‘Geven jullie hun maar te eten’

In de NBV21 geven we geen aalmoezen meer, maar ‘giften uit barmhartigheid’. Een begrijpelijker term, die toch nog de nodige vragen oproept. Wat heeft ‘barmhartigheid’ ons in deze tijd te zeggen? Vandaag deel drie in deze serie: wat betekent het als je vanuit Gods barmhartigheid naar mensen kijkt? 

Door Hendrik Hoet

Manfred leerde ik kennen toen hij aanbelde en naar de pastoor vroeg die afwezig was. ‘Hij kent mij en heeft mij al altijd geholpen.’ Manfred vroeg om geld voor sigaretten. Hij rook naar drank, ook al was het nog vroeg in de voormiddag. Later zag ik hem terug in Kamiano, het restaurant voor dak- en thuislozen van de Gemeenschap van Sant’Egidio.

Een verloren zoon

‘Geven jullie hun maar te eten’ (Marcus 6:37). Hoe breng je die oproep van Jezus in de praktijk, als iemands leven om zoveel meer vraagt dan een stuk brood en wat vissen? Toen ik Manfred later een keer op straat tegenkwam, had hij begrepen dat ik geen geld gaf om te roken. Hij vroeg het dan voor medicijnen. Hij had de voorschriften van de dokter bij zich. Ik ben ze met hem bij de apotheker gaan halen. Daar kenden ze hem ook. En ook zijn dokter die te gemakkelijk voorschreef. Als hij om eten vroeg op dagen dat Kamiano niet open was, ben ik eens met hem in een restaurant gaan eten. Dan vertelde hij me van zijn Italiaanse vader en zijn moeder in Limburg en van zijn zoon die in een andere stad bij zijn ex woonde. Hij vroeg geld om zijn zoon te kunnen gaan bezoeken. Ik heb hem toen eens meegenomen naar het adres waar zijn zoon inderdaad woonde. Op terugweg bekende hij dat zijn lever aangetast was. ‘Maar ik wil niet sterven. Ik wil een goede vader voor mijn zoon zijn.. Ik heb hem toen aangekeken en kreeg hem lief als een eigen zoon. Meermaals kwam hij met snijwonden of een blauw oog langs en vertelde dat hij was aangevallen, bestolen en alles kwijt was. Soms verdween hij voor een tijd. Dan bleek hij in de gevangenis te zitten. Of hij was opgenomen om af te kicken. Ik heb hem in verschillende instellingen bezocht, omdat hij voor velen van Sant’Egidio een gekende broer geworden was.

In Kamiano hebben ze alles gedaan om met een hele ploeg van alle mogelijke sociale en medische diensten hem telkens opnieuw aan een woning te helpen, maar iedere keer verspeelde hij die door zijn gedrag. Tot hij werd opgesloten in een gevangenis in de bossen ver van de stad, die vroeger een instelling was voor ‘opvang van bedelaars en landlopers’. Toen ik eindelijk toestemming kreeg om hem te bezoeken, zag hij er veel beter uit. Maar omwille van de Covid-pandemie was een tweede bezoek niet meer mogelijk. En plots belt men mij vanuit Kamiano dat Manfred vrijgelaten was, in het restaurant stond en naar me vroeg. Ik ben onmiddellijk naar hem toegegaan. Gelukkig maar, want hij was bezig al zijn bekenden op te zoeken. En de volgende morgen hebben ze hem dood gevonden in een ondergrondse parking. Op zijn uitvaart hebben we met hem gebeden: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt’ (Lucas 23:42).

Hendrik Hoet
Lid van de Gemeenschap Sant’Egidio

Dit bericht is geplaatst op woensdag 22 december 2021