Met Jezus aan tafel

Matthijs de Jong

Met Andere Woorden 41/online

De maaltijd speelt in het Evangelie volgens Lucas een grote rol. Nergens wordt Jezus zo vaak uitgenodigd voor de maaltijd als in Lucas. Er gebeurt ook van alles aan tafel, als Jezus aanschuift bij tollenaars of juist bij farizeeën. Er worden dingen rechtgezet en heel gemaakt aan tafel, en datgene waarvoor Jezus gekomen is – om te redden wat verloren is – lijkt vooral aan tafel te gebeuren in Jezus’ woorden en daden.

Webinar
Deze blog hoort bij het webinar De betekenis van Jezus’ dood in Lucas. Lucas 22 tegen de achtergrond van de exodus-bevrijding dat plaatsvond op 7 maart 2022. Het webinar is hier terug te kijken. Het bijbehorende document met vertaalaantekeningen en andere informatie over Lucas 22 is hier te vinden.

Mirjam van der Vorm-Croughs gaf op 12 februari 2022 een webinar over Exodus 12: bevrijd en op weg.

Nieuwe webinarserie over Ruth
Tussen 9 mei en 13 juni 2022 organiseert het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap een wekelijks online webinar voor voorgangers en theologen met als thema Met Ruth op weg naar Pinksteren. Deelname is gratis. Lees hier meer over deze webinarserie. U kunt u hier aanmelden.

Maaltijd en feestmaal in Lucas

Terugkeer van de verloren zoon, door Rembrandt van Rijn.

Maaltijdscenes vinden we in Lucas 5:29-32, 7:36-50, 11:37-54, 14:1-24, 22:14-20 en 24:29-31. In enkele van die scenes volgt na de maaltijd een uitvoerig tafelgesprek, waarin Jezus onderwijst en daarbij niet zelden ook weer het beeld van een maaltijd of feestmaal gebruikt om te vertellen over het koninkrijk van God. Vaker dan in de andere evangeliën komen we in Lucas woorden van Jezus tegen die betrekking hebben op de maaltijd of vooruitwijzen naar het feestmaal in het koninkrijk (Lucas 12:37, 13:29, 14:7-24, 15:23-32, 16:19-20, 17:7-8, 20:46, 22:27, 22:30, 24:41).

ID: block_6243246f03425
NBV21, Lucas 5:29-32

29Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor Hem aan, waarbij een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanlagen. 30De farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ 31Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; 32Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot inkeer op te roepen, maar zondaars.’

ID: block_6243248b03426
NBV21, Lucas 7:36-50

36Een van de farizeeën nodigde Hem uit om te komen eten, en toen Hij het huis van de farizeeër was binnengegaan, ging Hij aanliggen voor de maaltijd. 37Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares had gehoord dat Hij bij de farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar het huis met een albasten flesje met geurige olie. 38Ze ging achter Jezus staan, aan zijn voeteneinde; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze en zalfde ze met de olie. 39Toen de farizeeër die Hem had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als Hij een profeet was, zou Hij weten wie de vrouw is die Hem aanraakt, dat ze een zondares is. 40Maar Jezus zei tegen hem: ‘Simon, Ik heb je iets te zeggen.’ ‘Meester, spreek!’ zei hij. 41‘Er was eens een geldschieter die twee schuldenaars had: de een was hem vijfhonderd denarie schuldig, de ander vijftig. 42Omdat ze het geld niet konden terugbetalen, schold hij beiden hun schuld kwijt. Wie van de twee zal hem de meeste liefde betonen?’ 43Simon antwoordde: ‘Ik veronderstel degene aan wie hij het grootste bedrag heeft kwijtgescholden.’ Hij zei tegen hem: ‘Dat is juist geoordeeld.’ 44Toen draaide Hij zich om naar de vrouw en vroeg aan Simon: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben in jouw huis te gast, en je hebt Me geen water voor mijn voeten gegeven; maar zij heeft met haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. 45Jij hebt Me niet begroet met een kus; maar zij heeft, sinds Ik hier binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten gekust. 46Jij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd; maar zij heeft met geurige olie mijn voeten gezalfd. 47Daarom zeg Ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.’ 48Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 49De andere gasten dachten bij zichzelf: Wie is Hij, dat Hij zelfs zonden vergeeft? 50Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’

