Het roer om

Een overdenking bij Jezus’ doop

Door Anne-Mareike Schol-Wetter

Matteüs 3 eindigt heel positief, met Jezus’ doop en een stem uit de hemel die over Hem zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.’ Maar deze beschrijving van het optreden van Johannes de Doper begint een stuk heftiger. Johannes noemt zijn toehoorders bijvoorbeeld ‘stelletje slangen.’ Waarom eigenlijk?

Verandering

Johannes de Doper laat er geen twijfel over bestaan: de mensen zijn verkeerd bezig. Bekering is nodig om weer dicht bij God te kunnen komen. ‘Spijt’, vertaalt de Bijbel in Gewone Taal. Weten dat je iets verkeerd hebt gedaan, dat je de verkeerde kant op bent gegaan, en dan kiezen om je om te keren.

Dat gaat niet zomaar – Newton wist al dat er energie voor nodig is om iets dat in beweging is te laten stoppen, laat staan om het helemaal de andere kant op te bewegen. En onze eigen ervaring leert ons dat ook.

Doen zoals je het altijd deed

De farizeeën en sadduceeën die bij Johannes komen, vinden hem dan ook maar een lastig mannetje. Hoezo zouden ze iets anders moeten doen? De farizeeën weten alles van de wetten van Mozes en zien er streng op toe dat iedereen zich hieraan houdt. En de sadduceeën zijn welgestelde nakomelingen van de priester Sadok – ook zij hebben dus goede papieren.
En allemaal stammen ze af van Abraham. Abraham had van God te horen gekregen dat in hem alle volken gezegend zouden worden en dat hij net zoveel nakomelingen zal krijgen als sterren aan de hemel. De farizeeën en sadduceeën gaan er vanzelfsprekend van uit dat die belofte over hen gaat.

Geen garantie voor de toekomst

Maar, zegt Johannes: Wat God ooit voor en met Abraham heeft gedaan, kan Hij in een oogwenk voor en met iemand anders doen. Sterker nog: als God daar zin in heeft, kan Hij uit toevallig rondslingerende stenen een nieuw volk opwekken!

Met andere woorden: successen behaald in het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Aan de vruchten herkent men de boom, en de mensen met wie Johannes hier in discussie is, kunnen maar weinig vruchten laten zien – althans, dat vindt Johannes.

In onze tijd kun je Johannes misschien met iemand als Greta Thunberg vergelijken: beiden vertellen een ongemakkelijke boodschap, en beiden roepen ze heftige reacties op. In de Bijbel is er ook iemand op wie hij lijkt: Elia – een profeet die bekend stond om zijn donderpreken en soms zelfs gewelddadige optreden. Van Elia werd verwacht dat hij terug zou komen net voordat de ‘dag van de Heer’ zou aanbreken – het moment waarop God als rechter over de aarde zal oordelen (bijvoorbeeld Maleachi 3:23). Dat oordeel verwachtte Johannes, en hij zag het als zijn taak om de mensen daarop voor te bereiden. De harde woorden van Johannes zijn dan ook nog niks vergeleken bij wat degene die hij verwachtte zou zeggen en doen. Die zal de bijl hanteren die aan de wortel ligt, en alleen de goede vruchten zullen dan aan het vuur ontsnappen.

Moedeloos of bemoedigd?

Wat moet je hiermee? Stilstaan bij wat goed ging en wat beter of anders kan, zoals wij vaak doen rond deze tijd, is één ding, maar van wat Johannes hier zegt, kun je bij voorbaat al moedeloos worden.

Maar gelukkig is dat niet het hele verhaal. Elia verkondigde een God waarmee niet te spotten viel, die streng zou optreden tegen afgoderij en onrecht. En dat klopte ook – maar er is meer over te zeggen. Uiteindelijk liet God zich niet in een windvlaag of een aardbeving of verterend vuur aan Elia zien, maar in het gefluister van een zachte bries. En zo wordt ook het beeld dat Johannes schetst van degene die na Hem komt, meteen bijgesteld op het moment dat Jezus op het toneel verschijnt.

