Oekraïense vluchtelingen in ons huis

Door Cees Griffioen

Sinds Koningsdag hebben we twee Oekraïense vluchtelingen in huis. Twee vrouwen van eind twintig. Ze spreken redelijk Engels. Dat was voor ons een voorwaarde om ze in huis te nemen. We, dat zijn mijn vrouw en ik, en ook een beetje mijn twee studerende kinderen. Dochterlief heeft haar mooie zolderkamer met bloemetjesbehang en wastafel opgeruimd, leeggehaald en afgestaan aan beide dames. Alles in goed overleg natuurlijk.

‘Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat zij jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’

Matteüs 5:16

Deze uitspraak van Jezus houdt ons scherp. We proberen zo te leven dat er licht schijnt in het leven van onze medemensen. Dat namen we ons opnieuw voor toen de oorlog in Oekraïne uitbrak.

Hoe we op het idee kwamen om vluchtelingen in huis te nemen? Dat ontstond eigenlijk gewoon, in etappes. Toen ik als weduwnaar vijf jaar geleden trouwde met Nancy besloten we met mijn drie kinderen (toen 20, 18 en 17) te verhuizen naar een ruimer huis met drie slaapkamers, een aparte keuken en een werkruimte. ‘In een huis van een vader zijn vele kamers,’ dacht ik wel eens. We maakten een nieuwe start. We genoten van wat het huis ons bood, maar na een tijdje vlogen de kinderen uit. Dat was goed, maar zo werd het huis wel leger. Dat wringt weleens in tijden van woningnood en een vluchtelingen- en klimaatcrisis.

Toen we hoorden dat er voor een week een plek werd gezocht voor twee Nigeriaanse vluchtelingen uit Kiev durfden we dat wel aan. De kinderen zouden die week niet thuiskomen en vonden het prima dat hun kamer werd gebruikt. Het was best gezellig met deze twee Nigeriaanse heren uit Oekraïne in huis. We hoorden hoe ze leefden in Kiev, en hoe ze volkomen overvallen werden doordat in een modern land als Oekraïne een oorlog uitbrak. De buitenwijk waar ze woonden kwam onder vuur te liggen en hun flat liep leeg. Hals over kop wisten ze een plekje in een auto te bemachtigen die hen naar de Poolse grens bracht. Te voet schuifelden ze vervolgens in zesendertig uur tijd over de grens, om via omwegen twee weken later bij ons op de bank te zitten. Na een week vertrokken ze naar een definitief gastgezin.

Gastvrijheid

Dat was een goede ervaring. We houden van mensen, vinden het fijn om anderen te helpen en kunnen goed luisteren. Gastvrijheid bieden is mooi: wie weet herberg je zonder het te weten zomaar een paar engelen, zoals Hebreeën 13:2 het zegt. Maar privacy is ook belangrijk. Iemand een luisterend oor of een maaltijd bieden of ergens langsgaan voor een goed gesprek is echt iets anders dan iemand in je huis opnemen. Dat hadden we al meegemaakt.

Twee weken later kwam er een appje van een bevriende studentenorganisatie in Boekarest. Daar was een opvangcentrum voor kwetsbare vrouwen opgezet. Ze hadden twee Oekraïense dames bij de grens opgepikt die connecties in Nederland hadden, maar nog geen verblijfplaats hadden gevonden. Of wij hen in huis konden opnemen. We hebben één keer gebeld. Ja, ze spraken echt goed Engels. ‘Kwetsbaar’ betekende volgens onze zegsman: niet getraumatiseerd, maar wel interessant als prooi voor mensensmokkelaars. Of ze de dames op het vliegtuig naar Amsterdam konden zetten. ‘Laat maar komen,’ zeiden we.

Zenuwachtig

We waren behoorlijk zenuwachtig toen we rond middernacht op Schiphol stonden te wachten. Hoe zou het eerste contact zijn? Zou communicatie mogelijk zijn? Zij bleken net zo zenuwachtig als wij en zaten stilletjes in de auto. Thuis brak de onze poes het ijs. Ze bleken grote dierenliefhebbers.
Inmiddels zijn we twee maanden verder. We waren van tevoren gewaarschuwd: ‘Je gaat van ze houden.’ En zo is het. We delen ons huis, de badkamer en soms de keuken bij de maaltijd. Daar bidden we met en voor hen. En voor de partner van de één, die Cherson wist te ontvluchten en nu in Odessa is. ‘Is dat niet onveiliger?,’ vragen wij. ‘Daar ben je vrij!’ is hun reactie. We leven mee als we horen dat sommige ven hun leeftijdsgenoten hun vlucht als een vorm van verraad beschouwen. We wachten met hen op het felbegeerde BSN-nummer, waarna ze mogen werken. Want daarom zijn ze hier: om veiligheid te vinden en om geld verdienen voor thuis, waar bijna iedereen plots zonder inkomen zit. En de toekomst? Daar praten we nog nauwelijks over. We leven met hen in het hier en nu. En we hopen dat er op deze manier wat licht mag schijnen in hun leven.

Cees Griffioen woont in Amersfoort en werkt bij de christelijke studentenorganisatie IFES. Daarnaast heeft hij een praktijk voor massage, supervisie en coaching.

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 22 juli 2022