Inleiding: de kunst van het vertalen

Cor Hoogerwerf, Mirjam van der Vorm-Croughs en Matthijs de Jong

‘Vertalen is verraden.’ Het is een gevleugelde uitspraak, onze versie van het Italiaanse gezegde traduttore traditore: vertaler verrader. Het bekt lekker, maar er zit iets gemakzuchtigs in. Het is een dooddoener, een eersteklas cliché. Het raakt niet aan wat vertalen in wezen is, maar blijft steken aan de oppervlakte.

Natuurlijk is de perfecte vertaling een onmogelijkheid: talen sluiten niet naadloos op elkaar aan. Uitspraken die in de ene taal volkomen normaal zijn, kunnen in een andere taal iets onbegrijpelijks opleveren. Probeer maar eens het zinnetje ‘Zet jij de aardappels even laag?’ in het Engels te vertalen.

En dat is nog niet alles. Niet alleen vertalers zoeken naar de juiste woorden, dat doet elke taalgebruiker. En zoals iedereen weet: gedachten zijn vloeiend en elegant, maar woorden bonkig en weerspannig. Zie ze maar eens goed op papier te krijgen. Vertalen gaat gepaard met denkwerk, zoeken naar woorden, imperfectie én schitterende vondsten. Het ‘verraad’ dat daarbij komt kijken, is hetzelfde verraad als in alle taaluitingen in woord en op schrift. Evenmin als de perfecte vertaling bestaat het perfect vertelde verhaal, de perfect uitgedrukte gedachte, het perfect geschreven boek. Zoeken naar woorden, imperfectie én voltreffers, dat is wat al ons taalgebruik kenmerkt. In die zin is al ons taalgebruik verraad.

Bij een boek als de Bijbel is het bovendien onmogelijk om de volledige rijkdom van de tekst in een en dezelfde vertaling uit te stallen. Het idee dat je van zo’n rijke en gelaagde tekst ‘de’ vertaling zou kunnen maken, is een misvatting. Zoals synoniemen binnen een en dezelfde taal nooit exact dezelfde functie vervullen, zo drukt een vertaling nooit exact hetzelfde uit als het origineel.

Vertalen kan niet met wiskundige precisie, zo werkt taal nu eenmaal niet. Perfect wordt het nooit en er blijft altijd wel iets om over te discussiëren. Maar het heeft geen zin om dat ‘verraad’ te noemen. Het is oneindig veel interessanter om het vertaalproces op een open manier te benaderen. Om vragen te stellen als: Welke afwegingen zijn er gemaakt? Welke verschuivingen hebben er plaatsgevonden en wat leveren ze op? Zo kom je tot een afgewogen oordeel van de winst- en verliespunten van een vertaling. Zo krijg je oog voor wat een vertaling is: een nieuwe belichting van de originele tekst.

De tekst tot leven brengen

Vertalingen van de Bijbel zijn pogingen om de tekst tot leven te brengen voor een nieuw lezerspubliek. Dat doet elke vertaling op haar eigen manier, met haar eigen doel voor ogen. Hoe beter vertalers zich ervan bewust zijn waar ze met hun vertaling op uit zijn, hoe beter ze de balans van winst en verlies naar het positieve kunnen laten doorslaan.

Neem als voorbeeld het raadsel dat Simson opgeeft aan de Filistijnse mannen in Rechters 14:14. Dat raadsel verwijst naar wat hij eerder in het verhaal heeft meegemaakt. Simson heeft een leeuw die hem aanviel met blote handen in stukken gescheurd. Als hij die dode leeuw later opnieuw passeert, ziet hij hoe bijen hun intrek hebben genomen in het kadaver en eet hij honing ‘uit de leeuw’. Het raadsel dat hij hierop baseert, klinkt in het Hebreeuws als een soort rijmpje. Als je de woorden een voor een vertaalt, krijg je: ‘Uit de eter kwam het eten, uit de sterke kwam het zoete.’ Die vertaling mist echter de pit en levendigheid die in de brontekst aanwezig is. Om die te bewaren, kun je de dubbele tegenstelling krachtig onder woorden brengen, zoals in de Bijbel in Gewone Taal is gedaan:

BGT, Rechters 14:14

14Toen zei Simson tegen hen: ‘Dit is mijn raadsel: Hij was de jager, maar nu is hij de prooi. Hij was gevaarlijk, maar nu is hij zoet.’

De dertig mannen dachten drie dagen lang na over het raadsel. Maar ze wisten de oplossing niet.

