Stilte

‘Wat ik het moeilijkst vind’, hoor ik vaak van mensen die een partner hebben verloren, ‘is het alleen thuiskomen. Niemand vraagt je hoe je dag was. Het is heel erg stil.’
Als je dit jaar, het jaar van Covid-19, iemand verloren hebt, lijkt het extra stil. Dat is zwaar, want stilte kan op je drukken. Er is geen afleiding, en dat is confronterend.

In de stilte wordt soms pijnlijk duidelijk wat in je leeft. De ene keer wil je dat opzoeken om daar dichterbij te komen, een ander moment wil je dat uit de weg gaan, omdat je precies weet wat er in je leeft en omdat het je angst inboezemt of ongelooflijk verdrietig maakt.

In de Grote of St.- Bavokerk in Haarlem is er elke maandagmorgen een stiltemeditatie. Een half uur lang zitten mensen bij elkaar om stil te zijn. En als je daar zit, dan valt er iets op. De stilte is niet stil. In die grote kerk is er altijd geluid; je hoort de straatvegers aan het werk, de glasbakken worden geleegd, je hoort de persoon naast je schuifelen en zuchten en zelfs als al die geluiden wegvallen, hoor je nog steeds je eigen ademhaling. Misschien bestaat er helemaal geen stilte.

Als het over stilte gaat moet ik denken aan het verhaal van de profeet Elia. Het is te lezen in 1 Koningen 19. Elia is lamgeslagen van een zware strijd en een lange reis. Moe en depressief heeft hij zich teruggetrokken in een grot. En dan ontmoet hij God in een zachte bries, in stilte. Mensen zijn al eeuwenlang ervan overtuigd dat God te vinden is in de stilte. Er zijn zelfs kloosters waar de kloosterlingen in volledige stilte samenleven.

De relatie tussen God en stilte, die in dit bijbelverhaal zo prangend naar voren komt en vorm heeft gekregen in verschillende tradities, zet mij aan het denken. Want wat betekent dat? We zeggen dat God te vinden is in de stilte, maar die stilte is voor mensen met verdriet vaak juist drukkend en confronterend. En wat betekent het als het bijna nooit echt stil is om ons heen?

Misschien is het anders. Misschien is stilte niet het ontbreken van geluid, maar is stilte datgene waarbinnen de geluiden zich afspelen. Hoe meer geluid, hoe minder je de stilte kunt horen. Maar de stilte is er altijd. Zoals dat ook met rouw is. Rouw is er ook altijd. Je kunt het niet wegdenken. De ene keer is het er oorverdovend de andere keer wat meer op de achtergrond. En ik zie nog een parallel. Zoals stilte er altijd is, als dat wat het geluid omvat, zoals rouw en gemis er altijd is als je eenmaal iemand verloren hebt – en wie heeft dat niet -, zo is God er ook altijd. Dat zegt de apostel Paulus tenminste in Romeinen 8. Hij heeft het erover dat niets ons kan scheiden van de liefde van God. De liefde van God is er altijd. Als ruimte waarbinnen je leven zich afspeelt. Soms is dat leven zo vol dat we het totaal niet opmerken, soms is die ruimte veel leger en is die liefde opeens daar.

Paulus zegt zelfs nog meer. Hij zegt dat dood noch leven ons kan scheiden van de liefde van God. Dus of je nu leeft of sterft, God blijft die ruimte die ons verbindt. Zoals stilte de geluiden omvat, zo omvat God ons gehele leven, ook wanneer je gestorven bent. Er is eenzelfde grond die ons blijft dragen.

Ik vind dat een troostvolle gedachte. Tegenover de stilte die op je kan drukken en het gemis dat niet weggaat, is daar nog iets anders dat niet verdwijnt; de liefde van God die er altijd is en die ons altijd blijft vasthouden.
Ook in de stille momenten in je leven, wanneer je thuiskomt en niemand vraagt hoe je dag was.

Willemijn van Dijk
Predikant in de Sint Bavokerk in Haarlem

Dit bericht is geplaatst op zondag 22 november 2020