Prinsjesdag: Wat zegt de Bijbel over geld?

Prinsjesdag – de dag waarop we allemaal te horen krijgen hoeveel we er komend jaar aan koopkracht op voor- of achteruitgaan. Het plaatje is nogal theoretisch, het gaat om procentpunten en abstracte gemiddelden. Toch laten die abstracte getallen iets heel concreets zien: welke groep uit de samenleving verdient volgens het kabinet een steuntje in de rug, en bij wie mag het een onsje minder zijn.

Hoe reageer ik als ik tot die laatste groep zou behoren? Boos, gelaten, begripvol misschien? Als ik daarover nadenk, komt er nog een andere vraag bij me op: is er zoiets als een bijbelse manier om met geld om te gaan? Zowel voorstanders van het ‘prosperity gospel’ (welvaartsevangelie) als ook predikers van soberheid baseren hun ideeën op de Bijbel. Dat doet vermoeden dat het antwoord op die vraag niet eenduidig is.

Wat zegt de Bijbel over geld? In het eerste bijbelboek, Genesis, is geld onderdeel van het dagelijks leven. Je kunt er land mee kopen, of je krijgt het voor het versjacheren van je gehate broertje. Maar vanaf het boek Exodus wordt zichtbaar dat God duidelijke ideeën heeft over onze omgang met geld. We komen praktische regels tegen over het verstrekken en terugbetalen van leningen. Maar als je dieper kijkt, zie je dat ze allemaal gebaseerd zijn op hetzelfde ideaal: iedereen moet een redelijke kans krijgen om iets van zijn of haar leven te maken, én: er moet altijd een weg uit de armoede zijn. Daarvoor te zorgen, is de verantwoordelijkheid van mensen die het goed hebben:

Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem.
Exodus 22:24 NBV

Uit veel regels blijkt dat God zijn pappenheimers kent – hij weet hoe onze gedachtenkronkels werken als het erop aankomt van onze rijkdom te delen. Maar daar steek hij meteen een stokje voor:

Misschien zijn er toch arme mensen in de steden die de Heer, jullie God, zal geven. Denk dan niet alleen aan jezelf. Wees niet gierig, maar geef iemand die arm is, alles wat hij nodig heeft. Denk niet: Het zevende jaar komt eraan, het jaar waarin niemand meer schulden terug hoeft te betalen. Ik ga geen geld meer uitlenen.
Het is slecht om zo te denken en iemand die arm is, niets te geven! Als zo iemand dan bij God klaagt omdat je hem niets geeft, zal de Heer je zeker straffen. Geef dus aan de armen. Doe het van harte en geef ze veel. Dan zal de Heer, je God, je rijk en gelukkig maken, en je helpen bij alles wat je doet.
Er zullen altijd arme mensen zijn in jullie land. Daarom geef ik jullie deze regel: Help iedereen die arm is of het moeilijk heeft. Geef zo veel als je kunt.

Deuteronomium 15:7-11, BGT

In Deuteronomium 28 staat een tekst waarop je misschien zoiets als een prosperity gospel zou kunnen baseren. Als het volk zich houdt aan alle geboden die ze net van Mozes hebben gekregen, zal God hen zichtbaar en voelbaar zegenen:

De HEER zal de rijk gevulde schatkamer van de hemel openen om uw akkers op de juiste tijd regen te geven. Hij zal uw arbeid op het land zo zegenen dat u aan veel volken leningen kunt verschaffen, zonder ooit zelf te hoeven lenen.
Deuteronomium 28:12

Maar andere teksten staan juist heel kritisch tegenover rijkdom. Vooral het boek Spreuken blinkt uit in onthutsende waarheden over de rol die geld kan spelen in ons leven: 

Zodra je op rijkdom afvliegt,
is die al verdwenen.
Hij krijgt vleugels, plotseling,
en vliegt als een arend weg.

Spreuken 23:5, NBV

Ook Jezus heeft een zeer realistische kijk op geld. Zelf lijkt het hem weinig te doen: hij eet net zo lief met mensen aan de rand van de samenleving als met de rijke mensen van zijn tijd. Maar hij weet heel goed hoe moeilijk wij het vinden om – net als hij – geen verschil te maken tussen armen en rijken. En hij waarschuwt:

Je kunt niet trouw zijn aan twee bazen tegelijk. Want je zult altijd meer liefde hebben voor de één dan voor de ander. En je zult altijd meer respect hebben voor de één dan voor de ander. Je kunt dus niet tegelijk voor God en voor het geld leven.
Matteüs 6:24, BGT

Hoe mooi het uitpakt als je die waarschuwing ter harte neemt, laat Paulus zien:

Omdat ik van niemand geld aanneem, ben ik helemaal vrij. Maar ik gebruik die vrijheid om me aan te passen aan alle mensen met wie ik omga. Zo wil ik zo veel mogelijk mensen voor het geloof winnen.
1 Korintiërs 9:19, BGT

Genoeg bijbelse wijsheden over geld, dus. De ondertoon daarbij is altijd de relativering: ‘je bent niet wat je hebt’. De beste houding om met geld om te gaan is misschien wel ‘geëngageerde onverschilligheid’, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Lig niet wakker van hoeveel je hebt of krijgt, maar wel van het onrecht dat met geld aangericht wordt.

Anne-Mareike Schol-Wetter
Hoofd Bijbelgebruik Nederlands Bijbelgenootschap

Dit bericht is geplaatst op maandag 16 september 2019