Een vertaling is geen kopie van een tekst, en kan dat ook niet zijn. Het is een belichting van de originele tekst die ook zélf iets te vertellen heeft.

Vier grote vertaalprojecten

Deze kijk op vertalen typeert het werk van Jaap van Dorp bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Van 1991 tot 2021 vervulde hij de functie van vertaler en specialist op het Oude Testament. Hij werkte mee aan vier grote vertaalprojecten: de revisie van de Groot Nieuws Bijbel (1996), de Nieuwe Bijbelvertaling (2004), de Bijbel in Gewone Taal (2014) en de NBV21 (2021). In een interview beschreef hij die vier projecten als volgt:

Elke vertaalproject heeft van die typische dingen waar je rekening mee moet houden. Bij de revisie van de Groot Nieuws Bijbel moest je opletten dat je een specifiek kerkelijk of bijbels jargon gebruikte. Bij de Bijbel in Gewone Taal moesten we het doen met een heel beperkt deel van de Nederlandse woordenschat. De Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 was een literaire vertaling die in kerkdiensten goed moest functioneren. Het bijzondere bij de herziening van de NBV was dat het grote aantal opmerkingen van buitenaf zo’n rol speelde. Volgens mij is dat uniek in de bijbelvertaalwereld. Het gaat daarbij niet zozeer om het corrigeren van echte fouten – dat moet natuurlijk altijd, daarmee moet je niet wachten tot er een revisie komt. Maar het gaat vooral om het kiezen van een betere alternatief.

Welk van de vier projecten springt er voor hem uit? We citeren nogmaals uit hetzelfde interview:

Ik vind het heel bijzonder om aan zoveel vertalingen te hebben meegewerkt. Als je zoals ik opgegroeid bent met de Statenvertaling zie je goed de meerwaarde van deze nieuwere vertalingen. Wat dat betreft vind ik de Bijbel in Gewone Taal het mooiste project waaraan ik heb gewerkt. Met alle beperkingen van het Nederlands probeer je toch de kern van een tekst onder woorden te brengen, in een taal die iedereen begrijpt. Ik kon als vertaler geen mooier doel bedenken.

Niet alleen staat Jaap van Dorp aan de basis van een aantal veelgebruikte bijbelvertalingen, hij weet ook alles over de oudere vertalingen in ons taalgebied, zoals de Statenvertaling en de NBG-vertaling 1951. De achterliggende principes van de Statenvertaling, de handboeken waarop de Statenvertalers zich baseerden, de verschuivende edities van die vertaling door de eeuwen heen – Jaap vertelde erover. Hij wist, uit de archieven van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, ook alles wat zich achter de schermen van de NBG-vertaling 1951 heeft afgespeeld. Er is in ons taalgebied vermoedelijk niemand anders die zo vertrouwd is met de uiteenlopende Nederlandse bijbelvertalingen. Als directe collega’s hebben we ervan genoten en geprofiteerd, en ons soms verbaasd over zijn bescheidenheid. Als Jaap iets níet deed was het zich laten voorstaan op zijn kennis. Wat hij wel deed – naast vertalen – was schrijven. Tientallen publicaties voor Met Andere Woorden, reacties op brieven gericht aan het Bijbelgenootschap, blogs en columns. Door lezingen en cursussen in binnen- en buitenland droeg hij al die jaren het belang van goed onderbouwd én toegankelijk vertalen uit.

Het is onmogelijk om zijn verdiensten voor het bijbelwerk en het vertalen in dit korte bestek recht te doen. Door deze bundel essays aan hem op te dragen willen we hem de eer geven die hem toekomt.

Nieuwe vensters op bijbelse teksten

Deze bijdrage is gepubliceerd in het boek Vertalen is verrassen, dat gepubliceerd werd ter gelegenheid van het afscheid van Jaap van Dorp van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

De achtendertig bijdragen in deze bundel zijn geschreven door vakgenoten en collega’s ter ere van Jaaps afscheid bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. De auteurs kregen de vrije hand bij het kiezen van een onderwerp, met het verzoek om er iets in te leggen van de verrassing die je als onderzoeker, vertaler of lezer kan treffen als je opeens iets nieuws ontdekt in een tekst uit de Bijbel.

