Nog even dit

Door Alain Verheij

Voordat ik vrij neem moet ik nog even dit regelen, denk je, en voordat ik de deur achter me sluit moet ik écht niet vergeten dat te doen. Maar al die ditjes en datjes kunnen te veel worden.

Vlak na Pinksteren schreef ik op deze site dat dit de weken zijn waarin je nog heel even knalt, nog even dubbel zo hard werkt. Als je nu zorgt dat je zaakjes op orde zijn, heb je straks een rustige vakantie. Dat is tenminste het voornemen. Maar terwijl ik dit schrijf, zit een van mijn huisgenoten een dagje oververmoeid thuis. Je kunt namelijk ook te veel hooi op je vork nemen, en daar is deze periode vlak voor de vakantie een gevaarlijk geschikt moment voor.

Laten hangen

Het werk van de eerste twee mensen, Adam en Eva, bestond voornamelijk uit het plukken van vruchten uit een prachtige tuin die voor hen was gemaakt. Geen zwaar bestaan. En toch: als je elke keer nog éven die druif in je mand gooit, nog éven dat stuk onkruid verwijdert, wordt het alsnog iets te druk. (Tenzij er geen onkruid was in Eden, maar hee, er waren ook slangen.) Daarom gaf God de mens toch maar een eenvoudige doch duidelijke grens mee: ‘Je mag hier doen wat je wilt, maar de vrucht van één boom moet je laten hangen.’

Dat was een goede oefening, want ‘laten hangen’ is makkelijker gezegd dan gedaan. Mensen zijn nu eenmaal geneigd om te hamsteren. Er hangen overal plukrijpe vruchten, en we willen ze hebben. Voor de vakantie nog even drie extra offertes de deur uit. Op je laatste werkdag nog een opdracht in je agenda persen die er niet in had gemoeten. Intussen alle zonuren zo veel mogelijk benutten, want je hebt ook nog een sociaal leven – en in de lente is het bezoeken van concerten ook nog wel een leuk idee. Maar op enig moment merk je: pluk te veel vruchten van het goede leven, en de hele boel gaat gisten.

Stinkende wormen

Dat was de strekking van een bijzondere wet die het volk van Mozes in de woestijn kreeg, in Exodus 16. Op alle zes de werkdagen mochten ze ’s ochtends manna rapen, het wondergoedje waarvan ze later op die dag smakelijke koeken en andere gerechten konden bakken. Maar ze mochten nooit meer rapen dan ze nodig hadden. Deden ze dat wel, dan vonden ze het overschot de dag erna vol met stinkende wormen (vers 20). En de meesten kónden ook niet meer rapen dan ze nodig hadden, want het manna smolt in de loop van de dag automatisch weg. Morgen is er weer een dag, met nieuw manna en verse energie om wat te verzamelen.

De les van het beperkt beschikbare manna is dat het goed is om grenzen te hanteren. Ook in deze periode vlak voor de vakantie, waarin er allerlei loshangende eindjes zijn qua werk, hobby’s en sociaal leven. Moet je er echt alles uithalen wat erin zit, of kun je ook wat laten liggen? Dat laatste is het beste. Dat heeft volgens mij drie redenen.

Voorzichtig met jezelf

De eerste is dat we voorzichtig moeten zijn met onszelf. Dat laatste taakje kan net de druppel zijn die de emmer laat overlopen – en dan heb je meer dan een vakantie nodig om van overspannenheid te herstellen.

De tweede is dat de aarde niet onuitputtelijk is. ‘The world has enough for everyone’s needs, but not everyone’s greed’, zei Gandhi ooit. Leven van genoeg is een Bijbelse wijsheid die in de huidige ecologische crisis opnieuw relevant wordt.

De derde reden is dat die ene vrucht die jij laat hangen, misschien eigenlijk voor een ander bedoeld is (Leviticus 19:9). Voor een voorbijganger die zelf niet genoeg heeft, voor een volgende generatie die het harder nodig heeft dan jij – of voor jouzelf, als je straks na de vakantie fris en fruitig met je lege mandje terug de tuin van het drukke leven ingaat.

Alain Verheij
Schrijvend, sprekend en twitterend theoloog en lid van het Theologisch Elftal van Trouw

Dit bericht is geplaatst op vrijdag 24 juni 2022