NBV21: hoe vroom moet een vertaling zijn?

Dick Wursten

Met Andere Woorden 40/2

Toen de NBV in 2004 verscheen, heb ik mee de schouders eronder gezet om hieraan ook in Vlaanderen ruchtbaarheid te geven. De NBV verdiende dat in mijn ogen. De NBV was een interessante en eerbare poging om op een wetenschappelijk verantwoorde manier een vertaling te maken van dat vreemde, fascinerende conglomeraat van oude geschriften, dat wij de Bijbel noemen. De vertaalprincipes waren in de aanloop ernaartoe helder uiteengezet, en middels ‘Werk in uitvoering’ konden we het proces op de voet volgen.

Dat was een spannende tijd. De slogan ‘brontekstgetrouw en doeltaalgericht’ was mij uit het hart gegrepen (ja: het woord ‘hart’ mag ook hier blijven staan). Ook Luther zou het project hebben toegejuicht, zeker weten. Wat mij erg aansprak, was dat de NBV geen semiplechtig bijbeltaaltje produceerde, maar elk vogeltje liet zingen zoals het gebekt is. Niet simpel, want ook dit moest consequent en controleerbaar gebeuren (je bent wetenschappelijk, of niet).

Versterking van de intrinsieke kwaliteit

Achteraf bleek al snel dat consistentie in het toepassen van de eigen basisregels niet het sterkste punt van de NBV was, zeker niet als je het bijbel-breed bekeek. De revisie betekent dan ook voor een niet gering deel dat de NBV zichzelf op dit punt corrigeert. Aan de vertaalprincipes zelf is niet getornd, ze zijn alleen consequenter toegepast. Daarbij valt wel op dat men een minder rigide houding heeft aangenomen als het gaat over het behoud van Hebreeuws/Grieks idioom. Als het de betekenis niet stoort, hoeft een taalkenmerk niet meer per se wegvertaald te worden. Mooi, dat geeft karakter aan de tekst. Ook is er in de NBV21 een grotere gevoeligheid aan de dag gelegd voor functionele concordantie als stijlkenmerk, niet alleen binnen een tekstgedeelte of een bijbelboek, maar door de hele Bijbel heen. De vele en verschillende bijbelboeken vormen immers – samen gelezen – een nieuw geheel, een tekst met een eigen textuur, die nieuwe betekenissen genereert. Het is precies dit feit dat aan Gods stem zoals die in de Bijbel klinkt dat polyfone karakter geeft, inclusief tonale verschuivingen, en dissonanten. Kort gezegd: De intrinsieke kwaliteit van de NBV komt in de NBV21 sterker aan het licht dan in het origineel. Een ander punt is dat men blijkbaar beseft heeft dat het niet goed is om in een vertaling van een lastig vers ook meteen al te willen meegeven wat er bedoeld wordt (preciezer: wat de vertaler denkt dat er bedoeld wordt). Zie bij wijze van voorbeeld Marcus 10:15.

NBV

Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.

NBV21

Ik verzeker jullie: wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, zal er zeker niet binnengaan.

Ik denk dat deze zelfcorrectie broodnodig was voor de NBV, en ik hoop dat de NBV21 hier inderdaad stevig heeft gesnoeid. Een ‘tekst die werkt’ hoeft echt niet meteen begrepen te worden. De lezer moet ook een inspanning doen. Hoe zou hij anders ooit iets kunnen leren? Ja, ik wil nog wel een stapje verder gaan: het moet mogelijk zijn dat de lezer gewoon niet begrijpt wat er staat. Niet elk tekstgedeelte is even helder. En het was me nogal een andere wereld waarin de profeten en apostelen leefden. Die begrijp je niet zomaar, die maak je je niet zomaar eigen. Sterker nog: die moet je je misschien niet eigen maken (in de zin van: proberen te herformuleren binnen categorieën die je al kent), want dan is niet alleen de charme eraf, maar is ook de kans verkeken dat je echt iets nieuws hoort. Het ‘anders-zijn’ zit ook en juist in de taal, in de structuur en in het idioom. Zonder een basiskennis van het bijbels abc zal het niet gaan. Het enthousiasme over de vertaling van sarx (zo’n woord waarin het hele Griekse wereldbeeld zit) met woordgroepen rond ‘aards’ deel ik dan ook niet. Hier wordt geen probleem opgelost (hoe zou dat kunnen!), maar naar een andere woordgroep verplaatst. Tot de niet weg te vertalen tekstkenmerken hoort ook de wereldvisie die in de taal zelf is ingebakken. Bij oude teksten zullen we dus altijd hulp nodig hebben van specialisten. Maar – niet onbelangrijk om de zaken helder te houden – hun uitleg kan het beste uit de vertaling zelf worden geweerd.

