Op hoop van zegen

Door Bert Noteboom

Het thema ‘ziekte’ houdt ons als samenleving al vele maanden meer bezig dan we gewend waren. Maar wat als ziekte echt heel dichtbij komt? Wat voor troost kan de Bijbel dan bieden?

Verwachtingsvol

Midden in de nacht sta ik bij het ziekenhuis, met alleen een bijbel in mijn hand. De portier laat me direct doorlopen. Op de automatische piloot loop ik de lift in, en aangekomen op de eerste verdieping, ziet een van de familieleden mij. ‘Er wordt al op u gewacht’, zegt de jonge vrouw.

Daar sta ik dan, enigszins natgeregend en vermoeid, op de ic bij een ernstig zieke man. Ik groet de familieleden die om het bed heen zitten en hoor via een mobiel een vrouw bidden voor de stervende. Wat is het mooi wanneer mensen biddend en strijdend om je heen staan als de artsen het hebben moeten opgeven. Door mijn gedachten gaan de stervenden bij wie ik alleen om het bed stond of waar niemand bij was. ‘De pastor is er nu, dus ik ga je onderbreken.’ Het gebed en gezang vanuit de mobiel worden abrupt gestopt en de ogen van de aanwezigen zijn verwachtingsvol op mij gericht.

Met lege handen?

Daar sta ik dan, met lege handen. Of nee, niet helemaal natuurlijk, met de Bijbel in mijn hand. Toch voelt het nog leeg. Ik spreek de man in het bed aan, maar hij heeft wel wat beters te doen. Hij doet zijn uiterste best om voldoende adem binnen te krijgen. Er volgt dan ook geen reactie. Terwijl ik begin te bidden, gaan er ondertussen allerlei gedachten in mijn hoofd rond. Wat moet je in deze situatie bidden? Had ik hier niet eerder over na moeten denken? Wat heeft dit voor zin?

Al sprekend valt me op dat de ene na de andere zin die ik uitspreek een citaat uit de Bijbel is: ‘De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets … U bent mijn toevlucht, Heer … Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen … hun handen zullen je dragen.’ Psalm 23, uiteraard, maar ook Psalm 91, over God die mensen redt en bevrijdt, en ‘overvloed van dagen’ geeft. Opvallend dat deze teksten naar boven komen, terwijl de Bijbel nog gesloten is. Zou het overkomen? En hoe? Jezus kan zelfs een gesloten ruimte binnenkomen met zijn vrede, prent ik mij hoopvol in. Ik voeg er voor de man nog een oproep aan toe: ‘Als je mij hoort, wil ik je dit meegeven: richt je ogen op Jezus, zie op Hem!’ Na het gebed geef ik de man nog een zegen mee, met woorden die al vele eeuwen met christenen meegaan: ‘De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God onze hemelse Vader, en de nabijheid van de heilige Geest zij en blijven met je, amen!’

Stil

In stilte probeer ik nog een troostende arm en een luisterend oor voor de familie te zijn. En in diezelfde stilte verlaat ik op een gegeven moment ook weer de ic. Beneden aangekomen vraag ik de portier van het ziekenhuis of ik met mijn auto gratis door de slagboom mag, omdat ik mijn portemonnee vergeten ben. ‘Het is na twaalven, dus op hoop van zegen maar’, antwoordt ze. Deze woorden echoën nog even na. Ze vormen de samenvatting van de gebeurtenissen van deze nacht.

Bert Noteboom
Pastor ‘De Wegwijzer’ in Almere

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 14 september 2021