De uiteenlopende onderwerpen tonen hoe veelzijdig de Bijbel is. De eerste bijdrage gaat in op een belangrijke randvoorwaarde bij het schrijven van teksten in de oudheid: wat kostten de papyrusrollen waarop men schreef? De laatste bijdrage belicht de eerbiedstradities die voorkomen bij het overschrijven en voordragen van heilige geschriften. Alle tussenliggende teksten behandelen steeds een of meerdere bijbelgedeelten en zijn geplaatst in de volgorde van de christelijke canon zoals die in interconfessionele bijbeluitgaven te vinden is. Het geheel biedt een mooie dwarsdoorsnede van bijbelse vertaalkwesties. De onderwerpen zijn grotendeels gekozen uit de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament). Dat is ook het deel van de Bijbel waaraan Jaap van Dorp zijn werkzame leven gewijd heeft. Goed vertegenwoordigd in deze bundel zijn de boeken Genesis, Psalmen, Jesaja en Job. Verder strekt het zich uit over heel het Oude Testament, het boek Sirach, met een uitstapje naar het Nieuwe Testament.

Een breed scala aan onderwerpen komt voorbij: van zelfvervloekingen tot zaligsprekingen, bekende teksten zoals over de rechtvaardige die zal leven door zijn trouw, maar ook zeer onbekende, zoals die over koning Kemphaan. Het gaat over vriendschap, over de functie van bijbelse verhalen, over nieuwe oplossingen voor oude moeilijkheden, en over een nieuw imago voor de raaf in de ark van Noach.

Bij het vertalen van de Bijbel grijpen alle deelgebieden van de bijbelwetenschap op elkaar in: archeologie en tekstkritiek, taalkundige en literaire benaderingen, geschiedkunde en vertaalwetenschap, receptiegeschiedenis en hermeneutiek. Welke brontekst nemen we als grondslag voor de vertaling? Hebben nieuwe inzichten weerslag op de manier waarop de Bijbel wordt vertaald en begrepen? Hoe beïnvloedt de receptie van de Bijbel (inclusief alle vertalingen) de beleving ervan? Bij deze bijbelwetenschappelijke kwesties speelt er, meestal impliciet maar soms expliciet, een hermeneutische vraag mee: hoe ontsluiten we de oude teksten voor mensen van vandaag? In het licht van de veelzijdigheid en complexiteit van de Bijbel zelf en van de vele perspectieven die zich aandienen is het lastig algemene antwoorden op deze vragen te formuleren, en het is ook niet nodig. De bijdragen in deze bundel getuigen ervan dat de omgang met de Bijbel je verrijkt, je kan verrassen en onverwachte vensters op deze teksten kan openen.

Alles bij elkaar laat deze bundel zien dat we nooit klaar zullen zijn met het vertalen van de Bijbel. Niet alleen omdat onze taal en cultuur blijft veranderen, maar ook en vooral omdat er in de bijbelse teksten nog zoveel te ontdekken valt.

ID: block_62c545f5c397a

We danken Anne-Mareike Schol-Wetter en Rieuwerd Buitenwerf voor hun hulp bij het voorbereiden van deze bundel.

Vertalen is verrassen

Als we Jaap van Dorps erfenis in één zin moeten samenvatten, is het: ‘Vertalen is verrassen.’ Wie vertaalt opent deuren en vensters van een oud gebouw en nodigt lezers uit naar binnen te komen. Elke nieuwe vertaling gaat met verrassingen gepaard. Kijk in de nieuwste vertaling, de NBV21, maar eens in teksten als Exodus 20:5 (God straft niet blindelings maar roept ter verantwoording), Job 42:6 (Job doet geen boete maar is getroost) en Prediker 7:26-29 (Prediker neemt afstand van de vooroordelen over vrouwen uit zijn tijd). En afgaande op de bijdragen in deze bundel zal ook een volgende vertaling weer de nodige nieuwe inzichten met zich mee brengen.

Een mooie manier om het werk van Jaap van Dorp recht te doen en iets van hem te leren is door de uitdrukking ‘vertalen is verraden’ te herzien en voortaan te spreken van ‘vertalen is verrassen.’ De discussie blijft, nieuwe inzichten en perspectieven zullen altijd weer worden aangedragen. Maar met dit vernieuwde motto raken we het werk waar Jaap zich vele jaren vol toewijding voor heeft ingezet in de kern.

Cor Hoogerwerf, Mirjam van der Vorm-Croughs en Matthijs de Jong

Haarlem, oktober 2021

Bronvermelding

Cor Hoogerwerf, Mirjam van der Vorm-Croughs en Matthijs de Jong, ‘Inleiding: de kunst van het vertalen’ in Cor Hoogerwerf, Mirjam van der Vorm-Croughs en Matthijs de Jong (red.), Vertalen is verrassen. Nieuwe vensters op bijbelse teksten, Haarlem/Antwerpen 2022, 11-18.