Het is niet goed dat de mens alleen is

Eenzaamheid. In onze jachtige maatschappij was dat al langer een probleem. Een verborgen probleem vaak, maar nu we veroordeeld zijn tot afstand houden, dringt het zich in alle hevigheid aan ons op. Geen bezoek meer van de kleinkinderen. Geen kooravond. Geen koffiemoment met collega’s. Wat doen we, en wie zijn we eigenlijk, als losse contacten wegvallen en intieme relaties ontbreken, of alleen nog digitaal vormkrijgen?  Heeft de Bijbel daar iets over te zeggen? 

Eenzaamheid in de Bijbel

Ja, ook in de Bijbel gaat het soms over mensen die eenzaam zijn. Die eenzaamheid kan verschillende achtergronden hebben.
Tamar, de dochter van David, leeft in eenzaamheid nadat ze door haar broer Ammon verkracht is (2 Samuel 13:20). 
Elia heeft het gevoel dat hij er alleen voor staat, omdat er niemand is met dezelfde ideeën en idealen als hij (1 Koningen 19:10).
En Job moet zich heel alleen gevoeld hebben toen zijn familie en zijn vrienden hem niet begrepen in zijn ellende, en hem zelfs uitlachten (Job 19:13-22).
De dichter van Klaagliederen treurt over Jeruzalem en haar inwoners. Deze stad die eens zo levendig was, is nu eenzaam en verlaten (Klaagliederen 1:1).

Door God verlaten

Je kunt ook het gevoel hebben dat God zelf je verlaten heeft. Jezus heeft het zelf meegemaakt, toen hij aan het kruis ging.
Die pijn van zo’n volledig gevoel van verlatenheid is niet makkelijk te verzachten, en dat doet de Bijbel ook niet. Je leest er wel dat je het mag uitschreeuwen van boosheid, van wanhoop of verdriet, ook naar God. Toen Jezus aan het kruis hing, gebruikte hij hiervoor woorden uit Psalm 22:

‘Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
“Mijn God!” roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.’ (Psalm 22:2-3)


Toch is het juist ook Jezus die mensen aanspoort om mensen die eenzaam zijn op te zoeken:

‘Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”’ (Matteüs 25:35-36)

Ook Paulus schrijft aan de christenen in Korinte dat ze oog moeten hebben voor elkaar (1 Korintiërs 12:18-22). Hij vindt het niet goed dat ze sommige gemeenteleden buitensluiten: mensen hebben elkaar nodig. En dat kan ook als je afstand moet houden. Door raambezoeken, kaartjes, stoepkrijtkunst of door elkaar gewoon ouderwets te bellen.

God is goed voor mensen die eenzaam zijn

Voor veel mensen is het een troost dat God er altijd is, hoe eenzaam je ook bent. God is bij je, waar je ook bent of waar je ook naartoe gaat. 

‘HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
u weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.’ (Psalm 139:1-3)


God is goed voor mensen die eenzaam zijn. Hij is een vader van wezen en een beschermer van weduwen. Hij geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed (Psalm 68:6-7). En wij mogen zijn voorbeeld volgen, ook al vraagt dat in de anderhalve-meter-samenleving net wat meer creativiteit.

Anne-Mareike Schol – Wetter
Hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands Bijbelgenootschap

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 21 april 2020