‘Ik geloof het wel …’

Door Rolinka Klein Kranenburg

‘Ik geloof ‘t wel. Het maakt me niet uit, waar of niet waar. Laat maar zitten.’ Met deze onverschilligheid zal Paulus nooit gesproken hebben, vermoed ik. Maar zoals met alles wat we lezen of zeggen zit het ‘m natuurlijk in de toon waarop. Stel nou dat we de klemtoon op het laatste woord leggen: ‘Ik geloof het wél!’ Dat klinkt als een bewuste keuze, een visie, een vertrekpunt om verder te denken en te handelen. Ik geloof het wél.

Die laatste variant kon wel eens zijn wat Paulus bedoelt als hij ‘geloof’ het zevende effect van het werk van Gods Geest noemt:

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Galaten 5:22

Ik denk dat de eerste versie van de bovengenoemde uitspraak in de afgelopen corona-periode veel en vaak is gebruikt. Ik geloof het wel… als er weer een nieuwe maatregel bij kwam, een nieuwe variant van het virus, of een andere lezing van de statistieken. Ik geloof het wel… als er weer een stip op de horizon gezet werd, want dan zou alles weer mogen en kunnen. Door zo te reageren, bescherm je jezelf tegen teleurstelling en tegenslag. We zien het wel. We merken het vanzelf wel. Een bepaalde gelatenheid en hopeloosheid trok door onze samenleving. Dit contrasteerde nogal met de gedrevenheid van zorgpersoneel, vaccinmakers, onderwijsexperts en al die andere mensen die in de coronatijd kritisch en creatief, gepassioneerd en betrokken bleven werken om zoveel mogelijk diensten aan te blijven bieden, in welke aangepaste vorm dan ook. Ik geloof het wél, zeiden ze stellig. Ik geloof dat het wél kan; onderwijs online, een vaccin dat werkt en helpt, behandeling op behandeling, aanpassing op aanpassing, om maar niet het koppie te laten zakken. Want moed verloren, al verloren, en zo gaan we deze situatie nooit te boven komen. Vandaar: ik geloof het wél.

Tegendraads

Dit tegendraadse geloof, geloof tegen de klippen op, lees ik ook bij Paulus. Dan gaat het over geloof dat de wereld anders bedoeld is, niet overgeleverd aan de grillen van de mens of een virus, maar gedragen in de genade en goedheid van God. Dat zijn nogal zware woorden, dat weet ik. Ik bedoel ze als: zonder God heeft het echt geen zin. Zonder God – zonder de wenkende, uitnodigende hand die naar ons toekomt in alles wat Liefde, Goedheid, Vrede is, en de hele riedel uit Galaten 5:22 – zonder dat laten we ons koppie zakken. Dan is er werkelijk niets wat ons nog aanspoort, opwekt en naar iets laat streven. Dan is er geen verhaal naast dat van onszelf. Dan is er geen hoop naast de wanhoop, dan is er geen opstaan na het vallen.

Paulus geloofde dat, sinds het sterven en de opstanding van Christus, alle narigheid – het allerdiepste zwart en het allergrootste lijden – door God gekend wordt. Sterker nog, hij geloofde dat die narigheid niet meer het laatste woord had. Lijden en verdriet waren niet onze bestemming. Want de dood was niet het laatste dat Jezus van God liet zien. Het laatste woord was aan de opstanding, aan het wenkende leven, aan goedheid en vergeving. We mogen elke dag weer opnieuw het leven aangaan. Dat is de bestemming van de mens.

Geloof als vertrouwen

Natuurlijk, de werkelijkheid is weerbarstig. Dat was zo in de tijd van Paulus, en dat is nog steeds zo. Om dan toch, tegen de klippen op, het vertrouwen te houden dat je als mens niet uit Gods hand valt, dat je in je allerdiepste ellende gezien bent, gekend bent, dat is wat mij betreft geloof.

Geloof is niet het aanhangen van een setje dogma’s of het eropna houden van een stel overtuigingen over hoe God werkt en wat of wie Jezus precies is. Het is een diep weten, dat je er niet buiten valt, buiten de Liefde van God.

En over dat diepe vertrouwen zeg ik van harte en volmondig: Ja, ik geloof het wél.

Rolinka Klein Kranenburg
Pionier-predikant in Amersfoort Vathorst

Dit bericht is geplaatst op maandag 23 augustus 2021