Tweestrijd, Paulus en de wet

Door Gerrit Glas

‘Tweestrijd’ – het thema van de Boekenweek – nodigt uit tot bespiegeling. Wat wordt met dit woord bedoeld? Gaat tweestrijd over triviale dingen als: ‘kan ik dat koekje eten of zal ik het laten liggen?’ Of speelt het zich vooral af in een diepere laag van het leven? Is in tweestrijd staan iets van alle tijden of wordt het veroorzaakt door onze tijd en cultuur? En wat heeft Paulus in Romeinen 7 erover te zeggen?

Tweestrijd lijkt ouderwets. Ooit een politicus gezien die uitleg gaf over zijn of haar tweestrijd? Of een celebrity? Vandaag zetten zelfverzekerde mensen de toon. In tweestrijd verkeren wordt gauw gezien als een teken van zwakte. Als je al twijfels hebt, dan is het maar beter om er niet mee te koop te lopen. Bovendien lijken we, als het gaat om belangrijke zaken, eventuele tweestrijd te ontwijken door de kwestie te transformeren tot een rationeel keuzeprobleem. Neem bijvoorbeeld vliegschaamte. Als je liever niet vliegt maar het toch doet, kun je je geweten sussen door bomen te kopen. Oftewel: het conflict tussen de milieubewuste burger en de hedonistische consument in jezelf oplossen door er een rekensom van te maken, met als voordeel dat je jezelf buiten schot houdt. Bij echte tweestrijd kan dat niet. Die gaat over wie je bent en wil zijn. Zo’n strijd lijken we liever te ontlopen. Cultureel gezien lijkt werkelijke tweestrijd – als gevecht om onze identiteit – op z’n retour.

Compartimenten

Grote denkers hebben het moderne leven bestempeld als verdeeld, dubbelzinnig, meerduidig. Maar die verdeeldheid beleven we niet als strijd. De spanning die met verdeeldheid en dubbelzinnigheid samenhangt, lijkt in elk geval te zijn weggeëbd. Ja, mensen ervaren wel verdeeldheid; ze merken dat hun bestaan is opgedeeld in compartimenten, partjes met voor elk partje eigen wetten. Maar als dit al spanning oplevert, dan toch vooral psychologisch. We zijn overbelast, hebben tijdgebrek, er ligt te veel op ons bord en prioriteren is lastig. Maar dat soort spanning heeft geen morele of existentiële lading. Dat we in compartimenten leven die elk een verschillend en soms ook tegenstrijdig moreel appel op ons doen, ervaren we niet als een probleem.

Interessant thema dus, tweestrijd. Ik had de term opgevat als ‘innerlijke tweestrijd’, want ik ben geneigd tweestrijd te zien als iets innerlijks. Maar tweestrijd kun je ook aan de buitenkant zien. En het is meestal een kwestie van zowel ‘binnen’ als ‘buiten’. Tweestrijd is bovendien een gelaagd verschijnsel. Je kunt anticiperen op een mogelijke tweestrijd. Ook kun je willen dat je iets wilt. En al ons willen of niet-willen wordt ook vaak nog bepaald door de context.

Snoeptrommel

Het handje van de peuter gaat nog een keer naar de snoeptrommel, de peuter kijkt steels naar mama, het handje aarzelt en blijft boven de snoeptrommel hangen. De tweestrijd zie je aan het blijven steken van de handeling. De alcoholicus weet – en vertelt iedereen die het wil horen – dat hij nu definitief een streep wil trekken en gaat stoppen met drinken. Maar eenmaal in de supermarkt is de simpele aanblik van een krat bier voldoende om de goede voornemens op een laag pitje te zetten. Hier speelt de context een voorname rol in de uitkomst van wat ooit een tweestrijd was. Anders dan deze verslaafde is Odysseus, de held uit een bekend Grieks verhaal, er wél zeker van dat hij de verleiding van het gezang van de Sirenen niet zal kunnen weerstaan. Dus laat hij zich aan de mast van het schip vastbinden. Het anticiperen op de kracht van de verleiding en de eigen wilszwakte leidt tot een rigoureuze daad. Zelfkennis speelt een belangrijke rol in hoe de tweestrijd afloopt.

De apostel Paulus getuigt van zelfkennis in een beroemde passage in Romeinen 7:21-23. Daar zegt hij dat, als hij het goede wenst te doen, juist het kwade bij hem aanwezig is. De wet is gericht op het goede en dus verlustigt Paulus zich erin. Maar hij ziet ‘in zijn leden’ een andere wet werkzaam, een wet die hem krijgsgevangen houdt. Dat komt omdat de wet een verbod inhoudt. Dat verbod wekt de begeerte. En de begeerte roept de overtreding op. Zo raakt de mens gevangen in een vicieuze cirkel van begeerte, overtreding en schuld. De wet die ten leven was bedoeld, wordt een wet die je vastnagelt op je tekort.

Paulus’ uitweg

Toch is de mens niet verloren. In het optreden van Jezus Christus, zegt Paulus, wordt zichtbaar hoe er een uitweg mogelijk is. De bevrijding uit de cirkel van falen, schuld en steeds lager zelfbesef komt tot stand in het volgen van deze Jezus. Hoe? Dat is een te grote vraag voor deze blog. Maar duidelijk is dat liefde en dus zelfovergave hierin een grote rol spelen.

Echte tweestrijd is een strijd over wie we willen en kunnen zijn. Paulus voegt daar iets belangrijks aan toe: dat die zelfwording richting en betekenis krijgt in het zoeken van de ander en de Ander. En dat gaat nooit zonder tweestrijd.

Gerrit Glas
Psychiater en hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit. Eerder schreef hij voor debijbel.nl en de app Mijn Bijbel over innerlijke vrijheid. Lees deze blog hier.

Dit bericht is geplaatst op woensdag 2 juni 2021