ID: block_624324a003427
NBV21, Lucas 11:37-54

37Toen Hij uitgesproken was, nodigde een farizeeër Hem uit voor de maaltijd. Eenmaal binnen ging Hij meteen aanliggen. 38Toen de farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat Hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. 39Maar de Heer zei tegen hem: ‘Ach jullie farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. 40Dwazen, heeft Hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt? 41Geef liever de inhoud van beker en schotel als gift aan de armen, dan is niets meer onrein voor jullie! 42Maar wee jullie farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. 43Wee jullie farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en willen eerbiedig begroet worden op het marktplein. 44Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven, waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.’

45Daarop zei een wetgeleerde tegen Hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt U ook ons.’ 46Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. 47Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. 48Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! 49Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” 50Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, 51van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het altaar en het heiligdom. Ja, Ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! 52Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53Toen Hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, 54in een slinkse poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.

ID: block_624324bb03428
NBV21, Lucas 14:1-24

1Toen Hij op sabbat in het huis van een vooraanstaande farizeeër was, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, werd Hij scherp in het oog gehouden. 2Er was daar iemand met waterzucht. 3Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ 4Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. 5En tegen de farizeeën en wetgeleerden zei Hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ 6Ook daarop hadden ze geen antwoord.

7Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Vriend, kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aanligt. 11Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

12Tegen degene die Hem had uitgenodigd, zei Hij: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren. Want zij zullen op hun beurt u uitnodigen, en zo doen zij iets voor u terug. 13Wanneer u een feestmaal geeft, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14Dan zult u gelukkig zijn, juist omdat zij niets kunnen terugdoen. Want u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

15Een van de andere gasten, die dit hoorde, zei tegen Hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16Daarop zei Jezus: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17Toen de dag van het feestmaal gekomen was, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles staat klaar.” 18Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 19En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 20Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en haal iedereen binnen, want mijn huis moet vol. 24Ik zeg jullie: niemand van de genodigden zal van mijn feestmaal proeven.”’

ID: block_624324d103429
NBV21, Lucas 22:14-20

14Toen het tijd was, ging Hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. 15Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16Want Ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.’ 17Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18Want Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 19En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.

ID: block_624324eb0342a
NBV21, Lucas 24:29-31

29Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging met hen mee en bleef bij hen. 30Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik.

ID: block_6243250d0342b
NBV21, Lucas 12:37

37Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen voor de maaltijd nodigen en hen bedienen.

ID: block_624325250342c
NBV21, Lucas 13:29

29Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van God.

ID: block_6243253c0342d
NBV21, Lucas 14:7-24

7Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Vriend, kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aanligt. 11Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’

12Tegen degene die Hem had uitgenodigd, zei Hij: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren. Want zij zullen op hun beurt u uitnodigen, en zo doen zij iets voor u terug. 13Wanneer u een feestmaal geeft, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14Dan zult u gelukkig zijn, juist omdat zij niets kunnen terugdoen. Want u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

15Een van de andere gasten, die dit hoorde, zei tegen Hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16Daarop zei Jezus: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17Toen de dag van het feestmaal gekomen was, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles staat klaar.” 18Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 19En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 20Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en haal iedereen binnen, want mijn huis moet vol. 24Ik zeg jullie: niemand van de genodigden zal van mijn feestmaal proeven.”’

ID: block_624325570342e
NBV21, Lucas 15:23-32

23Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

25De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. 29Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32We kunnen toch alleen maar feestvieren en blij zijn? Want je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”’

ID: block_6243256d0342f
NBV21, Lucas 16:19-20

19Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren.

ID: block_6243258003430
NBV21, Lucas 17:7-8

7Als iemand van jullie een knecht heeft die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Kom aanliggen en eet mee”? 8Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”?

ID: block_6243259303431
NBV21, Lucas 20:46

46‘Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden:

ID: block_624325aa03432
NBV21, Lucas 22:27

27Want wie is belangrijker: degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient.

