Slavernij-excuses, collectieve verantwoordelijkheid en de Bijbel

Onlangs bood minister-president Mark Rutte excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. De reacties zijn verdeeld: heeft hij dit met genoeg overleg gedaan? En is het niet vreemd om excuses aan te bieden voor iets wat deze generatie niet gedaan heeft? Wat zegt de Bijbel eigenlijk over collectieve verantwoordelijkheid?

Collectieve verantwoordelijkheid in de Bijbel

Dr. H. ten Brinke

Kun je verantwoordelijk zijn voor wat anderen hebben gedaan? Vanuit een liberale nadruk op het individu is het antwoord van moderne westerse mensen vaak: nee, dat kan niet; ik ben alleen verantwoordelijk voor wat ik zelf gedaan heb. Tegelijk is er een besef van een collectieve verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor het slavernijverleden.

De Bijbel kent die collectieve verantwoordelijkheid ook. Er worden mensen gestraft voor wat anderen gedaan hebben. Lees Numeri 16:23-33 maar eens. Wanneer Korach, Datan en Abiram tegen Mozes in opstand zijn gekomen, worden niet alleen deze drie mannen, maar ook hun gezinnen met de dood gestraft (Num. 16:27-33). Dat overkomt ook het gezin van Achan, na zijn diefstal in Jericho (Joz. 7:24-25).

En in het tweede van de tien geboden zegt de HEER: ‘Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht’ (Ex. 20:5; Deut. 5:9). De nakomelingen worden dus ter verantwoording geroepen voor de schuld van hun (voor)ouders. We lezen dan ook dat niet alleen zijzelf, maar ook de families van mannen als Eli (1 Sam. 2:31-32), Saul (2 Sam. 21:1), Joab (2 Sam. 3:29) en David (2 Sam. 12:10) gestraft worden.

Ook het hele volk wordt soms gestraft om de zonde van zijn koning (Saul: 2 Sam. 21:1; David: 2 Sam. 24:15-17). Het hele volk Israël wordt weggevoerd in ballingschap vanwege de zonden van zijn voorgeslacht (Jer. 16:10-11). In al deze gevallen gaat het trouwens om vergelding door God. Menselijke rechters mogen niet de misdaad van vaders vergelden aan hun kinderen (Deut. 24:16).

Moeilijk te verklaren

Hoe kunnen we die collectieve bestraffing begrijpen? Er is wel gezegd dat er een ontwikkeling is in de Bijbel: collectieve bestraffing zou horen bij een vroegere periode, individuele vergelding zou het kenmerk zijn van een latere periode. Maar collectieve en individuele bestraffing komen naast elkaar voor in dezelfde Bijbelboeken (bijvoorbeeld Deut. 5:9 naast Deut. 7:9 en Deut. 24:16, en Ezech. 24:21 naast Ezech. 18:1-4 en 18:20).

Een andere verklaring is dat een gezin of een volk werd beschouwd als het bezit van de ‘leider’ (de vader of de koning). Wanneer die leider had gezondigd, kon hij worden gestraft doordat zijn bezit (zijn gezin of zijn volk) werd aangetast. Maar ook deze verklaring voldoet niet. Wanneer bijvoorbeeld koning David een volkstelling organiseert, is hij het die zondigt (2 Sam. 24:17), maar dat zijn volk gestraft wordt is niet (alleen) omdat dat het ‘bezit’ van David is: het volk zelf is schuldig (1 Kron. 21:3).

Een derde verklaring stelt dat er in het denken van het Oude Israël sprake was van een ‘collectieve persoonlijkheid’: er zou een soort psychische eenheid zijn tussen de leden van eenzelfde sociale groep, waardoor er een vloeiende overgang zou zijn tussen een individu en een groep. Deze aanname berust op achterhaalde antropologische inzichten, en wordt tegenwoordig niet meer houdbaar geacht.

Het huis van de vader

Een verklaring die meer hout snijdt sluit aan bij het begrip ‘het huis van de vader’: de grootfamilie van meerdere generaties, onder leiding van de (groot)vader, die in één gemeenschappelijk huis woont of samen een compound bewoont (Genealogie en familie). Het ‘huis van de vader’ is de basale sociale context van iedere Israëliet, en ook de morele context: het huis is betrokken bij de schuld van die vader, en kan voor die schuld gestraft worden. Overigens betreft die vergelding hoogstens vier generaties, terwijl God zijn liefde bewijst ‘tot in het duizendste geslacht’ van degenen die Hem liefhebben (Ex. 20:5-6 en Deut. 5:9-10). De toorn van de HEER is beperkt, zijn barmhartigheid onbeperkt.

In overdrachtelijke zin wordt ook het hele volk Israël een ‘huis’ genoemd: het huis van (stamvader) Israël (bijvoorbeeld in Ezech. 18:29 en 31, in de NBV21 weergegeven als ‘Israëlieten’). Dat betekent niet dat ook een heel volk wordt gestraft alleen om de schuld van zijn voorouders. Het volk Israël gaat in ballingschap om de zonden van zijn voorouders én om die van zichzelf (Jer. 7:26; 16:11-12). Wanneer het volk zelf niet gezondigd zou hebben, had gegolden: ‘Een zoon hoeft niet te boeten voor de zonden van zijn vader’ (Ezech. 18:20).

Dus: ben je verantwoordelijk voor wat anderen gedaan hebben?

De sociale context van de Bijbel is niet meer die van onze tijd. Wel laat de Bijbel zien dat er naast de individuele verantwoordelijkheid ook een collectieve verantwoordelijkheid kan bestaan voor bepaalde misstanden in het verleden (bijvoorbeeld slavernij) of in het heden (bijvoorbeeld het lot van vluchtelingen, armoede, racisme), ook zonder dat je daaraan als individu bewust hebt bijgedragen of bijdraagt.

Dr. Henk ten Brinke is systematisch theoloog en als docent theologie werkzaam in Noord-Afrika.

Deze bijdrage is afkomstig uit de Bijbel met bijdragen over geloof, cultuur en wetenschap.

Wetenschapsbijbel
Dit bericht is geplaatst op dinsdag 24 januari 2023