Na ons de zondvloed?

Door Peter Siebe

Wat een zomer… Zware overstromingen in Limburg, België en Duitsland. Hitterecords op Sicilië en in Griekenland. Verwoestende bosbranden daar en in Turkije, Noord-Afrika en Californië, en zelfs in Siberië en Canada. En daarbovenop een rapport over de klimaatcrisis om wakker van te liggen. Waar haal je dan de moed vandaan om hoopvol en in vertrouwen te leven?

Je kunt er somber van worden. Vandaag begint de Periode van de Schepping (1 september – 4 oktober). Kerken worden uitgenodigd om in deze weken aandacht te geven aan de zorgzame omgang met natuur en milieu. Maar veel kerken laten het aan zich voorbijgaan. Ja, er zijn inmiddels meer dan 300 ‘groene kerken’, maar dat hadden er toch al lang 3000 kunnen zijn? Daar word ik ook al niet vrolijker van. Dringt het wel door, vraag ik me dan af, dat als onze uitstoot van broeikasgassen niet drastisch omlaaggaat, de zeespiegel een of zelfs twee meter zal stijgen in deze eeuw? En nog veel meer in de eeuw daarna? Gelovige mensen hoor ik in dat verband dan wel eens zeggen: ‘Maar God houdt alles in de hand, dus het zal wel goed komen.’

Dat is mij te makkelijk. Maar wat helpt me dan wel?

Moet en moed

Allereerst helpt mij wat ik in Genesis 9: 8-11 lees. Het is één van de teksten uit ons groene leesplan, (misschien iets om de komende maand te gaan volgen?). Daar, na de zondvloed, sluit God een verbond met de mensen en de dieren. Hij belooft nooit weer alles wat leeft door een watervloed uit te roeien. Dat roept mij als mens op tot actie. Want God heeft iets beloofd in dit verbond, maar een verbond heeft twee partijen dus dat vraagt ook iets van de andere partij. Wat stelt de mensheid tegenover die belofte van God? Ik kom er niet omheen: de mensheid collectief, maar ook ik als mens persoonlijk, ik moet kiezen: beloof ik van mijn kant te doen wat ik kan om een nieuwe zondvloed – een klimaatontwrichting met alle chaos, rampen en vluchtelingenstromen van dien – te voorkomen? Dat is een spannende keuze. Want als ik dat beloof, moet ik af van mijn energieverslaving en neiging tot consumentistisch gedrag. Nee, bekeringen zijn nooit gemakkelijk. De Bijbel weet ervan.

Ik weet niet of het je opviel, maar ik gebruikte al twee keer het woord ‘moeten’. En daar word ik dan weer moe van, van alles wat niet meer mag en van alles wat moet. En trouwens, al zou ik mijn levensstijl drastisch omgooien, wat maakt het uit op wereldschaal? Als buren, familie, vrienden, kerkgenoten – bijvoorbeeld – hun derde auto aanschaffen, soms om plausibele redenen, of hun jaarlijkse vliegvakantie nu na corona alsnog inhalen?

Wat helpt, als ik moe en moedeloos ben? Hoe kom ik aan moed?

Vreugde

De zondag nadat het sombere IPCC-rapport over klimaat verscheen, was ik te gast in een dorpskerkje. Daar werd ik verrast. Er werd gelezen uit Prediker 9:7-9: ‘Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.’

Wat nou? Draait het dus toch weer om ongebreideld genieten, erop los consumeren, want morgen sterf je? Toch niet, zei de voorganger. Zulk genieten – graaien, hebzuchtig naar je toehalen – zei hij, is een vorm van vluchten. Een vlucht voor de onrust in je hart en je ziel. Een vlucht voor leed, pijn, kwetsbaarheid en andere ongemakkelijke waarheden. Het genieten dat Prediker hier bedoelt is geen vluchten, maar ontvangen. Leven met open handen. Dankbaar aannemen wat je krijgt.

Op stress – ook klimaatstress – kunnen we reageren op drie manieren: vechten, vluchten of verlammen. Alle drie hebben ze te maken met angst. En waar angst heerst, is liefde afwezig. Deze preek in dat dorpskerkje liet me zien dat er een vierde en betere manier is om op mijn klimaatstress te reageren: liefde, of beter: verbondenheid, want dat begint met een ‘v’. Verbondenheid met mezelf, met mijn medemensen, met de natuur, waardoor ik uit het domein van de angst kom. Verbondenheid die me helpt om af te kicken van mijn verslavingen. Verbondenheid vanbinnen met God, die mij het bestaan gaf. De hervormde theoloog A.A. van Ruler verwoordde dat in zijn boek De dood wordt overwonnen: ‘Waarom is de mens er? Hij is er, om er te zijn. Als Gods beeld, dat Hem behaagt. Onze bestemming ligt in ons menszijn; kras gezegd: niet in de liefde, maar in de vreugde, waarin wij ons verheugen, over alles, ook over onszelf.’

Vechten, vluchten of verlammen bij klimaatstress? Doe mij maar verbondenheid. Beter voor mij én voor het klimaat. Want een beter milieu begint bij wat je gelooft.

Peter Siebe
Persvoorlichter en eindredacteur bij het NBG. Ook is hij betrokken bij de Groene Kerken.

Dit bericht is geplaatst op woensdag 1 september 2021