ID: block_624325c503433
NBV21, Lucas 22:30

30jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

ID: block_624325d703434
NBV21, Lucas 24:41

41Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’

De rol van het feestmaal in Lucas gaat verder dan je wellicht denkt. Neem de gelijkenis van de verloren zoon (Lucas 15:11-32). We zijn waarschijnlijk geneigd om het moment dat de vader zijn zoon weer in de armen sluit als het hoogtepunt van het verhaal te beschouwen. Maar Jezus legt juist alle nadruk op wat er daarna gebeurt: het feestmaal om de terugkeer van de verloren zoon te vieren (15:23-32).

ID: block_6244158f6677d
NBV21, Lucas 15:23-32

23Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

25De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. 29Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32We kunnen toch alleen maar feestvieren en blij zijn? Want je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”’

Of denk aan de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16:19-31). De rijke man viert feest; hij doet zich tegoed aan tafel, en Lazarus krijgt nog niet eens wat er van zijn tafel overschiet. Na hun dood zijn de rollen omgekeerd. Lazarus wordt door de engelen meegevoerd eis ton kolpon Abraam. De traditionele vertaling ‘in de schoot van Abraham’ roept bij ons vandaag wellicht een beeld op van Lazarus die als een klein kind bij Abraham op schoot zit. In werkelijkheid verwijst deze terminologie naar een feestmaal waarbij Lazarus naast Abraham aanligt, zodat zijn hoofd ‘rust’ aan Abrahams borst. De maaltijd speelt bij Lucas een centrale rol en wijst vooruit naar het ultieme feestmaal in het koninkrijk van God.

Fragment van een miniatuur over de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus in de elfde-eeuwse Codex Aureus Epternacensis, fol. 78r, vervaardigd in de Abdij van Echternach.

ID: block_624416016677e
NBV21, Lucas 16:19-31

19Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dopen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’

ID: block_6243265103435

Zoals in het Evangelie volgens Johannes de geliefde leerling naast Jezus aanligt (Johannes 13:23).

Ook in het lijdensverhaal is Lucas trouw aan zijn stijl van vertellen. Jezus’ lijden, sterven en opstanding is ingebed tussen twee maaltijdscenes die naar elkaar verwijzen: de Pesachmaaltijd die Jezus met zijn leerlingen viert (Lucas 22) en de maaltijd met de Emmaüsgangers (Lucas 24). Daar zullen we nu nader naar kijken.

De laatste maaltijd voorafgaand aan Jezus’ dood

Alle vier de evangelisten vertellen over Jezus’ laatste maaltijd met zijn leerlingen. Bij Matteüs, Marcus en Lucas valt dit samen met de pesachmaaltijd. In deze drie evangeliën (en ook in 1 Korintiërs 11:23-26) staat centraal hoe Jezus het brood deelt en de beker laat rondgaan, daarbij verwijst naar zijn dood en de heilbrengende betekenis daarvan, en zijn leerlingen opdraagt dit – tot zijn gedachtenis – te blijven doen.

Het laatste avondmaal door Leonardo da Vinci (1452-1519).

Deze vier teksten (Marcus 14:22-24, Matteüs 26:26-28, Lucas 22:15-20 en 1 Korintiërs 11:23b-25) weerspiegelen een gezamenlijke, zeer oude, traditie.

ID: block_62441b406677f

Die gezamenlijke traditie is het duidelijkst traceerbaar m.b.t. het brood: ‘Jezus nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het en zei: dit is mijn lichaam’ Bij de beker zien we in al vier de teksten steeds dezelfde trefwoorden: ‘de beker’, ‘het verbond’ en het ‘bloed’. Daar komt bij dat in alle vier de teksten het woordje ‘voor’ (Grieks huper) wordt gebruikt verwijzend naar de heilbrengende betekenis van Jezus’ dood voor zijn leerlingen. In Marcus en Matteüs staat dit ‘voor’ bij het bloed: ‘voor velen vergoten’; in 1 Korintiërs staat het bij het brood: ‘dit is mijn lichaam voor jullie’. In Lucas staat het bij allebei. Deze gedeelde basis is de kern van de avondmaalstraditie in het Nieuwe Testament.

Matteüs 26

26Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.27En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, 28dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. 29Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

Marcus 14

22Terwijl ze aten, nam Hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.23En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. 24Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. 25Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’

Lucas 22

15Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16Want Ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.’ 17Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18Want Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 19En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.