Omgang met schokkende teksten

Dit brengt mij op een ander punt: bij de revisie heeft men, zo lees ik overal, bijzonder veel belang gehecht aan de ‘feedback’ van de lezers. Ik vermoed dat dat in grote meerderheid gelovige lezers zullen zijn geweest. Dat is mooi. Elke stem telt, en het kan nooit kwaad te weten waar gevoeligheden liggen. Maar het kan toch niet zo zijn dat door dit soort feedback ernstige vertaalkeuzes al dan niet opnieuw ter discussie worden gesteld. Daar komt nog bij dat degenen die hun stem verheffen, altijd degenen zijn die het met iets niet eens zijn. Dus is deze feedback op z’n minst eenzijdig te noemen. Ik denk hierbij aan zaken zoals de eerbiedskapitaal of vertaalkeuzes die ongewenste theologische gevolgen hebben. Veel gelovigen zien graag hun eigen godsbeeld bevestigd door de Bijbel. Dit heeft op de vertaalcommissie gewogen, ook als ze zeggen dat het hun vertaalkeuzes uiteindelijk niet heeft bepaald. Het opvallendste voorbeeld is in dit blad reeds uitgebreid behandeld: de vertaling van de dreigzin bij het tweede gebod. Het gaat mij niet om de vertaaloptie die men uiteindelijk gekozen heeft, maar om het verschijnsel zelf dát er druk is uitgeoefend op professionele vertalers om een schokkende zin uit de NBV wat te verzachten. Voor het geval u niet direct paraat hebt waarover het gaat: in de NBV staat dat God ‘de kinderen laat boeten voor de schuld van hun ouders’ als zij andere goden hebben aanbeden. ‘Zo zit God toch niet in elkaar’, ‘Hij zal nooit kinderen laten opdraaien voor wat hun ouders hebben gedaan’, wisten sommige gelovigen zeker. Ook de begeleidingscommissie meende dat de notie van ‘onvermijdelijkheid’ hier niet op haar plaats is: ‘Er is immers bij God altijd de mogelijkheid van ommekeer.’ Dat mag men geloven, maar dat is geen argument dat een vertaalkeuze mag beïnvloeden. Ik vrees dat het dat wel heeft gedaan.

ID: block_615ec4ebce8b2

Zie Van Dorp, 11, waar de feedback met dit soort kritiek wordt samengevat onder het kopje ‘pastorale invalshoek’.

ID: block_615ec51dce8b3

Zie Van Dorp, 17 en ‘De NBV was goed, de NBV21 is beter. Een interview met begeleidingscommissielid Eric Peels’ in: Met Andere Woorden 39/2 (2020), 53-54.

De kans is nu dan ook groot dat u – als u straks het tweede gebod leest in de NBV21 – helemaal niet meer doorhebt dat hier een jaloerse of een na-ijverige God aan het woord is (dat emotionele adjectief was door de NBV in 2004 al wegvertaald). Toch is dat onmiskenbaar een eigenschap van de God die in dit bijbelboek door de tekst heen zichtbaar wordt. In andere bijbelboeken kan Hij anders zijn, zeker, maar in dit deel van de bijbelse geschriften accepteert God absoluut niet dat zijn mensen Hem inwisselbaar achten of negeren. Doen ze dat toch, dan ontbrandt Hij in toorn (of kookt Hij van woede als u dat liever leest) en haalt Hij uit, fors en met collateral damage. Lees Exodus, Rechters en de boeken Samuel nog maar eens. Zonder historisch besef kun je oude boeken (ook de heilige boeken) niet goed lezen. Ook Gottes Sein ist im Werden.

ID: block_615ec582ce8b4

‘Jaloers’ is ook geen bevredigende vertaling van ‘qanna’, maar redt wel de hartstochtelijke grondtoon. De NBV parafraseerde: ‘Ik duld geen andere goden naast mij.’ In de NBV21 is dat geworden: ‘Ik duld geen ontrouw.

Vroeger schrok ik trouwens elke zondag weer wakker als die zin uit de tien geboden werd voorgelezen. Ik vond hem inderdaad schokkend. En daarom liet ze me niet los, die gedachte dat er een onvermijdelijk, zelfs oorzakelijk verband zou kunnen bestaan tussen het wangedrag van één generatie en het leed dat volgende generaties zou moeten ondergaan. Vandaag zeg ik: dat primitieve aanvoelen van de werkelijkheid was zo gek nog niet. Het klinkt zelfs bijzonder adequaat. Denk aan de opwarming van de aarde. Verontrustende zinnen uit de Bijbel zetten mij vaak het meest aan het denken. (Waarom moet ik nu opeens weer aan Luther denken?) Juist omdat ze niet direct te vatten zijn, doen ze een appel op de lezer/hoorder. Ze spreken aan op een dieper niveau dan enkel het begrip. God gaat dan ook ons begrip te boven. Gelukkig maar, want dan kan ik in zijn boek misschien ook eens iets anders horen dan in menig – goedbedoelend – theologenhart is opgeklommen.


Dr. D. Wursten is als theoloog en historicus actief op het grensvlak van religie en cultuur. Hij ijvert voor een herwaardering van cultuur (m.n. muziek en poëzie) bij de bediening van het Woord.


Lees meer artikelen uit Met Andere Woorden jaargang 40

Bronvermelding

Dick Wursten, ‘NBV21: hoe vroom moet een vertaling zijn?’ in: Met Andere Woorden 40/2 (oktober 2021), 56-61.

Noot van de redactie

Voor het revisieteam en de begeleidingscommissie was lezerskritiek op Exodus 20:5 in de NBV een reden om grondig naar deze tekst te kijken. Maar die kritiek heeft geen invloed gehad op de vertaalkeuze in de NBV21. De kwestie wordt volledig uit de doeken gedaan in het genoemde artikel van Jaap van Dorp in Met Andere woorden 38/1 (2019), 6-22.