Het begint er al mee dat Jezus zich wil laten dopen, tot grote ontsteltenis van Johannes. Heeft Jezus bekering nodig? Nee toch? Maar het gaat om iets anders. ‘Zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling brengen’, is Jezus’ uitleg, of gewoon, zoals het in de BGT staat: ‘We moeten alles doen wat God van ons vraagt.’ En dat werpt – om dat beeld nog maar een keer aan te halen – meteen zijn vruchten af.

Jezus is nog maar net weer uit het water omhoog gekomen, of de hemel gaat open, de Geest daalt zichtbaar op Hem neer, en God verklaart voor iedereen die het horen wil dat dit zijn geliefde Zoon is, in wie Hij vreugde vindt.

De dienaar van de Heer

Liefde, vreugde, Gods Geest, gerechtigheid – het zijn woorden die doen denken aan een andere Bijbeltekst. Geen aankondiging van de dag van de Heer, van komend oordeel en het einde van de wereld zoals wij die kennen, maar woorden van de profeet Jesaja, over de dienaar die God voor zichzelf heeft uitgekozen (Jesaja 42:1-7).

Over de vraag wie Jesaja voor zich zag bij het beschrijven van deze dienaar, zijn boekenkasten vol geschreven. Maar voor de eerste christenen was het duidelijk: dit gaat over Jezus (Lucas 4:14-30). Volgens Lucas leest Jezus zelf een vergelijkbare tekst uit Jesaja voor en zegt vervolgens dat deze tekst in Hem tot vervulling is gekomen. En hier, bij zijn doop, klinkt het ook al door: Jezus is degene die God liefheeft, die Hij heeft uitgekozen en altijd zal steunen.

Zijn opdracht? Recht brengen, werkelijk recht, en vrede, en bevrijding. En bij dat alles hanteert Hij geen botte bijl, maar zal Hij het geknakte riet juist niet afbreken, en de kwijnende vlam niet doven (vers 3-4).

Dat wil zeggen: mensen die worstelen, die stukgelopen zijn, die opzien tegen de dag van morgen en misschien wel het jaar dat voor hen ligt – die mensen zal hij niet nog verder de grond in boren, maar juist helpen om weer hun draai te vinden, om weer rechtop door het leven te gaan.

Een stem uit de hemel?

Het zou natuurlijk best fijn zijn als wij aan het begin van een spannende nieuwe fase – of dat nou over de gebeurtenissen in de wereld gaat, of over ons persoonlijke leven – ook zo’n stem uit de hemel zouden horen, net zoals Jezus aan het begin van zijn optreden.

Maar ik denk dat Jezus ook niet van tevoren wist dat dit zou gebeuren. Hij doet wat God van Hem vraagt, niet meer en niet minder. En misschien is dat ook wel gewoon de opdracht aan ons.

Soms hoort daarbij dat je kritisch naar jezelf kijkt, en naar het pad waarop je loopt. Soms moet het roer misschien zelfs helemaal om. Moeten we bij wijze van spreken koppie onder om dingen die ons ervan weerhouden te zijn wie we zouden kunnen zijn echt achter ons te laten.

En misschien hoort er ook een tijd in de woestijn bij. Een tijd van zoeken, van twijfel, waarin het voelt alsof je helemaal op jezelf teruggeworpen bent. Ook dat heeft Jezus zelf ervaren, meteen na het indrukwekkende moment van zijn doop.

Maar als we een voorbeeld nemen aan zijn houding – steeds opnieuw op zoek gaan naar wat God wil, en dat dan ook doen, dan kunnen we er ook zonder stem uit de hemel op vertrouwen dat Hij met ons meegaat.

Anne-Mareike Schol-Wetter
Hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 10 januari 2023