1 Korintiërs 11

23(…) In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam Hij een brood,24sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 25Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om Mij te gedenken.’ 26Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.

Bij Lucas zie we een aantal eigen accenten. In de eerste plaats bouwt hij voort op Marcus én op Paulus. Lucas 22:17-18 verbindt Marcus 14:23 met 14:25. Daarnaast volgt hij Paulus als bron: Lucas 22:19-20 volgt 1 Korintiërs 11:23b-25. Dat verklaart ook waarom er in de tekst van Lucas tweemaal sprake is van ‘de beker’.

ID: block_62441bbb66780

Voor een nadere bespreking van Lucas 22:15-20 in relatie tot de andere avondmaalspassages in het Nieuwe Testament, zie het webinar over Lucas 22.

Maar Lucas doet het op een kunstige manier. Veel duidelijker dan bij Matteüs en Marcus wordt in zijn verhaal door Jezus gemarkeerd dat het een pesachmaaltijd is (22:15-16). Terwijl dit pesachmaal verwijst naar Jezus’ lijden, kijkt Jezus vooruit naar de vervulling van Pesach in het koninkrijk (22:16). Als de beker wijn rondgaat, wijst Jezus opnieuw vooruit. Pas in het koninkrijk zal Hij weer met de leerlingen wijn drinken (22:17-18).

Tijdens het eten neemt Jezus dan een brood, spreekt het dankgebed uit, deelt het uit en zegt: ‘Dit is mijn lichaam …’ (22:19). Daarna noemt Jezus opnieuw de beker (22:20), maar nu fungeert die anders. Deze (tweede) beker lijkt niet rond te gaan, maar wordt uitgegoten. Dat was in die tijd een standaard ritueel bij het feestmaal. Daarmee werd de maaltijd beëindigd en begon het zogeheten ‘symposion’, de nazit. Ook in Lucas 22 volgt er een uitgebreid tafelgesprek (22:21-38).

ID: block_62441c4066781
NBV21, Lucas 22:21-38

21Maar weet wel dat degene die Mij zal uitleveren samen met Mij aan deze tafel aanligt. 22Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor Hem bepaald is, maar wee de mens die Hem zal uitleveren.’ 23Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen.

24Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 25Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. 27Want wie is belangrijker: degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient.

28Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij Mij gebleven. 29Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader Mij voor het koningschap bestemd heeft: 30jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

31Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. 32Maar Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ 33Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met U de gevangenis in te gaan en te sterven.’ 34Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je Mij kent.’

35Daarna zei Hij tegen hen: ‘Toen Ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. 36Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. 37Want Ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in Mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over Mij gezegd is.’ 38Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’

Het zal je niet verbazen dat Jezus in dit tafelgesprek ook weer een paar keer verwijst naar een maaltijd. Zo in 22:27, waar het gaat over heersen versus dienen:

Want wie is belangrijker: degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient.

En opnieuw in 22:29-30 over de toekomst in het koninkrijk:

Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

Waar komt dit idee van het feestmaal als hét symbool van Gods koninkrijk vandaan? Daarvoor moeten we kijken naar Jesaja 25:6-8. Dit is, binnen het Oude Testament, de meest uitgesproken tekst over het eschatologische feestmaal:

NBV21, Jesaja 25:6-8

6Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten

voor alle volken een feestmaal aan:

uitgelezen gerechten en belegen wijnen,

een feestmaal rijk aan merg en vet,

met pure, rijpe wijnen.

7Op deze berg vernietigt Hij de sluier

waarmee alle volken omhuld zijn,

het kleed dat alle volken bedekt.

8Voor altijd doet Hij de dood teniet.

God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,

de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg

– de HEER heeft gesproken.

Dit visioen vormt de achtergrond van alles wat Lucas vertelt over maaltijden waaraan Jezus deelneemt en het ultieme feestmaal in het koninkrijk waarover Jezus zo vaak spreekt in dit evangelie.  Aan de ene kant maakt het evangelie duidelijk dat deze profetie met het optreden van Jezus werkelijkheid werd. De redding voltrekt zich aan tafel, in de ontmoeting en de gemeenschap met Jezus. Maar het is als het ware een voorproefje van wat komen gaat. Het ultieme feestmaal in het koninkrijk.

