden en de dood in Oekraïne. Muziek en tekst over verraad, venijn en lijden raken je ziel. Je wordt er stil van. De contrasten in de Mattheüs Passion geven extra lading èn tegenlicht aan dit kwaad. De Passion is daarom bij uitstek muziek voor de Stille èn Goede Week.

Als Jezus aan het kruis geslagen en bespot is, bezingt een altstem het ‘unsel’ges Golgotha’ (onzalig Golgota). Maar dan ineens slaat de toon om. Een lichte fluit klinkt opgewekt in majeur! Dezelfde alt en de gemeente als koor – de toehoorders – wisselen elkaar af met vraag en antwoord. Niet in een treurzang, maar met een uitnodigende oproep:

Zie, Jezus had zijn hand
om ons te vatten uitgestrekt naar ons uitstrekt;
kom! Waarheen?
In Jezus’ armen.
Zoek verlossing, ontvang erbarmen,
zoek! Waar?
In Jezus’ armen!
Leef, sterf en vind hier rust,
eenzaam mensenkind,
blijf! Waar?
In Jezus’ armen!

De handen van Jezus aan het kruis zijn geen verkrampte vuisten maar uitgestoken handen. De boodschap is helder: Jezus sterft niet voor zichzelf, maar strekt aan het kruis zijn handen naar ons uit opdat wij rust en vrede vinden, te midden van lijden en dood.

De Stille Week is dit jaar extra aangrijpend. Onrecht, lijden en dood zijn met de handen te tasten. Juist daarom hebben we de woorden uit het Johannesevangelie, vertolkt in de muziek van Bach, nodig om de moed niet te verliezen. Jezus strekt zijn handen naar ons uit, uit liefde. Liefde tot het einde. Sterker dan de dood.

René de Reuver
Scriba van de Protestantse Kerk in Nederland

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 12 april 2022