Ook Lucas 22:15-20 verwijst naar beide aspecten. Nu al gebeurt er iets, in het ritueel van brood en wijn, wie daaraan deelneemt krijgt deel in de redding. En tegelijk wijst het vooruit, naar het volkomen en volmaakte feestmaal.

Feestmaal van de rechtvaardigen in de Ambrosiaanse Bijbel, een Hebreeuwse bijbel uit de dertiende eeuw. De rechtvaardigen zijn afgebeeld met dierenhoofden en verbeelden een hoofse, aristocratische maaltijd, waarvan Joden in de middeleeuwse samenleving waren uitgesloten.
Milaan, Bibliotheca Ambrosiana, B 32 inf. fol. 136r.

De maaltijd in Emmaüs

Na zijn opstanding loopt Jezus mee op met twee van zijn leerlingen, van Jeruzalem naar Emmaüs. Hij spreekt met hen zonder dat ze Hem herkennen. Op hun uitnodiging schuift Jezus aan voor de avondmaaltijd. In het verhaal volgt dan een zin die een duidelijke echo vormt van de maaltijd uit Lucas 22:

Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.

(Lucas 24:30)

En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, (…)’

(Lucas 22:19)

Het breken en uitdelen van het brood is het moment waar het om draait. Lucas vervolgt in één adem: ‘Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik.’

Het verhaal van de Emmaüsgangers laat beeldend zien hoe Jezus aanwezig is in het breken en delen van het brood. Het vormt daarmee ook een blauwdruk voor ieder volgend samenzijn van zijn leerlingen waarbij brood en wijn worden gedeeld om Jezus te gedenken (eis tên emên anamnêsin, Lucas 22:19). Dit ‘gedenken’ is veel meer dan iemand niet vergeten, de herinnering aan iemand levend houden. Het gaat om een gedenk-ritueel dat degenen die het uitvoeren ook zelf deel laat worden van de gemeenschap van Jezus en zijn leerlingen.

Het gedeelde brood wijst naar de gemeenschap van Jezus en zijn leerlingen. Het wijst tegelijk vooruit naar het grote, eschatologische feestmaal in het koninkrijk van God. Als we het ‘avondmaal’ in de geest van Lucas vieren, zou het dus best wat vrolijker en uitbundiger mogen!


Prof. dr. Matthijs de Jong is Hoofd Vertalen bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap en hoogleraar Bijbelvertalen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


Bronvermelding

Matthijs de Jong, ‘Met Jezus aan tafel’ in: Met Andere Woorden 41/online (6 april 2022), debijbel.nl/bericht/met-jezus-aan-tafel.

Meer lezen uit Met Andere Woorden jaargang 41

Literatuur

  • François Bovon, Das Evangelium nach Lukas. Dl. 4: Lk 19,28-24,53, EKK, Neukirchen-Vluyn 2009.
  • Francis Giordano Carpinelli, ‘“Do this as My Memorial” (Luke 22:19): Lucas Soteriology of Atonement’ in: Catholic Biblical Quarterly 61 (1999), 74-91.
  • Henk Jan de Jonge, Avondmaal en symposium. Oorsprong en eerste ontwikkeling van de vroegchristelijke samenkomst (Leiden 2007).
  • Matthias Klinghardt, ‘Der vergossene Becher. Ritual und Gemeinschaft im lukanischen Mahlbericht‘ in: Early Christianity 3 (2012), 33-58.
  • Ulrich Luz, Das Evangelium nach Matthäus. Dl. 4: Mt 26-28, EKK, Neukirchen-Vluyn 2002.
  • Jindrich Mánek, ‘The New Exodus in the Books of Luke’ in: Novum Testamentum 2 (1957), 8-23.
  • Steve Reece, ‘Passover as “Passion”: A Folk Etymology in Luke 22,15’ in: Biblica 100/4 (2019), 601-610.
  • Benjamin R. Wilson, The Saving Cross of the Suffering Christ, Berlin/Boston 2016, m.n. hoofdstuk 3: The Lukan Last Supper: Text and Interpretation, 67-95.

Dit bericht is geplaatst op woensdag 6 april 2022